10.3B Logaritmische functie

10.3B De logaritmische functie

- Logaritmische functie
- Logaritmen op de GR
- Logaritmen omschrijven

1 / 10
suivant
Slide 1: Diapositive
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

Cette leçon contient 10 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Éléments de cette leçon

10.3B De logaritmische functie

- Logaritmische functie
- Logaritmen op de GR
- Logaritmen omschrijven

Slide 1 - Diapositive

10.3B Logaritmische functie

Slide 2 - Diapositive

10.3B Logaritmen op de GR
log...=​10​​log...
Andere logaritmen voeren we in met logBASE (logGRONDTAL)

Slide 3 - Diapositive

10.3B Logaritmen op de GR
log​4​​(16)=2
Je GR schrijft dus:
Wij schrijven:
​4​​log(16)=2

Slide 4 - Diapositive

10.3B Logaritmen omschrijven
​g​​log(a)=​log(g)​​log(a)​​
Rekenregel:

Slide 5 - Diapositive

10.3B Logaritmen omschrijven
​5​​log(30)=​log(5)​​log(30)​​
Dus

Slide 6 - Diapositive

10.3B Logaritmen omschrijven
y=3⋅​5​​log(x)
Zo kunnen we bijvoorbeeld


omschrijven naar de vorm
y=a⋅log(x)

Slide 7 - Diapositive

10.3B Logaritmen omschrijven
y=3⋅​5​​log(x)
y=3⋅​log(5)​​log(x)​​

Slide 8 - Diapositive

10.3B Logaritmen omschrijven
y=3⋅​5​​log(x)
y=3⋅​log(5)​​log(x)​​
y=​log(5)​​3​​⋅log(x)

Slide 9 - Diapositive

10.3B Logaritmen omschrijven
y=3⋅​5​​log(x)
y=3⋅​log(5)​​log(x)​​
y=​log(5)​​3​​⋅log(x)
y=4,29⋅log(x)

Slide 10 - Diapositive