Kunsttheorie quizzzz 0-1800

Examentraining
Wat kan je al? Wat ken je al?
1 / 33
suivant
Slide 1: Diapositive
TekenenMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 33 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Examentraining
Wat kan je al? Wat ken je al?

Slide 1 - Diapositive


1. Deze villa werd gebouw in de 17e eeuw naar Klassieke oudheid voorbeeld. Waarom werden hier de klassieken als voorbeeld gebruikt?
A
De klassieke architectuur (van de Grieken en Romeinen) wordt gezien als esthetisch ideaal.
B
Bouwen in de stijl van de Grieken en Romeinen gaf status aan de architect
C
Men vond het in de 17e eeuw een Romantisch idee om in een naar klassiek voorbeeld gebouwde villa te wonen
D
Men bouwde in Italië sinds de Grieken en Romeinen in deze stijl.

Slide 2 - Quiz

De beeldhouwkunst lijkt op die van de Grieken en Romeinen

  • Griekse mythen en sagen 
  • realistisch
  • veel details
  • onderzoek naar menselijk lichaam
  • perspectief (weergeven van diepte)

Kijk en vergelijk

Slide 3 - Diapositive

Kunst werd in de Middeleeuwen (rond 1200) vooral gemaakt in opdracht van
A
de Kerk
B
rijke burger

Slide 4 - Quiz

De Kerk gaf vooral opdracht tot het maken van
A
portretten
B
bijbels verhalen
C
landschappen
D
mooie illustraties

Slide 5 - Quiz

Romaanse schilderkunst
Gotische schilderkunst
schematische mensfiguren
plooien zijn decoratief
achtergrond plat 
gestileerde vormgeving
duidelijke contourlijnen
er is een achtergrond, maar die is niet perspectivisch correct
enigszins plastisch
steeds meer realistisch en gedetailleerd

Slide 6 - Question de remorquage

Slide 7 - Diapositive

Noem 2 kenmerken van de vormgeving waaraan je kan zien dat Maria belangrijk is.
Noem dan 2 kenmerken van de voorstelling waaraan je dat kan zien.

Slide 8 - Question ouverte

Uitspraken van iemand uit de middeleeuwen:
-Ik geloof in god en god bepaalt hoe mijn leven verloopt.
-Ik moet doen wat god wil anders ga ik naar de hel.
-Alles wat de kerk vertelt is waar.
-god is de verklaring voor alles wat ik niet begrijp.
-Ik kan niet lezen.
-Zelf dingen onderzoeken doe ik niet.


Slide 9 - Diapositive

Slide 10 - Diapositive

Renaissance betekent
A
Wedergeboorte
B
nieuwe interesse voor andere werelddelen
C
nieuwe interesse voor het geloof
D
nieuwe interesse voor de kunst

Slide 11 - Quiz

waar ontstond de renaissance?
A
Leuven
B
Parijs
C
Rome
D
Florence

Slide 12 - Quiz

Waarom leidde de hoge welvaart tot de verspreiding van de renaissance?

Slide 13 - Question ouverte

In de renaissance werd de kunstenaar gezien als een
A
ambachtsman
B
geleerde
C
knutselaar

Slide 14 - Quiz

Kenmerken van de Renaissance-kunst (1)
  • wedergeboorte van de Griekse- en Romeinse kunst/cultuur

  • realistisch (dus zoals in de werkelijkheid) 

  • met veel details

  • met kloppend perspectief (weergeven van diepte)

Slide 15 - Diapositive

Kenmerken van de Renaissance-kunst (2)

  • thema’s: Griekse/Romeinse mythen, maar ook Bijbelse verhalen

  • naakt

  • observeren, dan pas schilderen
mythen zijn verhalen over de Griekse en Romeinse goden

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Diapositive

Noem drie kenmerken van Renaissance kunst

Slide 18 - Question ouverte

middeleeuwen
renaissance

Slide 19 - Question de remorquage

Slide 20 - Diapositive

Het origineel:
rond 120 na Chr.
Daarop geïnspireerd:
rond 1580 na Chr.
 De bouwkunst lijkt op de bouwkunst van de oudheid

Slide 21 - Diapositive

Het toepassen van symmetrie in de beeldende kunst valt onder het kenmerk
A
realisme
B
estheticisme
C
classicisme

Slide 22 - Quiz

Het maken van schetsen om de juiste anatomische verhoudingen onder de knie te krijgen, valt onder:
A
realisme
B
estheticisme
C
classicisme

Slide 23 - Quiz

Wat was de reformatie?

Slide 24 - Carte mentale

Waardoor verspreidde de reformatie snel over Europa?


A
bodes
B
nieuwe wegen
C
ontdekkingsreizigers
D
boekdrukkunst

Slide 25 - Quiz

Humanisme betekent
A
Leven waarin god centraal staat
B
Leven waarbij de mens centraal staat
C
Godsdienst waarbij de natuur belangrijkst is
D
Een ander woord voor reformatie

Slide 26 - Quiz

Symbolen voor vergankelijkheid

Slide 27 - Carte mentale

figuratief
Abstract
Naar de 
waarneming
Naar de 
fantasie
portret
Stilleven
landschap

Slide 28 - Question de remorquage

Slide 29 - Diapositive

stofuitdrukking
Clair obscur
emblemata
Trompe l'oeil

Slide 30 - Question de remorquage

Waarom is de schilderkunst in de Noordelijke Barok soberder dan die in de Zuidelijke Barok?

Slide 31 - Question ouverte

een schilderij dat naar de vluchtigheid van het leven verwijst
Een verzameling van kunstvoorwerpen, curiosa en wetenschappelijke artefacten
een van de 5 schilderkunstige genres in de Nederlandse schilderkunst
De overheersende stroming in de Nederlandse schilderkunst van de 17e eeuw.
Landschap
Barok
Burgerlijk realisme
Kunstkamer
genrestuk
vanitas
Humanisme
Realisme
Classicisme
Vanitas

Slide 32 - Question de remorquage

Welke vraag heb je zelf nog over de toets stof?
timer
1:00

Slide 33 - Question ouverte