4. Sparen & lenen

timer
0:30
Wat zijn de functies van de
commerciële banken?
(kleine banken bijv. ABN)
1 / 20
suivant
Slide 1: Carte mentale
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

Cette leçon contient 20 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

timer
0:30
Wat zijn de functies van de
commerciële banken?
(kleine banken bijv. ABN)

Slide 1 - Carte mentale

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

timer
0:20
Waarom spaar jij?

Slide 4 - Carte mentale

Sparen uit voorzorg
Dit spaargeld gebruik je alleen bij onverwachte uitgaven: een kapotte wasmachine of tv, of een niet-verzekerde schade.

Sparen = Reserveren. 
Weet je het nog? 
Incidentele uitgaven/Reserveringsuitgaven
Sparen voor een doel
Dit spaargeld gebruik je voor dure producten die je in de toekomst wilt kopen: een nieuwe tv, een scooter of om op vakantie te gaan.

Heb jij gespaard toen je een Playstation 5 wou kopen? Of spaar je misschien al voor je rijbewijs? Dit is een doel!
Sparen voor de rente
Dit spaargeld gebruik je niet. Je spaart zodat je geld meer waard wordt door de rente.

Rente is op het moment wel laag. Je krijgt maar een paar euro extra. Is beleggen niet beter voor je spaargeld?
Sparen voor een verwachte daling
Je spaart bijvoorbeeld voor je pensioen of om minder te kunnen gaan werken (bijvoorbeeld als er een baby geboren wordt in je gezin).

Slide 5 - Diapositive

Justin wilt een nieuwe laptop kopen. Hiervoor zet hij elke maand €100 aan de kant
A
sparen uit voorzorg
B
sparen voor een doel
C
sparen voor rente
D
sparen om een verwachte daling van inkomen op te vangen

Slide 6 - Quiz

Paul gaat volgend jaar met pensioen. Om dan nog steeds leuke dingen te kunnen doen met zijn familie, spaart hij nu elke maand €150 bij de bank.
A
sparen uit voorzorg
B
sparen voor een doel
C
sparen voor rente
D
sparen om een verwachte daling van inkomen op te vangen

Slide 7 - Quiz

Gino fietst altijd heel onvoorzichtig en heeft vaak een lekke band. Om zijn fiets te kunnen laten repareren voor het geval dat het nodig is, zet hij elke week €10 aan de kant
A
sparen uit voorzorg
B
sparen voor een doel
C
sparen voor rente
D
sparen om een verwachte daling van inkomen op te vangen

Slide 8 - Quiz

Laura houdt elke maand €500 euro over, om haar geld te verdubbelen spaart zij bij de bank
A
sparen uit voorzorg
B
sparen voor een doel
C
sparen voor rente
D
sparen om een verwachte daling van inkomen op te vangen

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Vidéo

Waarom zou je kunnen lenen?

Slide 11 - Question ouverte

Slide 12 - Diapositive

Maandtermijn
= AFLOSSING + RENTE

Aflossing: het deel wat je moet terugbetalen van het geleende bedrag
Rente: bedrag dat je EXTRA moet betalen aan de bank, dit is een soort van vergoeding. Hier verdient de bank aan.

Slide 13 - Diapositive

AFLOSSING
RENTE
Je hebt €3.600 euro geleend. 

36 maanden lang betaal je €100 euro per maand terug.

Na 36 maanden betaal je dus 36 x €100 = €3.600 euro terug. Dat is dus het volledige geleende bedrag.


Bovenop die €3.600 euro moet je nog €360 euro aan rente betalen.

Elke maand betaal je hier een deel van terug, namelijk €10 euro.

Na 36 maanden heb je dus 36 x €10 = €360 euro extra terugbetaald. Dit is de rente


MAANDTERMIJN
+

Slide 14 - Diapositive

Je leent €10.000 euro voor 2 jaar. Na 2 jaar heb je in totaal €11.050 euro terugbetaald. Wat is de rente?
A
€1.050 euro
B
€50 euro
C
€11.050 euro
D
€10.000

Slide 15 - Quiz

Je leent €10.000 euro voor 2 jaar. Na 2 jaar heb je in totaal €11.050 euro terugbetaald. Wat is de aflossing per maand?
A
€416,67 euro
B
€500
C
€43,75
D
€50

Slide 16 - Quiz

Je leent €10.000 euro voor 2 jaar. Na 2 jaar heb je in totaal €11.050 euro terugbetaald. Wat is de rente per maand?
A
€416,67 euro
B
€500
C
€43,75
D
€50

Slide 17 - Quiz

Je leent €10.000 euro voor 2 jaar. Na 2 jaar heb je in totaal €11.050 euro terugbetaald. Wat is de maandtermijn?
A
€460,42
B
€416,67
C
€43,75
D
€50

Slide 18 - Quiz

aflossing
rente
maandtermijn
Het geld wat je geleend hebt en terug moet betalen.
Vergoeding die je moet betalen
Maandelijks bedrag dat je terug moet betalen aan de bank

Slide 19 - Question de remorquage

Slide 20 - Diapositive