4.2 les 2

4.2 Duitsland: de Europese reus

1 / 25
suivant
Slide 1: Diapositive
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

Cette leçon contient 25 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

4.2 Duitsland: de Europese reus

Slide 1 - Diapositive

Leerdoelen van 4.2
1.  Je weet wat de kenmerken van de Duitse industrie zijn.
2. Je weet wat de betekenis van agglomeratievoordelen is.
3. Je weet dat Duitsland een moderne economie heeft.
4. Je weet welke regionale economische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
5. Je weet welke regionale demografische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.


Slide 2 - Diapositive

1. Je weet wat de kenmerken van de Duitse industrie zijn.
In welke 4 delen (sectoren) kunnen we alle banen indelen?

Slide 3 - Diapositive

Primaire sector 
Primaire sector = Werk dat gericht is op het verbouwen van producten.

Denk aan:
  • Akkerbouw
  • Veeteelt
  • Tuinbouw

Slide 4 - Diapositive

Secundaire sector
Secondaire sector = Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.

Slide 5 - Diapositive

Secundaire sector
Er zijn twee soorten industrie:
Zware industrie:
- Gebruiken veel (ruwe) grondstoffen, die worden gebruikt voor hoogovens, staalfabrieken, olieraffinaderijen, scheepswerven, chemische fabrieken.
- Leveren voornamelijk halffabricaten.
Lichte industrie:
- Gebruiken veel halffabricaten. 
- Maken vooral consumentenproducten, zoals kleding, wasmachines, telefoons.

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Diapositive

Tertiaire sector
Andere naam voor de tertiaire sector is de dienstensector. 
= Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten.

Voorbeelden van banen in de tertiaire sector zijn ober, bankier, advocaat.


Slide 9 - Diapositive

Quartaire sector
Quartaire sector = Dienstverlenende bedrijven die geen winst maken.

Voorbeelden hiervan zijn de brandweer, scholen, ziekenhuizen.

Slide 10 - Diapositive

Wat?
Maken in online werkboek:
Hoofdstuk 4 Paragraaf 2 opdr. 2 t/m 7

Hoe?
Zelfstandig of overleg met je buur

Tijd?
15 minuten

Klaar?
Hoofdstuk 4 Paragraaf 2 opdr. 8 t/m 10
Aan de slag!

Slide 11 - Diapositive

4.2 Duitsland: de Europese reus

Slide 12 - Diapositive

2. Je weet wat de betekenis van agglomeratievoordelen is.
Agglomeratievoordeel = Het voordeel dat bedrijven hebben doordat ze vlak bij elkaar zitten.

Slide 13 - Diapositive

2. Je weet wat de betekenis van agglomeratievoordelen is.
Agglomeratievoordeel = Het voordeel dat bedrijven hebben doordat ze vlak bij elkaar zitten.
Denk aan:
- Fabrieken die verschillende onderdelen maken voor het eindproduct zitten dicht bij elkaar. -> Voordeel: minder tijd in transport dus lagere kosten

Slide 14 - Diapositive

3. Je weet dat Duitsland een moderne economie heeft.

Slide 15 - Diapositive

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Diapositive

Secundaire sector
Secondaire sector = Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.

Slide 20 - Diapositive

Duitsland heeft veel hightech-industrie.
Deze industrie zal niet zo snel verplaatsen naar lagelonenlanden, want er zijn hoogopgeleide mensen voor nodig. Toch werken er relatief weinig mensen in Duitsland in de hightechindustrie, dit komt doordat robots veel van het werk doen.
3. Je weet dat Duitsland een moderne economie heeft.
Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.

Slide 21 - Diapositive

3. Je weet dat Duitsland een moderne economie heeft.
Ook de dienstensector ontwikkelde zich in Duitsland.
 -> Dit kwam doordat  steeds hoger opgeleide bevolking, dus ook hoogwaardigere diensten. Er kwam dus meer advocatenkantoren, designbureaus, banken.

• Dienstensector steeds groter aandeel in de economie. Ook bij andere moderne rijke landen zie je dit dit terug.

Slide 22 - Diapositive

4. Je weet welke regionale economische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
Economische ontwikkeling Duitsland: niet overal gelijk, hierdoor ontstonden regionale verschillen.

Belangrijke oorzaak: verdeling in van Oost- en West Duitsland tussen 1945 en 1989
• Na hereniging was de industrie in het oosten verouderd:
Gevolg daarvan was dat veel bedrijven uit Oost-Duitsland de concurrentie niet aan konden en failliet gingen, dit zorgde voor grote werkloosheid. 

Slide 23 - Diapositive

5. Je weet welke regionale demografische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
Belangrijke  begrippen:
Sociale bevolkingsgroei
Demografische krimp 
Vertrekoverschot

Slide 24 - Diapositive

Wat?
Maken in online werkboek:
Hoofdstuk 4 Paragraaf 2 opdr. 1 t/m 10

Hoe?
Zelfstandig of overleg met je buur

Tijd?
15 minuten

Klaar?
Topomania
Aan de slag!

Slide 25 - Diapositive