Python - les 1

Python
1 / 15
suivant
Slide 1: Diapositive
InformaticaMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactif et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min

Éléments de cette leçon

Python

Slide 1 - Diapositive

Wat gaan we doen?
  • hoe werkt idle
  • eisen aan variabelen
  • soorten variabelen
  • waarden toekennen aan variabelen
  • input







Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Diapositive

Variabelen
Denk bij een variabele aan een lege doos waar je "iets" in kan doen.
getalA

Slide 10 - Diapositive

Variabelen
Tijdens het uitvoeren kan je een variable "vullen" met informatie.
5
getalA = 5
Lees: getalA wordt 5

Slide 11 - Diapositive

Eisen aan variabele namen
  • De naam moet met een letter beginnen
  • De naam mag geen andere vreemde tekens bevatten dan de  underscore _
  • Er mogen geen spaties in de naam voorkomen
  • De naam moet logisch zijn, beschrijvend
  • De naam mag bestaan uit letters, getallen en underscores
  • camelCase is toegestaan

Slide 12 - Diapositive

Juiste variabele namen
Foute variabele namen
1eGetal
getal1
alleJongensZijnStom

aantalMeisjes
aantal_Jongens
aantal-docenten
aantalJongens@home
som

Slide 13 - Question de remorquage

waarden toekennen via input
Stel je hebt de variabele voornaam en je wilt graag weten hoe iemand heet. 
In python doe je dit als volgt:


In het Shellvenster komt de vraag "Wat is je voornaam te staan". De gebruiker typt zijn antwoord in en drukt op enter. De variabele heeft nu de waarde van de invoer gekregen.
voornaam = input("Wat is je voornaam?")

Slide 14 - Diapositive

Oefening
Ga nu naar Idle zoals we hiervoor hebben laten zien.  




Met cmd + c kopieer je de code en deze plak deze met cmd + V in het antwoordvak.
Maak een programmaatje, waarbij je de gebruiker vraagt om op 3 variabelen input te geven. Vervolgens maak je een print opdracht, waarbij je de 3 variabelen in een zin verwerkt.
Dit doe je als volgt: 

in rest zin zorg je dat je op dezelfde manier de variabelen verwerkt als variabele1.
print("begin zin" + variabele1 +"rest zin"

Slide 15 - Diapositive