H6.3 Serie en parallel

Elektriciteit

Weerstand
1 / 19
suivant
Slide 1: Diapositive
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

Cette leçon contient 19 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Éléments de cette leçon

Elektriciteit

Weerstand

Slide 1 - Diapositive

Lesdoelen:
  • Totaal weerstand berekenen voor serie en parallelschakelingen
  • Uitleggen hoe stroom in een schakeling werkt
  • Uitleggen hoe spanning in een schakeling werkt
  • De wet van ohm gebruiken om onbekende waarde in een schakeling te bepalen.

Slide 2 - Diapositive

Verschil tussen parallel en serie schakeling

Slide 3 - Diapositive

Wat is het verschil tussen een serie en een parallelschakeling?

Slide 4 - Question ouverte

Serieschakeling
1
Stroom is overal gelijk.<div>Spanning is verdeelt over de lampjes</div>

Slide 5 - Diapositive

Parallelschakeling
1
Spanning is overal gelijk.<div>Stroom is verdeelt over de lampjes</div>

Slide 6 - Diapositive

Schakeling
1
2

Slide 7 - Diapositive

Wet van Ohm
U=I.R

Slide 8 - Diapositive

Serieschakeling 
De spanning  verdeelt 
zich over de 
verschillende weerstandjes.

U​tot​​=U​1​​+U​2​​+U​3​​+...
I​tot​​=I​1​​=I​2​​=I​3​​=...

Slide 9 - Diapositive

Weerstanden in serie
Vervangings-weerstand
Als je meer weerstanden in serie schakelt, wordt de weerstand steeds groter. 
R​tot​​=R​1​​+R​2​​+R​3​​+...

Slide 10 - Diapositive

Voorbeeld  
U​1​​=I⋅R​1​​
U​2​​=I⋅R​2​​
U​3​​=I⋅R​3​​
U​tot​​=U​1​​+U​2​​+U​3​​

Slide 11 - Diapositive

Voorbeeld  

R​tot​​=R​1​​+R​2​​+R​3​​
R​tot​​=600Ω
U​tot​​=I​tot​​.R​tot​​=12V
I​tot​​=​600​​12​​=0,02A
U​1​​=I​tot​​.R​1​​=0,02.100=2V
U​2​​=I​tot​​.R​2​​=0,02.200=4V
2
3
4
5
1
U​3​​=I​tot​​.R​2​​=0,02.300=6V
6

Slide 12 - Diapositive

Parallelschakeling 
De stroom verdeelt 
zich over de 
verschillende takken.

I​tot​​=I​1​​+I​2​​+I​3​​+...
U​tot​​=U​1​​=U​2​​=U​3​​=...

Slide 13 - Diapositive

Weerstanden in parallel
Vervangings-weerstand
​R​tot​​​​1​​=​R​1​​​​1​​+​R​2​​​​1​​+​R​3​​​​1​​+...
Als je meer weerstanden in parallel schakelt, wordt de weerstand steeds kleiner.

Slide 14 - Diapositive

Voorbeeld  

R​tot​​=​0,15​​1​​=6,7Ω
2
3
4
5
​R​tot​​​​1​​=​R​1​​​​1​​+​R​2​​​​1​​+​R​3​​​​1​​
​R​tot​​​​1​​=​20​​1​​+​20​​1​​+​20​​1​​
​R​tot​​​​1​​=​20​​3​​=0,15
U​tot​​=I​tot​​.R​tot​​=6V
I​tot​​=​6,7​​6​​=0,9A
1

Slide 15 - Diapositive

Voorbeeld  

I​1​​=​R​1​​​​U​tot​​​​=​0,20​​6​​=0,3A
​R​tot​​​​1​​=​20​​1​​+​20​​1​​+​20​​1​​
I​tot​​=​(R)​tot​​​​U​tot​​​​=​6,7​​6​​=0,9A
R​tot​​=6,7Ω
1
2
I​2​​=​R​2​​​​U​tot​​​​=​0,20​​6​​=0,3A

Slide 16 - Diapositive

Wat is de totale weerstand?
A
9
B
3
C
12
D
11

Slide 17 - Quiz

Wat is de stroom?
A
7 A
B
4 A
C
3 A
D
1,2 A

Slide 18 - Quiz

Wat is de grootte van de onbekende weerstand?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 19 - Quiz