Cette leçon contient 33 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 50 min
Éléments de cette leçon
De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)
4.1 Duitsland begint een nieuwe oorlog
Slide 1 - Diapositive
Wie heeft de macht in Rusland in 1930?
A
Tsaar Nicolaas
B
Lenin
C
Stalin
D
Wilhelm II
Slide 2 - Quiz
Wie is de man rechts op de foto?
A
Tsaar Nicolaas II
B
Lenin
C
Stalin
D
Wilhelm II
Slide 3 - Quiz
In welk jaar is de Russische Revolutie
Slide 4 - Question ouverte
Welk begrip past er bij de afbeelding?
A
Collectivisatie
B
Strafkamp
C
Eigendom
D
Planeconomie
Slide 5 - Quiz
Hoe wordt Duitsland genoemd tussen 1918 en 1933?
Slide 6 - Question ouverte
Hoe heet het plan in 1924 om Duitsland economisch te helpen?
Slide 7 - Question ouverte
Hoe heet de fascistische leider van Italië?
Slide 8 - Question ouverte
Welke hoort niet bij Mussolini?
A
Geweld is goed
B
Democratie is slecht
C
Joden zijn slecht
D
Nationalisme is belangrijk
Slide 9 - Quiz
Geef een ander woord voor Jodenhaat
Slide 10 - Question ouverte
Hoe heet de scoutinggroep waar jongens verplicht lid van moesten zijn?
Slide 11 - Question ouverte
De knokploeg en de beveiliging van de NSDAP worden ... genoemd.
A
Gestapo
B
SA
C
SS
D
Hitlerjugend
Slide 12 - Quiz
De geheime politie van het Derde Rijk wordt ... genoemd.
A
Gestapo
B
SA
C
SS
D
Hitlerjugend
Slide 13 - Quiz
De lijfwacht van Hitler/leger wordt ... genoemd.
A
Gestapo
B
SA
C
SS
D
Hitlerjugend
Slide 14 - Quiz
Hoe worden de wetten genoemd die Joden buiten de samenleving plaatsten?
Slide 15 - Question ouverte
In december 1938 vertrekken er ineens veel Joden uit Duitsland. Wat is hiervan de oorzaak?
Slide 16 - Question ouverte
Op de conferentie van Munchen wordt besloten dat Oostenrijk bij Duitsland hoort
A
Waar
B
Niet waar
Slide 17 - Quiz
Waarom was het vreemd dat Hitler en Stalin een niet-aanvalsverdrag sloten?
A
Hitler en Stalin waren beiden dictator
B
Hitler had een hekel aan communisten
C
Stalin had een hekel aan communisten
D
Hitler en Mussolini sloten een verdrag
Slide 18 - Quiz
Van welke partij was Colijn?
A
ARP
B
Liberale Unie
C
RKSP
D
SDAP
Slide 19 - Quiz
Hoe heet project om werklozen aan het werk te helpen?
Slide 20 - Question ouverte
Hoe heet deze man?
A
Hitler
B
Mussert
C
Mussolini
D
Stalin
Slide 21 - Quiz
Waarom stuurde NL Joden terug en deed het mee aan de Olympische Spelen in 1936?
Slide 22 - Question ouverte
4.1 Duitsland begint een nieuwe oorlog
Hitler hield zich niet aan afspraken van Versailles, dit had hij al aangekondigd.
Hitler valt Polen binnen (1939) en daarmee begint WOII. (=aanleiding).
Hitler verovert Europa snel: Blitzkrieg.
Slide 23 - Diapositive
September 1939
1 september 1939. Inval Polen
3 september 1939.
Groot-Brittanië en Frankrijk verklaren Duitsland de oorlog
Slide 24 - Diapositive
Voorjaar 1940
April 1940. Inval Denemarken en Noorwegen
Mei 1940. Inval Nederland, België en Luxemburg
--> Blitzkrieg
Slag om Engeland- mislukt
Wie was Churchill?
Slide 25 - Diapositive
opdrachten
1,3,4,5,6,7 van par 4.1 (blz 154/155)
Slide 26 - Diapositive
Huiswerk
vraag 3
Aanleiding WO II:
Oorzaken WO II
Bondgenootschappen WO II:
Slide 27 - Diapositive
Hitler besluit in 1941 SU binnen te vallen (operatie Barbarossa). Hitler houdt zich niet aan zijn verdrag met SU) Eerst won Hitler, omdat Stalin zijn legerleiding had gezuiverd.
Na een jaar wint Stalin weer, bij Stalingrad (Slag bij Stalingrad). Keerpunt in WOII.
Slide 28 - Diapositive
Hitler had een bondgenootschap met oa Italië (Asmogendheden). Later sloot Japan aan.
Engeland, Frankrijk, SU en VS noemen zich (alweer) de Geallieerden.
Japan viel (uit het niets) Pearl Harbor aan (1941), hierdoor ging VS mee doen aan de oorlog.
Slide 29 - Diapositive
Churchill is premier van GB en anti-Hitler. Hij treedt wel hard op tegen Hitler.
Franklin Roosevelt is president van VS tijdens WOII. Overlijdt vlak voor het einde en is een geliefd president.
Slide 30 - Diapositive
Vandaag heb ik geleerd:
Slide 31 - Carte mentale
Na deze paragraaf ken je/kun je
Deelvraag: Hoe verliep de strijd in de eerste vier oorlogsjaren?
Begrippen: blitzkrieg, slag om Engeland, slag bij Stalingrad.
Je kent de aanleiding van WOII.
Je kent het keerpunt in WOII, waardoor Hitler meer gaat verliezen.