9. Leesvaardigheid

¿Qué hacemos 
hoy en la clase?

  • La evaluación
  • Leer textos
  • Repasar la gramática
  • Vamos a hablar
1 / 26
suivant
Slide 1: Diapositive
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

Cette leçon contient 26 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

¿Qué hacemos 
hoy en la clase?

  • La evaluación
  • Leer textos
  • Repasar la gramática
  • Vamos a hablar

Slide 1 - Diapositive

    SO martes el 15 de marzo

Helaas kloppen de tareas niet helemaal...

Zorg dat je het juiste leert, dat doe je door te leren uit je boekje: 
"Un día de mi vida" tarea 2, 3 en 4. 

Ik heb jullie op 22 februari een mail verstuurd met alle woordenschat. 
Van deze lijst hoef je 4.1 "hacer una cita" niet te kennen. 

 


Slide 2 - Diapositive

Indien je de tekst groter wenst, dan kan je deze tekst
 ook vinden in je module op pagina 37.

¿Qué tal el instituto?

Lees de tekst. Noteer in je schrift nummer 1 t/m 8. 
Schrijf achter ieder nummer van wie de uitspraak is. 

Slide 3 - Diapositive

Indien je de tekst groter wenst, dan kan je deze tekst
 ook vinden in je module op pagina 37.

5.3 ¿Qué tal el instituto?

Lees de tekst. Noteer in je schrift nummer 1 t/m 8. 
Schrijf achter ieder nummer van wie de uitspraak is. 
X
X
X
X
X
X
X
X

Slide 4 - Diapositive

Libro del alumno
página setenta y seis

¡REPASO!
EJERCICIOS 1, 2, 4 y 5

Slide 5 - Diapositive

Las respuestas
1.
1.Son las doce y veinticinco.
2. Es la una menos cuarto.
3. Son las cinco y media.
4. Son las cinco menos tres.
5. Son las ocho y diez.
6. Son las diez y cuarto. 
2.
a. escuchar música
b. levantarse
c. limpiar la casa. 
d. comer 
e. acostarse
f. quedar con amigos. 
g. navegar por internet
h. hacer la compra
i. ver una película
3.  (extra opdracht)
a. me ducho
b. un tostada con mermelada y mantequilla
c. un café con leche
d. hasta las 14:00 h
e. a las 21:30
f. me acuesto 
g. quedo

Slide 6 - Diapositive

klinkerwisseling
wederkerende werkwoorden
se despiertan
empiezan
quieren
duerme
pide
queremos
puedes
me levanto
te vistes
se ducha
se acuestan

Slide 7 - Diapositive

klinkerwisseling
wederkerende werkwoorden
Schrijf de antwoorden in je schrift.

Slide 8 - Diapositive

Beatriz beschrijft haar dag maar ze is moe en heeft fouten gemaakt in de werkwoorden. Verbeter de werkwoorden in haar tekst.

Slide 9 - Diapositive

Beatriz beschrijft haar dag maar ze is moe en heeft fouten gemaakt in de werkwoorden. Verbeter de werkwoorden in haar tekst.
empeza
empiezo
Te duchas
me ducho
corro
corres
comes
como
quedas
quedo
estudian
estudiamos
hacéis
hacemos
me acosto
me acuesto
lees
leo
salís
salimos
veis
vemos

Slide 10 - Diapositive

Noteer de antwoorden in je schrift.

Slide 11 - Diapositive

Slide 12 - Diapositive

Libro del alumno
página setenta y ocho

ejercicios 1, 2, 3 y 4.

Slide 13 - Diapositive

1 - E
2 - D
3 - G
4 - C
5 - H
6 - A
7 - B
8 - F

Slide 14 - Diapositive

Slide 15 - Diapositive

x
x
x
x
x

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Diapositive

hago deporte
desayuno con mi abuela
juego al fútbol
juego al tenis
toco el piano 
toco el violín
visito a la familia
limpio mi dormitorio
voy al cine
voy al supermercado
voy a la escuela
como queso
monto en bici


voorbeelden:

Slide 18 - Diapositive

Wat is ook alweer het verschil tussen 'por la tarde' en 'de la tarde'?

Slide 19 - Question ouverte

Wat is het verschil tussen:
'a las' en 'son las'?

Slide 20 - Question ouverte

Let op we gaan zo spreekvaardigheid oefenen, dus zorg dat als er een vraag zoals 5 aan je gesteld wordt. Dat je daar met een hele zin op kan antwoorden.
klik!
Vul de antwoorden in bij oefening 6.
TIP!
1. Maak gebruik van de woorden uit de vraagzin. 
2. Zorg dat je het werkwoord altijd aanpast. 
3. Je hoeft niet de waarheid te spreken, kies voor eenvoudige woordenschat. Laat vooral zien dat je de grammatica beheerst.

Slide 21 - Diapositive

Spreekvaardigheid
  • Maak gebruik van de woorden in de vraagzin.
  • Zorg dat je het werkwoord aanpast naar de juiste persoon.


¿Qué haces el domingo por la mañana?
- El domingo por la mañana hago deporte.

Er worden dezelfde woorden gebruikt. 
Maar er wordt gevraagd wat doe jij
Je geeft antwoord met de ik-vorm.
Het aanpassen van het werkwoord is duserg belangrijk!


voorbeeld:
TIP!
TIP: tijdens de toets hoef je niet altijd de waarheid te spreken. Als jij een super ingewikkelde hobby hebt, waarvan je de vertaling niet kent, dan mag je gerust zeggen dat je op zaterdag danst. Het gaat erom dat je laat zien dat je de juiste grammatica toepast.

Slide 22 - Diapositive

Slide 23 - Lien

Probeer de tekst te verbeteren
¡Ola Carlos!

Me llamo Laura, un holandés de qatorce anos. Vivo en Tilburg, una ciudad en los Países Bajos. Todos los días levanto por las siete de la mañana. Ducharse a las ocho menos cuatro. Me desayuno pan y beber leche.

Mi escuela se llama Dr. Knippenbergcollege es una escuela bastante grande. La escuela empeza a las ocho y medio. A mí me gustan ir a la escuela. Mi asignatura favorito es el español. No me gusta la economía, pero siempre haco mis deberes. Mi profe de educación física es muy amablo.

¿Porque no quedamos mañana, el miércoles? ¿Venes al cine conmigo? 
¿O preferes tomar un refresco?

Un saludo,
Laura

Slide 24 - Diapositive

Waar kan je op letten?
  • Zijn alle werkwoorden vervoegd? 
  • Spelling
  • Zijn de wederkerende werkwoorden in zijn geheel vervoegd. 
  • Is er niet onnodig gebruik gemaakt van me/te/se/nos/os/se? 
  • Mannelijk / vrouwelijk 
  • Is de klinkerwisseling goed toegepast? 
  • Onregelmatige werkwoorden

Slide 25 - Diapositive

Probeer de tekst te verbeteren
¡Hola Carlos!

Me llamo Laura, una holandesa de catorce años. Vivo en Tilburg, una ciudad en los Países Bajos. Todos los días me levanto a las siete de la mañana. Me ducho a las ocho menos cuarto. Desayuno pan y bebo leche.

Mi escuela se llama Dr. Knippenbergcollege es una escuela bastante grande. La escuela empieza a las ocho y media. A mí me gusta ir a la escuela. Mi asignatura favorita es el español. No me gusta la economía, pero siempre hago mis deberes. Mi profe de educación física es muy amable.

¿Por qué no quedamos mañana, el miércoles? ¿Vienes al cine conmigo? 
¿O prefieres tomar un refresco?

Un saludo,
Laura

Wist je dat?
Por qué = waarom
Porque = omdat

Slide 26 - Diapositive