Hoofdletters en Leestekens

DOEL

LEESTEKENS GOED GEBRUIKEN

- je weet waar je hoofdletters moet gebruiken

- je kunt punten, vraagtekens, uitroeptekens en komma's goed gebruiken


1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

DOEL

LEESTEKENS GOED GEBRUIKEN

- je weet waar je hoofdletters moet gebruiken

- je kunt punten, vraagtekens, uitroeptekens en komma's goed gebruiken


Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

Verschillen in betekenis

- Katten, spinnen, ijsberen, vissen, gieren, vliegen en honden slapen


- Katten spinnen, ijsberen vissen, gieren vliegen en honden slapen

Waardoor komt het verschil in betekenis?

Slide 5 - Diapositive

Waarom gebruiken we leestekens?

Slide 6 - Carte mentale


Wanneer gebruik je hoofdletters?

Slide 7 - Question ouverte

Wanneer gebruik je géén hoofdletter?
A
Namen van winkels
B
Familienamen
C
Namen van maanden
D
Namen van musea

Slide 8 - Quiz

Wanneer gebruik je géén hoofdletter?
A
Namen van feestdagen
B
Namen van jaargetijden
C
Namen van personen
D
Namen van bedrijven

Slide 9 - Quiz

Hoofdletters
- Aan het begin van een zin (Maar: 's Ochtends drink ik koffie.)
- Namen: Martijn de Jong, Bouwlingstraat, Tilburg, Puma, Kerst
- Woorden die van namen zijn gemaakt
    Brabantse worstenbroodjes

Let op: niet bij woensdag, november, herfst, zuiden!

Slide 10 - Diapositive

LEESTEKENS

- punten

- vraagtekens

- uitroeptekens

- komma's

Slide 11 - Diapositive

Slide 12 - Vidéo

PUNTEN

- Aan het einde van een zin


Vandaag heb ik een hockeywedstrijd.

Morgen ga ik logeren bij mijn vriendin.

Slide 13 - Diapositive

VRAAGTEKENS

- Na een directe vraag


Tot hoe laat ben jij vanmiddag op school?

'Neem jij mijn tas mee?' vroeg Martijn.

Wanneer geen vraagteken?

Bij een indirecte vraag gebruik je géén vraagteken.

Ik zou graag weten, wanneer je op school komt.

Slide 14 - Diapositive

UITROEPTEKENS (1)

- Om aan te geven dat iemand luid roept


'Ik ben beneden!' klonk het vanuit de kelder.



Slide 15 - Diapositive

UITROEPTEKENS (2)

- Om een bevel of waarschuwing aan te geven


Halt, of ik schiet!

Stop!

Kom hier!



Slide 16 - Diapositive

KOMMA'S (1)

- Maakt een zin overzichtelijker

- Staat op de plaats waar je bij hardop lezen even een rust neemt


Onze hond eet erg veel, toch is hij niet dik.


Slide 17 - Diapositive

KOMMA'S (4)

- Tussen de delen van een opsomming


Ik hou van verschillende smaken ijs: chocolade, vanille, bosvruchten en cookie&caramel.



Slide 18 - Diapositive

KOMMA'S (3)

- Tussen twee persoonsvormen


Als je fietsband lek is, moet je ervoor zorgen dat het gemaakt wordt.



Slide 19 - Diapositive

KOMMA'S (4)

- Vóór voegwoorden (omdat, maar, nadat, terwijl, want, zodat. Maar niet bij: EN!


Ik wil naar huis, omdat ik moe ben.

Ik ga naar huis en ik ga op de bank liggen.



Slide 20 - Diapositive

Schrijf over. Zet leestekens waar dat moet.

Als het pijn doet geef je maar een gil

Slide 21 - Question ouverte

Schrijf over. Zet leestekens waar dat moet.

Ik blijf vandaag thuis omdat ik schoolziek ben

Slide 22 - Question ouverte

GELEERD

LEESTEKENS GOED GEBRUIKEN

- je weet waar je hoofdletters moet gebruiken

- je kunt punten, vraagtekens, uitroeptekens en komma's goed gebruiken

Slide 23 - Diapositive

numo
maken taak: leestekens
inlog : voorletter + achternaam
ww.derotonde1
schoolnaam: derotondebreda

Slide 24 - Diapositive