5.4 en 5.5 Gezondheidszorg en sociale zekerheid

Gezondheidszorg en sociale zekerheid

Verzorgingsstaat 5.4 + 5.5
1 / 50
suivant
Slide 1: Diapositive
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

Cette leçon contient 50 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 5 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Gezondheidszorg en sociale zekerheid

Verzorgingsstaat 5.4 + 5.5

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Deze les
Terugblik

Puzzel / opdrachtenblad 5.4 & 5.5

Bespreken antwoorden puzzel

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Op welke 3 manieren wordt het onderwijs gecontroleerd?
A
De leerlingen, de scholen & de vakken
B
Leerlingen, docenten & docentopleidingen.
C
Overheid, docenten & schoolleiding
D
Het onderwijs wordt niet gecontroleerd

Slide 3 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Controle
  • Leerplichtambtenaar: controle op leerlingen
  • Onderwijsinspectie: controle op kwaliteit van het onderwijs
  • Eindtermen voor ieder vak: controle op de vakken

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat zijn de 3 doelen van het onderwijs?

Slide 5 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Doelen van het onderwijs
  1. Zorgen voor een goed opgeleide beroepsbevolking
  2. Ongelijkheid terugdringen
  3. Iedereen de kans geven zijn/haar talenten te ontwikkelen

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de kwalificatieplicht?
A
ergens verplicht aan moeten meedoen
B
tot 16 jaar leerplichtig
C
tot je 18e verplicht onderwijs behalve bij diploma
D
tot je 18e verplicht naar school

Slide 7 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerplicht
  • Leerplicht = kinderen van 5 tot 16 jaar verplicht naar school
  • Kwalificatieplicht  = tot je 18e onderwijs blijven volgen als je nog geen startkwalificatie hebt: een diploma op minimaal mbo2/havo- of vwo-niveau

          --> heb je die wel, dan kun je dus wél eerder van school                         op je 16e of 17e

Slide 8 - Diapositive

Kwalificatieplicht verhogen naar 21 jaar?
Sociale ongelijkheid betekent:
A
Je kunt klimmen op de maatschappelijke ladder
B
Macht, kennis en geld zijn niet gelijk verdeeld over de samenleving.
C
Alle maatschappelijke posities van hoog naar laag
D
Je kunt bewegen, zoals dansen, waardoor je een betere positie hebt.

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is kansenongelijkheid in het onderwijs?

Slide 10 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Ongelijkheid 
Sociale ongelijkheid: Een ongelijke verdeling in de maatschappij van kennis, inkomen, status & politieke macht. 

Kansenongelijkheid: Leerlingen van ouders met een lagere opleiding of met een niet-Westerse afkomst krijgen een lager uitstroomadvies naar het VO


Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag!
Wat: Aan de slag met je opdrachtenblad
Waarom: Eigen verwerking bewezen effectief
Hoe: Individueel of duo... Overleg zachtjes!
Hulp: Vragen? Vragen!
Tijd: 25-30 minuten
Uitkomst: Antwoorden bespreken we samen
Klaar: Geef aan dat je klaar bent dan kom ik checken


Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voor de toets

Hierna volgt de uitleg van paragraaf 5.4 en 5.5

Maak er gebruik van bij de toets

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Recht op gezondheidszorg
Iedereen in NL heeft recht op goede en betaalbare zorg = sociaal grondrecht (maar niet afdwingbaar). Denk aan huisarts, z'huis, jeugdzorg & thuiszorg

Veel aandacht voor preventie --> het voorkomen van zorg
door campagnes en maatregelen voor een gezonde levensstijl
en opsporen ziekten in een vroeg stadium

Waarom? Bevordert welzijn (fijn om gezond te zijn en scheelt geld gezondheidszorg) en welvaart (kunnen werken, scheelt geld)


Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Zorgverzekering
Iedereen boven 18  jaar verplicht om een zorgverzekering af te sluiten!
(Kinderen zijn gratis, er is zorgtoeslag voor mensen met minder geld)

Basisverzekering (+/- € 115 per maand): ambulanceritjes, bezoek dokter, ziekenhuisopname en medicijnen. Eerste kosten die je maakt zijn 
eigen risico (€ 385)

We betalen allemaal mee aan de zorgkosten door: belasting, eigen risico en zorgpremie

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Waarom is er eigen risico? Wat is het voordeel?

Slide 16 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Voordelen & nadelen eigen risico
Voordeel: Mensen gaan wellicht gezonder leven want anders maken ze kosten...
Minder snel naar de dokter, ziekenhuis = scheelt geld


Nadeel: ze blijven langer met iets lopen = gevaar meer kosten

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hogere zorgkosten (o.a. door vergrijzing)

Participatiesamenleving --> meer mantelzorg, rol overheid kleiner

Mantelzorg = de hulp die vanuit de directe omgeving door familie en vrienden aan iemand wordt gegeven

Prettig want vertrouwde omgeving
Maar niet iedereen heeft zo'n omgeving en hoe zit het met de kennis?

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Marktwerking
Deel verantwoordelijkheid overheid naar de zorgverzekeraars. Die bieden op de vrije markt zorgverzekeringen aan. Zo moeten zorgverleners (bijv. ziekenhuizen) met elkaar concurreren

Voordeel: efficiëntie en meer te kiezen voor patiënten

Nadeel: kwaliteit gewaarborgd?

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Maatschappelijke ontwikkelingen maken de zorg steeds duurder
Vergrijzing: mensen worden ouder en hebben meer zorg nodig

Technologische ontwikkeling: nieuwe behandelmethoden zijn mogelijk voor zieke mensen

Ongezonde leefstijl van steeds meer Nederlanders zorgt voor toenemende druk op (en kosten voor) de zorg

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

QALY: 80.000 euro voor extra levensjaar, dan vergoed
1.

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stelling: De overheid en werkgevers moeten de burgers en hun werknemers met rust laten
Gezonde sportkantines?

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Gezonde levensstijl?
Wie in deze klas...

  • sport regelmatig
  • eet gezond
  • rookt niet

Moeten mensen die ongezond leven meer premie betalen?

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 25 - Lien

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat vinden jullie
Moet er wat gedaan worden aan het eten van fastfood en het drinken van energiedrankjes?

Vraag: Hoe kan er wel winst geboekt worden bij jongeren? 

Slide 26 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Helpen om gezondere keuzes te maken

Slide 27 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 28 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 29 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

5.5 Sociale zekerheid
Het stelsel van uitkeringen, voorzieningen en toeslagen

Slide 30 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 31 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Sociale zekerheid
Sociale zekerheid = sociale verzekeringen & sociale voorzieningen

Sociale voorzieningen worden betaald door belasting
Sociale verzekeringen door premies

Sociale verzekeringen: je verzekert je door premie te betalen tegen een bepaald risico (bijv. verlies van inkomen bij ziekte)


Slide 33 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Werknemersverzekeringen
Gelden alleen voor werknemers in loondienst
(zzp'ers moeten zichzelf verzekeren)

Door betalen van premies recht op: 
1. Werkloosheidswet (WW)
2. Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte (WULBZ)
3. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

Duur van de uitkering is afhankelijk van de tijd die je werkte en wat je verdiende. Het wordt uitgekeerd door het UWV

Slide 34 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Volksverzekeringen
Gelden voor iedereen 
Betaald door iedereen die een inkomen heeft

Inkomensonafhankelijk: Iedereen krijgt hetzelfde bedrag

AOW & Kinderbijslag
(vaak sparen mensen voor aanvulling op AOW = pensioen)

Slide 35 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Werkboek vraag 3
Noem twee verschilpunten tussen volksverzekeringen en werknemersverzekeringen? 

Volksverzekeringen gelden voor iedereen (voorbeeld: AOW) werknemersverzekeringen alleen voor werknemers (voorbeeld: WW)

Werknemersverzekeringen gekoppeld aan laatstverdiende loon, volksverzekeringen niet (= inkomensonafhankelijk)

Slide 36 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Tip!
Alles beginnend met een W: Werknemersverzekering
Alles beginnend met een A: Volksverzekering


Slide 37 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 38 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Sociale voorzieningen
Worden betaald uit belasting

=  voor hen die geen recht hebben op een andere uitkering is er de bijstand 

Een minimaal bedrag dat mensen nodig hebben om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien (1400 euro alleenstaande)

Bijstand / Wajong

Slide 39 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 40 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Solidariteit: je verbonden voelen
De risico's zoveel mogelijk samen dragen.

Je draagt niet alleen geld voor jezelf af (misschien heb je het wel nooit nodig) maar draagt ook bij aan de zorg voor anderen

Van jouw geld wordt de werkloosheidsuitkering van iemand anders betaald --> solidariteit

Slide 41 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Waarom zo'n grote kostenpost?
Er zitten nog veel mensen in de bijstand

Mensen worden steeds ouder en gebruiken daardoor langer AOW

Slide 42 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Maatregelen overheid
Uitkeringen korter, uitgekeerde bedrag lager

Verhogen AOW-leeftijd: langer premies betalen, minder AOW

Meer controle en hogere boetes bij misbruik 

Begeleiding naar werk (re-integratie)

Slide 43 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 44 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat vind jij?
Sinds invoering participatiewet wordt een tegenprestatie gevraagd (vrijwilligerswerk of leerwerktraject)

Wat vind jij? Moeten mensen in de bijstand gedwongen worden om iets terug te doen?


Slide 45 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Positieve 
discriminatie




Als mensen die normaal vaak gediscrimineerd worden,
worden voorgetrokken bij een sollicitatie.

Slide 46 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 47 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Maar, positieve discriminatie dan?

Slide 48 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat vind jij van positieve discriminatie?

Slide 49 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Huiswerk
Verzorgingsstaat 5.4

Afaken opdracht 1 t/m 7 en opdracht 9

Werken aan de PO

Slide 50 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions