Ontkenning in het Frans: Bestaat uit 2 delen:
1️⃣ ne / n’ (voor het werkwoord)
2️⃣ pas / plus / jamais / rien (achter het werkwoord)
📌 Voorbeelden:
🔹 ne ... pas (niet) → Je ne sais pas. (Ik weet het niet.)
🔹 ne ... plus (niet meer) → Il ne joue plus. (Hij speelt niet meer.)
🔹 ne ... jamais (nooit) → Elle ne danse jamais. (Zij danst nooit.)
🔹 ne ... rien (niets) → Nous ne voyons rien. (Wij zien niets.)
💡 Let op!
ne → n’ vóór een klinker of stomme h
➡️ Je n’aime pas les bonbons. (Ik hou niet van snoep.)
Bij c’est → ce n’est pas
➡️ C’est facile. → Ce n’est pas facile. (Het is niet makkelijk.)
Extra tip:
✅ Markeer ne / n’ en pas / plus / jamais / rien met verschillende kleuren!
Wil je dit als een visuele afbeelding of in een werkblad? 😊