Quiz SLO p2 h2 vm

Quiz SLO p2 h2 vm
1 / 29
suivant
Slide 1: Diapositive
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

Cette leçon contient 29 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 25 min

Éléments de cette leçon

Quiz SLO p2 h2 vm

Slide 1 - Diapositive

SLO
Voca ABEF chapitre 3
Werkwoorden op -er + vervangen ow
Aanwijzend voornaamwoord
Vouloir/pouvoir

Slide 2 - Diapositive

Werkwoorden -er + vervangen ow

Slide 3 - Diapositive

Hoe vervoeg je een werkwoord op -er?
A
-er eraf halen, é erachter.
B
uitgang achter het hele werkwoord
C
-er eraf halen, uitgang erachter
D
-r eraf halen, uitgang erachter

Slide 4 - Quiz

danser
dansen
Je / J'
Tu
Il/elle/on
Nous
Vous
Ils/elles
Werkwoorden op -ER. Sleep de vervoegingen van het werkwoord naar de juiste persoon.
danse
dansent
dansons
danse
danses
dansez

Slide 5 - Question de remorquage

Vertaal:
zij praat

Slide 6 - Question ouverte

Vertaal:
wij kopen

Slide 7 - Question ouverte

Vertaal:
ik draag de trui

Slide 8 - Question ouverte

Vertaal:
jullie gebruiken het spel

Slide 9 - Question ouverte

Het aanwijzend voornaamwoord

Slide 10 - Diapositive

Welke aanwijzend voornaamwoord moet je gebruiken voor een zelfstandig naamwoord ... 
mannelijk enkelvoud
vrouwelijk enkelvoud
meervoud 
mannelijk enkelvoud met klinker of h
Ce
Cette 
Ces
Cet

Slide 11 - Question de remorquage

Wat is géén aanwijzend voornaamwoord?
A
c'
B
ce
C
cet
D
cette

Slide 12 - Quiz

Aanwijzend voornaamwoord
______ robe

Slide 13 - Question ouverte

Aanwijzend voornaamwoord
______ baskets

Slide 14 - Question ouverte

Aanwijzend voornaamwoord
______ hiver

Slide 15 - Question ouverte

Aanwijzend voornaamwoord
______ supermarché

Slide 16 - Question ouverte

Vertaal:
deze kleur

Slide 17 - Question ouverte

Vertaal:
die boeken

Slide 18 - Question ouverte

Vouloir / pouvoir

Slide 19 - Diapositive

Pouvoir
Vouloir
Willen
Kunnen
Mogen

Slide 20 - Question de remorquage

Zet in de juiste kolom
Vouloir
Pouvoir
Ils veulent
Ik kan
Je peux
Vous voulez
Hij mag
On veut

Slide 21 - Question de remorquage

Vertaal:
Jij kan praten.

Slide 22 - Question ouverte

Vertaal:
Wij willen kopen.

Slide 23 - Question ouverte

Vertaal:
Zij kan uitgeven.

Slide 24 - Question ouverte

Vocabulaire

Slide 25 - Diapositive

Les vêtements
une chemise
un jean

le chapeau
un pull

Slide 26 - Question de remorquage

Traduis
(werkwoord)

Slide 27 - Question ouverte

Traduis
(Zelfstandig nw)

Slide 28 - Question ouverte

Traduis
(Zelfstandig nw)

Slide 29 - Question ouverte