adorer, aimer, préférer, détester
Na de volgende werkwoorden gebruiken we LE, LA, of LES, óók bij een ontkenning: adorer (dol zijn op), aimer (houden van), préférer (liever hebben), détester (een hekel hebben aan)
J’aime les fruits. (Ik hou van fruit.)
- blijft na een ontkenning:
Je n'aime pas les fruits. (Ik hou niet van fruit.)