Oplossingen en verdunnen

1 / 27
suivant
Slide 1: Diapositive
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

Cette leçon contient 27 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Meneer J heeft een infuus van 1,5 liter die in 12 uur moet lopen.
Bereken de druppelsnelheid per minuut (rond af op hele getallen)

Slide 2 - Question ouverte

Meneer Z krijgt sondevoeding deze loopt al 45 minuten een snelheid van 50 druppels per minuut.
Hoeveel ml voeding is er in die tijd ingelopen? (afronden op hele getallen)

Slide 3 - Question ouverte

Meneer K heeft een spuitenpomp van 45 ml en die moet in 5 uur inlopen.
Op welke stand zet je de pomp?

Slide 4 - Question ouverte

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Diapositive

Hoeveel mg Halamid is er opgelost in een 5%-oplossing van 40 ml?

Slide 8 - Question ouverte

Hoeveel mg Halamid is er opgelost in een 3%-oplossing van 800 ml?

Slide 9 - Question ouverte

Slide 10 - Diapositive

Slide 11 - Diapositive

Je hebt een suikeroplossing staan van 25 ml. Daar zit 500 mg zout in. Wat is de sterkte van zout in procenten?

Slide 12 - Question ouverte

De totale oplossing is 400 ml. Opgeloste stof is 12 gram suiker.
Wat is de sterkte in %?

Slide 13 - Question ouverte

Slide 14 - Diapositive

Slide 15 - Diapositive

Je hebt 2 gram stof
Gevraagde sterkte van de oplossing is 4 %.
Wat is de totale volume?

Slide 16 - Question ouverte

Je hebt 20 ml Glucose.
Gevraagde sterkte van de oplossing 5 %.
Wat is de totale volume?

Slide 17 - Question ouverte

Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Diapositive

Slide 20 - Diapositive

Je hebt 60 ml waterperoxide 6%. Deze moet je verdunnen tot 2 %.
Wat is de verdunningsfactor?

Slide 21 - Question ouverte

Slide 22 - Diapositive

Slide 23 - Diapositive

Je moet maken 300ml 2% Halamid-oplossing. Je hebt op voorraad een 6% oplossing.
Wat is de beginoplossing?

Slide 24 - Question ouverte

Slide 25 - Diapositive

Slide 26 - Diapositive

100 ml suikeroplossing 6%, verdunnen tot 2%
Wat word de eindoplossing?

Slide 27 - Question ouverte