Signaalwoorden 5 Havo

leesvaardigheid Duits
1 / 22
suivant
Slide 1: Diapositive
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 20 min

Éléments de cette leçon

leesvaardigheid Duits

Slide 1 - Diapositive

op bouw/leestrategieën
voorspellen
skimmen ( max 60 sec)
voorkennis activeren gebruiken
structuur van de tekst
scannen ( naar woorden)
goed lezen 
woordbetekenissen raden

Slide 2 - Diapositive

signaalwoorden

Slide 3 - Diapositive

blz 104. signaalwoorden voorbeelden

benadrukking
bevestiging
conclusie/samenvatting
middel-doel
mogelijkheid
oorzaak - gevolg

opsomming
reden/verklaring/toelichting
relativering
tegenstelling
vergelijking
voorwaarde

Slide 4 - Diapositive

blz 104. signaalwoorden voorbeelden

Betonung
Bestätigung
Schlussfolgerung/Zusammenfassung
Mittel-Zweck
Möglichkeit
Ursache-Wirkung

Aufzählung
Begründung/ Erklärung
Relativierung
Gegensatz
Vergleich
Bedingung

Slide 5 - Diapositive

aufgrund
das heißt
weil
nämlich
denn
deswegen
daher
gerade
Grund
sogar
zelfs
daarom
want
op basis van
dat betekent
precies
omdat
reden
namelijk
daarom

Slide 6 - Question de remorquage

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Diapositive

Slide 10 - Diapositive

Ich habe statt dem Auto, doch ein Fahrrad gekauft.
doch = ...
A
gevolg/conclusie
B
reden/verklaring
C
tegenstelling
D
uitbreiding/opsomming

Slide 11 - Quiz

Ich gehe ins Kino, denn ich finde das toll!
denn = .......
A
reden/verklaring
B
tegenstelling
C
vergelijking
D
voorbeeld geven

Slide 12 - Quiz

Ich habe Englisch und sogar Deutsch!!!
sogar = .........
A
gevolg/conclusie
B
vergelijking
C
versterking
D
tegenstelling

Slide 13 - Quiz

In Utrecht ist viel zu tun, es gibt zum Beispiel viele verschiedene Museen.
zum Beispiel = ....
A
voorbeeld geven
B
vergelijking
C
reden/verklaring
D
uitbreiding/opsomming

Slide 14 - Quiz

Es ist verboten zu rauchen im Krankenhaus, auch auf dem Schulhof darf nicht mehr geraucht werden.
auch= ....
A
conclusie
B
hoeveelheid
C
voorbeeld
D
uitbreiding/opsomming

Slide 15 - Quiz

Es gibt Leute die viel verdienen, aber manche verdienen wenig
aber =
A
dus
B
maar
C
meestal
D
toen

Slide 16 - Quiz

Bisher hat mein Bruder immer gearbeitet.
Bisher =
A
eerst
B
vooral
C
voordat
D
tot nu toe

Slide 17 - Quiz

Während die Freunde Spass hatten, hatte der Jungen den Unfall.
Während=
A
al
B
hoewel
C
tijdsbepaling
D
tegenwoordig

Slide 18 - Quiz

Ich habe ...... immer viel verdient.
welk signaalwoord ontbreekt?
A
auch
B
also
C
obwohl
D
schon

Slide 19 - Quiz

Ich habe keine Schulden, .... kann ich ein Haus kaufen
welk signaalwoord ontbreekt?
A
doch
B
deshalb
C
denn
D
gerade

Slide 20 - Quiz

Zusammengefasst:
  • Wil je teksten goed kunnen begrijpen zijn signaalwoorden belangrijk.
  • Signaalwoorden leggen verbanden tussen zinnen, zinsdelen, alinea's van een tekst. (tegenstelling/verklaring/uitbreiding enz.)
  • LEER DE SIGNAALWOORDEN EN DE VERBANDEN DIE ZE LEGGEN DUS GOED

Slide 21 - Diapositive

Aufgabe
Maak de oriëntatie toets van de examenbundel. Je kan de antwoorden online noteren en dan zie je een score. Je krijgt een advies wat je vervolgens kunt oefenen of leren.

Slide 22 - Diapositive