Woordsoorten herkennen en benoemen

Vak: Nederlands
Grammatica
1.
Lesopening
2.
Lesdoel
3.
Terugblik
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie
1 / 22
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Vak: Nederlands
Grammatica
1.
Lesopening
2.
Lesdoel
3.
Terugblik
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie

Slide 1 - Diapositive

Welkom!
Telefoon in de bak.
Neem plaats.
Jas uit.
Op tafel: Werkboek Nederlands of laptop en schrift dicht 
Tas op de grond.
Geen eten of drinken
Presentie!
timer
2:00

Slide 2 - Diapositive

Lesdoel(en)
Aan het einde van deze les kan je:
- verschillende woordsoorten herkennen en benoemen 
- bijvoeglijk naamwoord en voorzetsels herkennen en benoemen in een tekst (kader)

Slide 3 - Diapositive

Vrijdag 4 april 2025
Wat: Par. 4.7 
Wanneer: 10:30-11:20
Hoe: Gezamelijk/ zelfstandig werken
Klaar: Par. 4.7 opdrachten maken
HW:  Par. 4.7 opdrachten maken
Lesdoel: Zie vorige slide!
Taaldoel: 

Slide 4 - Diapositive

Lestaak: Basis
Wat: Par. 4.7: Alle opdrachten maken (oefenen met verschillende woordsoorten)
Hoe: Zelfstandig werken
Hulp: Par. 4.7 leertekst persoonsvorm in de verleden tijd 
Tijd: 20 minuten
Uitkomst: Klassikaal opdrachten bespreken
Eerder klaar: Par. 4.8 opdrachten 1 t/m 6 maken

Slide 5 - Diapositive

Bijvoeglijk naamwoord

Slide 6 - Diapositive

Bijvoeglijk 
naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.

Je weet door een bijvoeglijk naamwoord meer over het zelfstandig naamwoord.


Slide 7 - Diapositive

Voorzetsel

Slide 8 - Diapositive

Het voorzetsel
Een voorzetsel staat vaak voor een zelfstandig naamwoord. Voorzetsels zijn onder andere:


Slide 9 - Diapositive

Opdracht: Kader
Markeer alle voorzetsels en bijvoeglijk naamwoorden in de tekst.

Slide 10 - Diapositive

Lestaak: Kader
Wat: Par. 4.7: opdrachten 1 t/m 10 maken (oefenen met verschillende woordsoorten)
Hoe: Zelfstandig werken
Hulp: Par. 4.7 leertekst persoonsvorm in de verleden tijd 
Tijd: 20 minuten
Uitkomst: Klassikaal opdrachten bespreken
Eerder klaar: Par. 4.7 alle opdrachten maken

Slide 11 - Diapositive

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
A
Zegt iets over de persoonsvorm
B
De, het, een
C
Hetzelfde als een voorzetsel
D
Zegt iets over het zelfstandig naamwoord

Slide 12 - Quiz

Woordsoorten zijn lastig.

Welke woordsoort is 'lastig'?
A
Zelfstandig naamwoord
B
Werkwoord
C
Bijvoeglijk naamwoord
D
Bijwoord

Slide 13 - Quiz

Wat is geen woordsoort?
A
Voorzetsel
B
Lijdend voorwerp
C
Werkwoord
D
Lidwoord

Slide 14 - Quiz

Een zelfstandignaamwoord is:
A
Woorden die aangeven dat je iets doet
B
woorden van mensen, dieren, planten, dingen en eigen namen.

Slide 15 - Quiz

welk woordsoort is 'zwemmen'?
A
werkwoord
B
zwemwoord
C
lidwoord

Slide 16 - Quiz

welke woordsoort is 'badeendje'?
A
Werkwoord
B
Zelfstandig naamwoord
C
Lidwoord
D
Bijvoeglijk naamwoord

Slide 17 - Quiz

welk woordsoort is 'docent'
A
lidwoord
B
bijvoeglijk naamwoord
C
werkwoord
D
zelfstandig naamwoord

Slide 18 - Quiz

Wat voor woordsoort is fiets?
A
lidwoord
B
bijvoeglijk naamwoord
C
werkwoord
D
zelfstandig naamwoord

Slide 19 - Quiz

Hoe noem je de volgende woordsoorten?

in, op, onder, door
A
lidwoorden
B
voorzetsels
C
telwoorden
D
aanwijzende voornaamwoorden

Slide 20 - Quiz

Benoem de woordsoorten:
Woordsoorten zijn lastig.

'Woordsoorten' is
A
zn
B
ww
C
bvn
D
lw

Slide 21 - Quiz

De woordsoorten ken ik...
A
nog lang niet
B
een beetje
C
wel aardig
D
goed!

Slide 22 - Quiz