Oefentoets H3 Arm en Rijk 'De wereld van'

Welke van de onderstaande antwoorden hoort niet bij welzijn?
A
BBP per hoofd
B
Levensverwachting
C
Alfabetisme
D
Gezondheidszorg
1 / 30
suivant
Slide 1: Quiz
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

Cette leçon contient 30 diapositives, avec quiz interactifs et diapositive de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Welke van de onderstaande antwoorden hoort niet bij welzijn?
A
BBP per hoofd
B
Levensverwachting
C
Alfabetisme
D
Gezondheidszorg

Slide 1 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

In welke sector is de man die aan het schoenenpoetsen is werkzaam?

Slide 2 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de armoedegrens?

Slide 3 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Als de meeste mensen van een land in de landbouw werken, is het dan een rijk of arm land?

Slide 4 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Je kunt de landen in de wereld in 3 groepen verdelen als je kijkt naar de welvaart.

Bij welke van de deze 3 groepen horen landen waarin veel mensen in de landbouw werken?

Slide 5 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Voorbeeld vraag:
Par 1.2 Om welk begrip gaat het?
"problemen op het gebied van ondervoeding, huisvesting, ziekte en onderwijs die elkaar in standhouden en versterken"
A
cirkel van armoede
B
corruptie
C
voedselvoorziening
D
kwalitatieve ondervoeding

Slide 6 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Jim is een Nigeriaanse cassaveboer. Hij heeft een vrouw en drie kleine kinderen. Er komt al een tijd niet voldoende geld meer binnen op Jims boerderij. Jim eet daarom te weinig, waardoor hij altijd ziek is. Er is ook te weinig geld om zijn kinderen naar school te sturen.

Welk begrip hoort hier het beste bij?
A
Cirkel van armoede
B
Kwantitatieve honger
C
Kwalitatieve honger
D
De reus van Nigeria

Slide 7 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Alleen maar Big Mac eten is een voorbeeld van ..................
A
Kwantitatieve ondervoeding
B
Kwalitatieve ondervoeding
C
Cirkel van armoede
D
Kwalitatieve overvoeding

Slide 8 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is neo-kolonialisme?
A
centrumlanden domineren zelfstandige landen
B
centrumlanden domineren kolonies
C
periferielanden worden steeds machtiger
D
periferielanden domineren centrumlanden

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat betekent kolonialisme?
A
Handel drijven met andere landen
B
Het veroveren van grondgebied buiten de eigen grenzen
C
Een samenwerkingsovereenkomst tussen landen
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 10 - Quiz

Het juiste antwoord is antwoord b: Het veroveren van grondgebied buiten de eigen grenzen.

Hoeveel procent van de Nederlandse beroepsbevolking werkt in de diensten sector?
A
50%
B
60%
C
70%
D
80%

Slide 11 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Als je bij de Mac Donalds werkt, heb je een baan in de tertiaire (diensten)sector
A
Goed
B
Fout
C
alleen op zondag

Slide 12 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Mensen kunnen werken in een drietal sectoren, waaronder de dienstensector. Mensen in deze sector verlenen veelal een dienst in ruil voor een vergoeding, vaak in de vorm van salaris. Bekijk bron 2 en 3.

Welke woorden horen op plek 1 & 2 in de volgende zin:
"Hoe (1) meer / minder mensen er werken in de diensten sector, hoe (2) meer / minder een land ontwikkeld is.
A
1 Meer, 2 Meer
B
1 Meer, 2 Minder
C
1 Minder, 2 Minder
D
1 Minder, 2 Meer

Slide 13 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk land verwacht je dat een hoger percentage in de diensten sector heeft?
A
B

Slide 14 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

primaire sector
secundaire sector
tertiaire sector
primaire sector
secundaire sector
tertiaire sector

Slide 15 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Primaire sector
Informele sector
Secondaire sector
Tertiaire sector

Slide 16 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Leg uit wat een beroepsbevolking is.

Slide 17 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Mensen in de beroepsbevolking kunnen in verschillende officiële sectoren werken.
Welke hoort er niet bij?
A
Secundaire sector
B
Tertiaire sector
C
Primaire sector
D
Informele sector

Slide 18 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke bewering over het BBP per hoofd klopt?
A
In arme landen hebben mensen een hoog BBP per hoofd
B
In Nederland heeft de gemiddelde inwoner een laag BBP per hoofd
C
In Duitsland werken veel mensen in de diensten en is het BBP per hoofd hoog
D
In Afrika zijn geen landen met een hoog BBP per hoofd

Slide 19 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Als je de wereld op basis van welvaart verdeeld in 3 groepen kun je per land bepalen bij welke groep deze hoort. Tot welke groep behoort de VS?

Slide 20 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

De BRICS-landen zijn landen die steeds meer welvaart krijgen en zich ontwikkelen. Tot welke groep landen kun je deze rekenen?

Slide 21 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Waarom is onderwijs zo belangrijk om de welvaart te laten toenemen?

Slide 22 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Gaat dit kaartje over sociale of ruimtelijke ongelijkheid?

Leg je antwoord uit.

Slide 23 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Welvaart kun je meten met 3 factoren. Welke hoort er niet bij?
A
Welzijn
B
Verdeling van de beroepsbevolking
C
Armoedegrens
D
BBP per hoofd

Slide 24 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Reflectie
De laatste vragen zijn reflectievragen. Denk kritisch na over hoe je deze oefentoets gedaan hebt. 
- Was het makkelijk of moeilijk? 
- Hoe was je werkwijze de afgelopen weken voor AK?
- Is het verstandig iets aan te passen aan jouw werkwijze?

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Deze toets was:
A
Makkelijk
B
Een beetje makkelijk
C
Een beetje moeilijk
D
Moeilijk

Slide 26 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Het aantal keren dat ik mijn boek heb moeten gebruiken om dingen op te zoeken was:
A
Vaak
B
Regelmatig
C
Soms
D
Weinig

Slide 27 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Bij de weektaken mag je kiezen op welke manier je een paragraaf maakt.

Welke optie(s) heb je vaak gekozen?
A
Werkboekopdrachten
B
Samenvatting
C
Mindmap
D
Leerdoelen beantwoorden

Slide 28 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Denk je na het maken van deze oefentoets dat je voor de juiste keuzeopties gekozen heb?

Leg uit waarom je dat denkt.

Slide 29 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke keuzeoptie lijkt je verstandig om bij de volgende paragraaf te kiezen?
A
Werkboekopdrachten
B
Samenvatting
C
Mindmap
D
Leerdoelen beantwoorden

Slide 30 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions