Franse en Engelse leenwoorden

1 / 17
suivant
Slide 1: Diapositive
SpellingBasisschoolGroep 8

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Leenwoorden
Woorden uit een andere taal die we in het Nederlands gebruiken.

Meestal uit het: Engels, Frans, Duits, Latijn
Maar ook uit het: Fins, Japans, Spaans

Het zijn weetwoorden.
 

Slide 2 - Diapositive

Sleep de leenwoorden naar de juiste plaatjes. 
Italiaans
Engels
Frans
Duits
confetti
keeper
restaurant
uberhaupt

Slide 3 - Question de remorquage

Franse leenwoorden
* routewoord
* chefwoord
* garagewoord
*cadeauwoord
* caféwoord
* militairwoord
* trottoirwoord

Slide 4 - Diapositive

Frans leenwoord
Geen Frans leenwoord
diner
privacy
e-mail
confetti
croissant
chique
trottoir
bouillon
sale
paella

Slide 5 - Question de remorquage

Franse leenwoorden

Slide 6 - Carte mentale

In sommige Franse leenwoorden 
staat een -e- met een accent: 
  • é  -  klinkt als de /ee/ van   zee               privé,  logé

  • è -   klinkt als de /e/  van    bel                crèche, crème       
  •        
  • ê -   klinkt als de /e/  van     bel               enquête, crêpepapier

Slide 7 - Diapositive

Wat is een Frans leenwoord?
A
sticker
B
badkamer
C
spiegel
D
douche

Slide 8 - Quiz

Schrijf een Frans leenwoord op dat je krijgt op je verjaardag.

Slide 9 - Question ouverte

Je ziet hier friet met ...........
(een Frans leenwoord, maar als je het in Frankrijk bestelt, smaakt het heel anders dan hier)

Slide 10 - Question ouverte

Engelse leenwoorden

Slide 11 - Diapositive

Sommige Engelse leenwoorden eindigen op sh. Bijvoorbeeld bij cash. Je hoort /sj/. maar schrijft sh.

Slide 12 - Diapositive

In sommige Engelse leenwoorden klinkt de a als een /e/. Bijvoorbeeld bij laptop. Je hoort een /e/, maar schrijft een a.


Slide 13 - Diapositive

Sommige Engelse leenwoorden eindigen op tch. Bijvoorbeeld bij stopwatch. Je hoort /tsj/, maar schrijft tch.

Slide 14 - Diapositive

Leenwoorden uit het Engels zijn woorden die je moet onthouden
Bijvoorbeeld:
  • shirt
  • keeper
  • camper
  • placemat

Slide 15 - Diapositive

Welk leenwoord uit het Engels betekent "ontwerp" ?
A
picture
B
design
C
paper
D
chair

Slide 16 - Quiz

Engels leenwoord
Geen Engels leenwoord
maillot
sushi
bagage
bloknote
laptop
maffia
design
t-shirts
trottoir
sale

Slide 17 - Question de remorquage