Ouderen- en kinderdans: wat is het verschil?

Ouderen- en kinderdans: wat is het verschil?
1 / 13
suivant
Slide 1: Diapositive
Sport en recreatieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Ouderen- en kinderdans: wat is het verschil?

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoel
Aan het einde van de les weet je wat het verschil is tussen ouderen- en kinderdans.

Slide 2 - Diapositive

Dit is het doel van de les, herhaal dit meerdere keren tijdens de les.
Wat weet je al over ouderen- en kinderdans?

Slide 3 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is ouderendans?
Ouderen dansen vaak op rustigere muziek en met minder fysieke belasting.

Slide 4 - Diapositive

Vraag aan de studenten of ze zelf wel eens ouderendans hebben gezien of gedaan.
Wat is kinderdans?
Kinderdans is vaak veel energieker en vrolijker dan ouderendans.

Slide 5 - Diapositive

Vraag aan de studenten of ze zelf wel eens kinderdans hebben gezien of gedaan.
Leeftijdsverschil
Het grootste verschil tussen ouderendans en kinderdans is de leeftijd van de dansers.

Slide 6 - Diapositive

Laat foto's of video's zien van ouderendans en kinderdans om het verschil te visualiseren.
Dansstijlen
Ouderen dansen vaak ballroom- en volksdansen, terwijl kinderen vaak hiphop- en streetdance doen.

Slide 7 - Diapositive

Bespreek de verschillende dansstijlen en laat voorbeelden zien.
Fysieke belasting
Ouderen dansen vaak rustiger omdat ze minder fysieke belasting aankunnen dan kinderen.

Slide 8 - Diapositive

Leg uit waarom ouderen vaak minder fysiek kunnen dansen dan kinderen.
Doel van de dans
Ouderen dansen vaak om sociale redenen, terwijl kinderen vaak dansen omdat het leuk is.

Slide 9 - Diapositive

Bespreek de verschillende redenen waarom mensen dansen en waarom ouderen en kinderen vaak verschillende doelen hebben.
Samenvatting
Ouderen dansen vaak rustiger en op ballroom- of volksmuziek, terwijl kinderen vaak energiekere dansstijlen doen zoals hiphop en streetdance.

Slide 10 - Diapositive

Herhaal het leerdoel en vraag de studenten wat ze hebben geleerd tijdens de les.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 11 - Question ouverte

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 12 - Question ouverte

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 13 - Question ouverte

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.