7.3 De kans op werk

7.3 De kans op werk
1 / 19
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

Cette leçon contient 19 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

7.3 De kans op werk

Slide 1 - Diapositive

Als je werkloos bent kun je je inschrijven bij het ...
A
VWU
B
VUW
C
WVU
D
UWV

Slide 2 - Quiz

Als je niet geregistreerd staat
en werkloos bent heet dat...
A
verstopte werkloosheid
B
Stiekeme werkloosheid
C
Verborgen werkloos heid

Slide 3 - Quiz

Wie zijn de vragers op de arbeidsmarkt?
A
Werknemers
B
Werkgevers

Slide 4 - Quiz

Alle bezette en onbezette arbeidsplaatsen bij elkaar opgeteld noem je de:
A
Arbeidsmarkt
B
Beroepsbevolking
C
Werkeloosheid
D
Werkgelegenheid

Slide 5 - Quiz

Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat de kans op werk is voor werkzoekenden
  • Ik kan uitleggen hoe werkzoekenden hun kans op werk kunnen vergoten

Slide 6 - Diapositive

Ongeschoold werk
Ongeschoold werk 
= Werk waarvoor geen opleiding nodig is.




Veel aanbod van arbeiders en weinig
vraag van werkgevers.

Wat vergroot de kans op werk?

Slide 7 - Diapositive

Als je ongeschoold bent, is jouw kans op het vinden van werk...
A
kleiner
B
groter

Slide 8 - Quiz

Kennis, ervaring
Door veel kennis en ervaring te hebben, ben je gewild voor een ander bedrijf.

Gevolg: grote kans op het vinden van een baan

Slide 9 - Diapositive

Als je veel ervaring hebt is jouw kans op het vinden van werk...
A
kleiner
B
groter

Slide 10 - Quiz

Talent
= Als je iets goed kunt. 
(beter dan de meeste mensen)



Ook eigenschappen als doorzettingsvermogen hebben en stressbestendig zijn belangrijk.

Slide 11 - Diapositive

Met talent en/of doorzettingsvermogen is jouw kans op het vinden van werk...
A
kleiner
B
groter

Slide 12 - Quiz

Handicap
= Als je een beperking hebt





Bedrijven zien vaak op tegen de kosten van aanpassingen

Slide 13 - Diapositive

Met een handicap is jouw kans op het vinden van werk...
A
kleiner
B
groter

Slide 14 - Quiz

Leeftijd
Jonge mensen zijn:
- goedkoper 
- minder vaak ziek
- Ze kunnen zich vaak gemakkelijker aanpassen aan de eisen van een
werkgever.



Slide 15 - Diapositive

Als je jong bent, is jouw kans op het vinden van werk...
A
kleiner
B
groter

Slide 16 - Quiz

Kansen op banen
Grotere kans op een baan:
  • je bent opgeleid tot geschoold werk
  • je ervaring hebt in het werk
  • je je vakkennis bijhoudt
  • jouw talenten belangrijk zijn voor bedrijven.

Kleinere kans op een baan:
  • je ongeschoold bent
  • je ouder bent
  • je een handicap hebt

Slide 17 - Diapositive

Leidinggevend of uitvoerend werk
Leidinggevend werk

Bij leidinggevend werk vertel je andere mensen wat zij  moeten doen en ben je verantwoordelijk voor het resultaat.​ 

Uitvoerend werk

Bij uitvoerend werk krijg je opdrachten van je baas en die voer je uit.

Slide 18 - Diapositive

Huiswerk:
  • Maken §7.3 opgave  ! t/m 5

Slide 19 - Diapositive