voltooid deelwoord 2.3

Voltooid deelwoord
- Het voltooid deelwoord is altijd een werkwoord.
- Het voltooid deelwoord geeft aan dat iets is afgelopen 
   (voltooid).
- In een zin met een voltooid deelwoord staat altijd een          persoonsvorm in van hebbenzijn of worden.
- Het voltooid deelwoord staat vaak aan het eind van een zin.
- Het voltooid deelwoord begint vaak met ge-, be- of ver-.
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

Éléments de cette leçon

Voltooid deelwoord
- Het voltooid deelwoord is altijd een werkwoord.
- Het voltooid deelwoord geeft aan dat iets is afgelopen 
   (voltooid).
- In een zin met een voltooid deelwoord staat altijd een          persoonsvorm in van hebbenzijn of worden.
- Het voltooid deelwoord staat vaak aan het eind van een zin.
- Het voltooid deelwoord begint vaak met ge-, be- of ver-.

Slide 1 - Diapositive

Voorbeeld vd - sterk ww (klankverandering)
  • gelopen
  • geslapen
  • bedrogen

Voorbeeld vd - zwak ww (de of te in verleden tijd) 
  • gemaakt (want maakt
  • gegooid (want gooide)
  • verhuisd (want verhuisde)> bij twijfel kofschip.
Voltooid deelwoord

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Spelling van het voltooid deelwoord (en pvvt)
Voorbeelden met d of t.
hele ww= Fietsen
haal "en" af van het ww.
De s zit in het 't ex kofschip, dan is het vd, met een t
gefietsT

hele ww= Geloven
De v zit niet in 't ex kofschip, dus dan is het: Ik heb geloofd.

Slide 4 - Diapositive

De student werd (straffen) ................ voor zijn gewelddadige actie.
A
gestraft
B
gestrafd

Slide 5 - Quiz

Hij heeft het bestand (downloaden)........................ op zijn computer.
A
gedownloat
B
gedownload
C
gedownloadt

Slide 6 - Quiz


Job is gisteren (verhuizen) naar Groningen.
A
verhuist
B
verhuisd

Slide 7 - Quiz

De buurman heeft een uur op de deur (bonzen) ......................
A
gebonst
B
gebonsd

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Diapositive


Zij heeft aan mij ........... dat ze stopt met internetpesten.
A
belooft
B
beloofd

Slide 10 - Quiz

Mijn zusje heeft veel in haar huis (klussen) ....................
A
geklust
B
geklusd

Slide 11 - Quiz

De bedrijfshulpverlener wordt ook wel bhv'er (noemen) ............................
A
genoemt
B
genoemd

Slide 12 - Quiz

De mantelzorger heeft haar moeder (douchen)...............................
A
gedoucht
B
gedouchd

Slide 13 - Quiz

In het zorgcentrum waren veel studenten met hun stage (beginnen).....................
A
gebegint
B
begonnen
C
begind

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Diapositive

De docent heeft de fout (verbeteren)..............................
A
verbeterd
B
verbetert

Slide 16 - Quiz

Hij is (starten)....................... met het volgende project
A
gestart
B
gestard

Slide 17 - Quiz

voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
 Zo kort mogelijk!
De foto is vergroot --> de vergrote foto.
Ik verwacht hem elk moment --> de verwachte vriend.
De weg is verbreed --> de verbrede weg.
De fiets is gevonden --> de gevonden fiets.
 
maar: Het geredde kind, De vertrokken ouders.


Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Diapositive

De (verloten) ....................... prijzen bij bingo waren duur.
A
verlote
B
verlootte
C
verloten

Slide 20 - Quiz

De (bakken) .................... aardappelen smaken heerlijk.
A
bakkende
B
bakkend
C
gebakken
D
gebaken

Slide 21 - Quiz

Slide 22 - Vidéo

(Mopperen) .............................kwamvoetballer de kleedkamer in.
A
Mopperent
B
Mopperend

Slide 23 - Quiz

Hij had het niet zo (bedoelen) .................................
A
bedoelt
B
bedoeld

Slide 24 - Quiz