TaalCompleet A1 - thema 4 - 4..8 Vragen maken met vraagwoord Herh + 4.11 Vragen maken

 4.8 Vragen maken (1) herhalen
1 / 18
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

 4.8 Vragen maken (1) herhalen

Slide 1 - Slide

 4.8 Vragen maken (1) herhalen
  • Vraag maken met een vraagwoord
  • Vraagwoord - werkwoord (2) - wie/wat? (1) - de rest (3)
  • Wie bent u?
  • Ik ben mevrouw Daniëlle.
  • Wat koopt hij voor het avondeten?
  • Hij koopt groente en vlees.

Slide 2 - Slide

Waar ben jij nu?
(Geef antwoord op deze vraag.)

Slide 3 - Open question

Hoelang woon jij in Nederland?
(Geef antwoord op deze vraag.)

Slide 4 - Open question

Ik ben 16 jaar oud.
(Maak een vraagzin voor dit antwoord.)

Slide 5 - Open question

 4.11 Vragen maken (2)
  • Vraag maken 
  • Ja of nee
  • werkwoord (2) - wie/wat? (1) - de rest (3)
  • Wil je een kopje koffie?
  • Ja, ik wil een kopje koffie.
  • Nee, ik wil geen kopje koffie. Ik wil thee.

Slide 6 - Slide



  • Snijdt de man het vlees?
  • Ja, de man snijdt het vlees.


Slide 7 - Slide



  • Drinkt de baby melk?
  • Ja, de baby drinkt melk.


Slide 8 - Slide



  • Eet de vrouw groente?
  • Ja, de vrouw eet groente.

Slide 9 - Slide



  • Betaalt de vrouw
    de boodschappen?
  • Ja, de vrouw betaalt
    de boodschappen.

Slide 10 - Slide

Geeft de man de koekjes?
A
Ja, de koekjes geeft de man.
B
Ja, geeft de man de koekjes.
C
Ja, de man geeft de koekjes.
D
Ja, de man geeft de koekjes?

Slide 11 - Quiz

Woont de man in een flat?

A
Ja, de man woont in een flat.
B
Ja, woont de man in een flat.
C
Ja, de man woon in een flat.
D
Ja, de flat woont de man.

Slide 12 - Quiz


Koopt de vrouw brood?
(Geef antwoord op deze vraag)


Slide 13 - Open question

Komen de kinderen
uit school?
(Geef antwoord op deze vraag)

Slide 14 - Open question

Pakt de vrouw de melk?

A
vraag
B
antwoord

Slide 15 - Quiz

Ja, de man maakt
een puzzel.
A
vraag
B
antwoord

Slide 16 - Quiz

Ja, de man en de vrouw koken.
(Wat is de vraag?)

Slide 17 - Open question

Ja, het kind zet de borden op de tafel.
(Wat is de vraag?)

Slide 18 - Open question