Les donderdag 9 januari

Donnerstag 9.Januar
1 / 31
suivant
Slide 1: Diapositive

Cette leçon contient 31 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Donnerstag 9.Januar

Slide 1 - Diapositive

Onze afspraken en regels
- Laptop opgeladen/boeken en schrift bij ons.
- We pakken de spullen voor ons. 
- Stil zijn als iemand anders aan het woord is!!

Slide 2 - Diapositive

Zielen:
- We kennen 3 zinnetjes van:  Deutsch in der Klasse!!!
- We kennen weer wat meer woorden in het Duits.
- We kunnen in het Duits zeggen hoe we ons voelen.
- We kennen het persoonlijk voornaamwoord in het Duits
- We kunnen het werkwoord sein gebruiken

Slide 3 - Diapositive

Deutsch in der Klasse
- Ik ben mijn boek vergeten
- Mag ik naar het toilet? 
- Hoe laat is het?
Nieuw:
- Ich habe meine Hausaufgaben
nicht gemacht. 

Slide 4 - Diapositive

Wörter Niederländisch-Deutsch

Slide 5 - Diapositive

Wie weet het nog?

Het persoonlijk voornaamwoord

Slide 6 - Diapositive

ik = 
jij = 
hij = 
zij = 
het =
wij = 
jullie = 
zij = 
u = 

Slide 7 - Diapositive

Wat is een werkwoord? ( noem voorbeelden )

Slide 8 - Question ouverte

Wat zou "sein" kunnen betekenen?

Slide 9 - Question ouverte

Aantekening
Pak je boek en neem de aantekening van het rijtje van sein over in jouw boek. ( volgende dia )

Slide 10 - Diapositive

SEIN

Slide 11 - Diapositive

Wir haben Pause
- 5 minuten kletsen.
- Je blijft in het lokaal
- Je mag even van jouw plaats af
- Na 5 minuten iedereen weer netjes op zijn plek
timer
5:00

Slide 12 - Diapositive

Log in:

Slide 13 - Diapositive

Ik
jij 
hij
zij
het
wij
jullie
zij 
U
ihr 
er
Sie 
wir 
sie (enkelvoud)
du
sie (meervoud)
es
ich 

Slide 14 - Question de remorquage

ich
du
er / sie / es
wir
ihr
sie / Sie
sind
bist
ist
seid
bin
sind

Slide 15 - Question de remorquage

Ich _________ Melle.
A
bin
B
bist
C
ist
D
sind

Slide 16 - Quiz

Sie ____________ Rianne.
A
bin
B
bist
C
ist
D
sind

Slide 17 - Quiz

Wir __________ Isabella und Brechtje.
A
bin
B
bist
C
ist
D
sind

Slide 18 - Quiz

__________ Sie herr Mayer?
A
bin
B
bist
C
ist
D
sind

Slide 19 - Quiz

Er __________ Jaydon.
A
bin
B
bist
C
ist
D
sind

Slide 20 - Quiz

Ihr __________ Anne-Mare und Pascal
A
sind
B
seid
C
ist
D
bin

Slide 21 - Quiz

Du .................... (sein)
A
seid
B
bist
C
ist
D
sind

Slide 22 - Quiz

ihr .................... (sein)
A
bist
B
sind
C
bin
D
seid

Slide 23 - Quiz

Warum ............. Sie hier? (sein)
A
seid
B
bist
C
ist
D
sind

Slide 24 - Quiz

es .................... (sein)
A
bin
B
bist
C
sind
D
ist

Slide 25 - Quiz

wir .................... (sein)
A
bist
B
bin
C
ist
D
sind

Slide 26 - Quiz

Ich ........... 14 Jahre alt (sein)
A
habe
B
bin

Slide 27 - Quiz

Mein Freund ............. Lehrer

Slide 28 - Question ouverte

Wie alt ............... du?

Slide 29 - Question ouverte

Wat betekenen de zinnetjes? 
- bespreek 2 minuten in tweetallen wat de zinnetjes betekenen. Daarna klassikaal. 
timer
2:00

Slide 30 - Diapositive

Hausaufgaben für Donnerstag 16 Januar
An die Arbeit: ( niet af huiswerk )
1.  Maken: nr 12b, 14, 15 ( blz 22/23)


- Hoe ging de les vandaag? Wat ging goed? 
- Wie krijgt een sticker??

Slide 31 - Diapositive