Cette leçon contient 48 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 45 min
Éléments de cette leçon
Welkom in de les
Vandaag:
terug blikken op §12.4
leerdoelen §12.5
uitleg §12.5
Maken opdrachten
Afsluiten les
§12.5 Energie en botsen
Slide 1 - Diapositive
Pak je device erbij
Slide 2 - Diapositive
Sleep het vt-diagram naar de juiste soort beweging.
eenparig
vertraagd
versneld
Slide 3 - Question de remorquage
Een auto rijdt weg bij een verkeerslicht. Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging
Slide 4 - Quiz
Je moet op de fiets afremmen, omdat de spoorbomen dichtgaan. Wat voor beweging is dit?
A
een eenparige beweging
B
een versnelde beweging
C
een vertraagde beweging
Slide 5 - Quiz
Als de netto kracht op een voorwerp nul is, is ook de snelheid van dat voorwerp nul.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 6 - Quiz
De versnelling is altijd in de richting van de netto kracht
A
Juist
B
Onjuist
Slide 7 - Quiz
Een auto rijdt 49 km/h als voor hem het verkeers-licht op rood springt. De bestuurder remt en staat in 2,2 s stil. Bereken de vertraging van de auto.
A
22,3 m/s2
B
-6,2 m/s2
C
-22,3m/s2
D
6,2 m/s2
Slide 8 - Quiz
Een auto rijdt 49 km/h als voor hem het verkeers-licht op rood springt. De bestuurder remt en staat in 2,2 s stil. Bereken de vertraging van de auto.
Slide 9 - Question ouverte
Leerdoelen §12.5
Je kunt:
de arbeid uit kracht en afstand berekenen;
aangeven hoe de bewegingsenergie door arbeid verandert;
de wet van behoud van energie toepassen.
Je device gaat weer in de tas
Slide 10 - Diapositive
Energie en botsen
Waar blijft de
bewegingsenergie van de
automobilist?
Slide 11 - Diapositive
Arbeid en bewegingsenergie
Om de auto in beweging te krijgen, moet er een grote kracht uitgeoefend worden.
De wagen krijgt dan snelheid
en dus bewegingsenergie.
De duwers verrichten arbeid.
Slide 12 - Diapositive
Arbeid en bewegingsenergie
De kracht verplaatst zich over een bepaalde afstand.
De hoeveelheid verrichte arbeid is groter bij een grotere kracht of een
grotere afstand.
In formule:
W=F⋅s
Slide 13 - Diapositive
Arbeid en bewegingsenergie
Er wordt alleen arbeid verricht bij:
- verandering van (bewegings)energie
- verplaatsing
W=F⋅s
Slide 14 - Diapositive
even oefenen!
Bij het fietsen beweegt Klaas met
een constante snelheid.
De spierkracht die klaas levert is 600 N.
Bereken de arbeid die klaas verricht als hij 1500 m fietst.
Slide 15 - Diapositive
even oefenen!
G: Fspier = 600 N, s = 1500 m
G: W = ? J
F: W = F . s
B: W = F . s = 600 . 1500 = 900.000 J
A: de verrichte arbeid is 900.000 J = (900kJ)
Slide 16 - Diapositive
even oefenen!
Bij het afremmen voor een stoplicht beweegt
Klaas eenparig vertraagd.
De bewegingsenergie van Klaas is 1850 J.
Zijn remkracht is 200 N.
Bereken via arbeid de afstand van het remmen.
Slide 17 - Diapositive
even oefenen!
G: W = 1850 J, Frem = 200 N
G: s = ? m
F:
B:
A: de afgelegde afstand is 9,25 m
s=FW
W=F⋅s
s=FW=2001850=9,25
Slide 18 - Diapositive
Arbeid bij botsen
Bij een botsing verandert de snelheid. De auto krijgt minder bewegingsenergie. Dit komt doordat er een kracht op de auto werkt. Deze kracht verricht dus arbeid.
Slide 19 - Diapositive
Arbeid bij botsen
De verrichte arbeid is gelijk aan de verandering van bewegingsenergie.
21⋅m⋅v2=F⋅s
Ek=W
Slide 20 - Diapositive
Even oefenen
Een auto (1965) heeft bij een snelheid van 100 km/h
een bewegingsenergie van 460 kJ.
De kreukelzone van de auto is 12 cm.
a. Hoe groot is de arbeid tijdens de botsing.
b. Bereken de kracht (F) tijdens de botsing in kN.
Rond af op een heel getal.
timer
10:00
Slide 21 - Diapositive
Even oefenen
a. De bewegingsenergie wordt volledig
omgezet in arbeid.
De arbeid is dan ook 460 kJ.
Slide 22 - Diapositive
Antwoord
G: W = 460 kJ = 460.000 J, s = 12 cm = 0,12 m
G: F = ? N
F:
B:
A: De gemiddelde kracht is 3.833 kN
W=F⋅s
F=sW
F=sW=0,12460.000=3.833.333,33N
Slide 23 - Diapositive
Aan de slag!
Lezen §12.5 uit je boek (vanaf blz. 134)
Maken 117, 121, 124, 125, 131 en 133 (vanaf blz. 137)
timer
15:00
Slide 24 - Diapositive
Aan de slag!
Lezen §12.3 uit je boek (vanaf blz. 112)
Maken 70, 72, 74, 77, 83, 90 en 93 (vanaf blz. 115)
Lees §12.4 uit je boek (vanaf blz. 123)
Maken 100, 102, 104, 106 en 110 (vanaf blz. 127)
Lezen §12.5 uit je boek (vanaf blz. 134)
Maken 117, 121, 124, 125, 131 en 133
(vanaf blz. 137)
timer
15:00
Slide 25 - Diapositive
Energie en botsen
Waar blijft de
bewegingsenergie van de
automobilist?
Slide 26 - Diapositive
Je kunt...
de arbeid uit kracht en afstand berekenen;
aangeven hoe de bewegingsenergie door arbeid verandert;
de wet van behoud van energie toepassen.
Slide 27 - Diapositive
Herhaling hoofdstuk 12
Slide 28 - Diapositive
Leerdoelen hoofdstuk 12:
Je kunt:
verschillende soorten bewegingen en hun diagrammen herkennen;
aangeven welke factoren de reactieafstand beïnvloeden;
aangeven welke factoren een rol spelen bij de lengte van de remweg;
de stopafstand berekenen.
de bewegingsenergie van een bewegend voorwerp berekenen;
de zwaarte-energie van een voorwerp berekenen;
de wet van behoud van energie toepassen.
Je leert wat je in een voertuig merkt van een snelheidsverandering.
Je leert welke veiligheidsmaatregelen je beschermen in de auto.
Je leert hoe de veiligheidsmaatregelen de gevolgen van een botsing verminderen.
de versnelling of vertraging van een beweging uitrekenen;
de kracht uitrekenen die nodig is bij een versnelling of vertraging.
Slide 29 - Diapositive
eenparig versneld - eenparig - eenparig vertraagd
Slide 30 - Question de remorquage
Reactieafstand berekenen
reactieafstand = snelheid . reactietijd
s=v⋅t
Slide 31 - Diapositive
Stopafstand
stopafstand = reactieafstand + remweg
"De totale afgelegde afstand vanaf het moment van de prikkel tot het moment van stilstand."
Staat niet in de BINAS!
Slide 32 - Diapositive
Stopafstand
stopafstand = reactieafstand + remweg
"De totale afgelegde afstand vanaf het moment van de prikkel tot het moment van stilstand."
Slide 33 - Diapositive
Bewegingsenergie
Bewegingsenergie is de energie die een voorwerp heeft als hij beweegt.
Ek=21⋅m⋅v2
Slide 34 - Diapositive
Zwaarte-energie
Zwaarte-energie is de energie die een voorwerp heeft als het hoogte heeft.