H5 - De Balans Resultatenrekening

De Balans
De (mutatie)Balans
De financiële administratie van een bedrijf
1 / 36
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 36 diapositives, avec diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

De Balans
De (mutatie)Balans
De financiële administratie van een bedrijf

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Vidéo

De Balans

Slide 3 - Diapositive

De Balans
Debet
Credit
Een leerling heeft €100 spaargeld & geeft dit volledig uit aan snoep.

Hoe verwerken we dit in de balans?

Slide 4 - Diapositive

De Balans
Debet
Credit
Eigen vermogen €100
Voorraad snoep €100
-------- +
€100
-------- +
€100
Onderaan de streep heb je nu aan beide kanten €100 staan. Zo kan je controleren dat je balans klopt. We kunnen nu zeggen : De balans is in balans!

Slide 5 - Diapositive

De Balans
Debet
Credit
Voorraad snoep €100
Eigen vermogen €100
-------- +
 €100
-------- +
 €100
Vervolg opdracht:
De leerling heeft over het hoofd gezien hoeveel snoep deze heeft besteld. Zijn idee: Een rek aanschaffen om het snoep op op te slaan. Maar hij heeft geen geld meer, wat nu?

Oma schiet ten hulp, want die houd ook zo van snoepgoed, en leent haar kleinzoon €200. Het rek zelf kost de leerling €100. Van het overige geld stort (zet) hij €50 op de bank & behoud hij €50 als wisselgeld in zijn kassaatje.
Zet deze gegevens in de balans hierboven.

Slide 6 - Diapositive

De Balans
Debet
Credit
Eigen vermogen €100
Lening oma         €200
Inventaris (rek)   €100
Voorraad snoep €100
Bank                     €50
Kas                        €50
-------- +
€300
-------- +
€300
Let op!
Balans is in balans

Slide 7 - Diapositive

De Balans
les 2 Plek op de balans + mutatiebalans

Slide 8 - Diapositive

De Balans
les 2 plek op de balans + mutatiebalans

Slide 9 - Diapositive

De Balans
Plek op de Balans
Debet
Credit
Vaste Activa
Vlottende Activa
Liquide Activa
Eigen vermogen
Lang Vreemd vermogen
Kort Vreemd vermogen

Slide 10 - Diapositive

De Balans
Plek op de Balans
Debet
Credit
Vaste Activa

Vlottende Activa

Liquide Activa

Eigen vermogen
Lang Vreemd vermogen

Kort Vreemd vermogen

gebouw machines
voorraad, debiteuren
kas, bank
Hypotheek, lening
crediteuren

Slide 11 - Diapositive

De Balans
Plek op de Balans
Debet
Credit
Vaste Activa
Vlottende Activa
Liquide Activa
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Voorbeeld
Inventaris - Gebouw - Bedrijfswagens
(Gaat langer mee dan één jaar)
Voorbeeld
Voorraad - Debiteuren
(Gaat korter mee dan één jaar)
Voorbeeld
Kasgeld- Bank
Voorbeeld
Het overige dat geleend is, ookwel de schulden

Slide 12 - Diapositive

De Balans
Mutatiebalans

Geeft aan welke balansposten toe-/afnemen.

Let goed op! Alleen de balansposten die veranderen en het bedrag waarmee ze veranderen zetten we op deze balans.

Slide 13 - Diapositive

Mutatiebalans
Pak een blaadje 

Slide 14 - Diapositive

De Balans
Mutatiebalans
Je wilt op een jaarmarkt gaan staan en huurt hiervoor een stand voor 75,-. Je betaald deze per bank aan de organisatie.

Verwerk dit op de mutatiebalans.

Let goed op! 
Op de balans staan alléén  bezittingen en schulden!

Slide 15 - Diapositive

De Balans
Mutatiebalans
Je wilt op een jaarmarkt gaan staan en huurt hiervoor een stand voor 75,-. Je betaald deze per bank aan de organisatie.

Verwerk dit op de mutatiebalans.

Let goed op! 
Op de balans staan alléén  bezittingen en schulden!
Bank                        -€75

--------------------------------
                                 -€75
Eigen vermogen   -€75

--------------------------------
                               ,     €75

Slide 16 - Diapositive

De Balans
Mutatiebalans
De verdiende €40 euro wordt naar de bank gebracht om op de betaalrekening te zetten

Verwerk dit op de mutatiebalans

Slide 17 - Diapositive

De Balans
Mutatiebalans
De verdiende €40 euro wordt naar de bank gebracht om op de betaalrekening te zetten

Verwerk dit op de mutatiebalans

Bank +€40
Kas     -€40
----------------                  €0


----------------                  €0

Slide 18 - Diapositive

De Balans
Mutatiebalans
Stel je voor dat er er snoep wordt verkocht voor €40. De inkoopwaarde van dit snoep is €20. Er wordt contant betaald. 

Verwerk dit op de mutatiebalans.

Let goed op! 
De voorraad is altijd op een balans gezet tegen de inkoopwaarde !

Slide 19 - Diapositive

De Balans
Mutatiebalans
Stel je voor dat er er snoep wordt verkocht voor €40. De inkoopwaarde van dit snoep is €20. Er wordt contant betaald. 

Verwerk dit op de mutatiebalans.

Let goed op! 
De voorraad is altijd op een balans gezet tegen de inkoopwaarde !
Voorraad snoep -€20
Kas                        +€40
--------------------------------
                                 €20
Eigen vermogen   +€20

--------------------------------
                                 €20

Slide 20 - Diapositive

De Balans
Debiteuren & Crediteuren

Slide 21 - Diapositive

De Balans
Debiteuren & Crediteuren

Debiteuren
Crediteuren

Slide 22 - Diapositive

De Balans
Debiteuren

+
=
Een klant koopt een product bij jou op rekening. De post Debiteuren neemt in dit geval toe.

Slide 23 - Diapositive

De Balans
Debiteuren

-
=
Een klant betaald zijn openstaande rekening terug aan jou na een bepaald krediettermijn. De post Debiteuren neemt in dit geval af.

Slide 24 - Diapositive

De Balans
Crediteuren
+
=
Je koopt producten in bij een leverancier op rekening. Je hebt voor deze producten nog niet betaald, dus de post Crediteuren neemt toe!

Slide 25 - Diapositive

De Balans
Crediteuren
-
=
Je betaald je openstaande rekening terug aan de leverancier na een bepaald krediettermijn. De post Crediteuren neemt in dit geval af.

Slide 26 - Diapositive

De Balans
les 4 Resultatenrekening + BTW

Slide 27 - Diapositive

De Balans
Resultatenrekening
Resultatenrekening
Kosten
opbrengsten

Slide 28 - Diapositive

De Balans
Resultatenrekening
Resultatenrekening
Wat is het?
Stroomgrootheid
Een overzicht van kosten en opbrengsten in een bepaalde periode. Op de resultatenrekening spreken we niet over balansposten, maar over stroomgrootheden.
Worden over een periode gemeten (uur, dag, week, maand etc.). Het geld wat in een maand van je rekening af wordt gehaald is een voorbeeld van een stroomgrootheid.
Kosten
opbrengsten

Slide 29 - Diapositive

De Balans
Resultatenrekening
Resultatenrekening
Kosten
opbrengsten
Voorbeeld : Resultatenrekening
omzet €5000






Saldo (verlies)........
------------------------------
                x
-inkoopwaarde omzet €1500
-Huurkosten €620
-Rentekosten €25
-Afschrijvingskosten €200

Saldo (winst)......
------------------------------
         X
Let goed op!
Ook de resultatenrekening moet in balans zijn. Hiervoor gebruiken we het saldo (winst/verlies).

Slide 30 - Diapositive

De Balans
Resultatenrekening
Resultatenrekening
Kosten
opbrengsten
Voorbeeld : Resultatenrekening
(Winst gemaakt)
omzet €5000





Saldo (verlies)
(Geen verlies, winst gemaakt!)
------------------------------
                €5000
-inkoopwaarde omzet €3000
-Huurkosten €620
-Rentekosten €25
-Afschrijvingskosten €200

-Saldo (winst) €1155 
(€5000-€3845=€1155)
------------------------------
         €5000
Let goed op!
Ook de resultatenrekening moet in balans zijn. Hiervoor gebruiken we het saldo (winst/verlies).

Slide 31 - Diapositive

De Balans
Resultatenrekening
Resultatenrekening
Kosten
opbrengsten
Voorbeeld : Resultatenrekening
(Verlies gemaakt)
omzet €5000






Saldo (verlies)
(€5845-€5000=€845)

------------------------------
                €5845
-inkoopwaarde omzet €3000
-Huurkosten €620
-Rentekosten €25
-Afschrijvingskosten €200
-Loonkosten €2000
-Saldo (winst)
(Geen winst, verlies gemaakt!)
------------------------------
         €5845
Let goed op!
Ook de resultatenrekening moet in balans zijn. Hiervoor gebruiken we het saldo (winst/verlies).

Slide 32 - Diapositive

De Balans
Belasting over toegevoegde waarde (BTW)
Wat is het?
Belasting die consumenten moeten betalen over de producten die zij kopen.
Waarom betalen we het?
Het is namelijk een goede inkomstenbron geworden voor de overheid waar ze allemaal dingen van financieren (bekostigen/betalen) waar de Nederlanders vervolgens weer van kunnen profiteren. 

Slide 33 - Diapositive

De Balans
Belasting over toegevoegde waarde (BTW)
Voorbeeld:
Johannes koop een broek voor €85 euro exclusief 21% Btw.
1) Hoeveel kost de broek inclusief BTW
2)Hoeveel BTW betaald Johannes?
Exclusief & Inclusief
Exclusief : Prijs zonder de BTW erbij opgeteld
Inclusief : Prijs met de BTW erbij opgeteld

Slide 34 - Diapositive

De Balans
Belasting over toegevoegde waarde (BTW)
Voorbeeld:
Johannes koop een broek voor €85 euro exclusief 21% Btw.
1) Hoeveel kost de broek inclusief BTW
2)Hoeveel BTW betaald Johannes?
1)  €85 + (€85x 0.21) = €102.85
     of
    €85/100 = €0.85
    €0.85 x 121 = €102.85
2) €102.85 - €85 = €17.85
     of
     €85/100 = €0.85
     €0.85 x 21 = €17.85

Slide 35 - Diapositive

De Balans
Einde Hoofdstuk 5

Slide 36 - Diapositive