Disk thema 6 - Routines / tijd

Wat gaan we doen?

  • Herhalen uitleg klokkijken.
  • Rekenen met tijd.
  • Zelfstandig aan het werk.
  • Bouwstenen 1 Disk thema 6.
  • Routines
Welkom!!
1 / 17
suivant
Slide 1: Diapositive
NT2ISK

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Wat gaan we doen?

  • Herhalen uitleg klokkijken.
  • Rekenen met tijd.
  • Zelfstandig aan het werk.
  • Bouwstenen 1 Disk thema 6.
  • Routines
Welkom!!

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Analoog
Een klok met wijzers
Digitaal
Een klok met cijfers

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Klokkijken
Een analoge klok heeft een grote wijzer en een kleine wijzer.
De grote wijzer geeft de ... aan (uren of minuten?)
De kleine wijzer geeft de ... aan (uren of minuten?)

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe laat is het op de klok?
A
kwart over 1
B
kwart over 2
C
kwart voor 3
D
kwart over 3

Slide 4 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe laat is het?
A
half twaalf
B
half zes
C
half 11
D
6 uur

Slide 5 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe laat is het?
A
10 voor 3
B
kwart voor 10
C
kwart voor 8
D
kwart voor 11

Slide 6 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Eenheden van tijd
1 millennium = 1.000 jaren
1 eeuw        = 100 jaren
1 jaar         = 4 kwartalen
1 jaar         = 12 maanden
1 jaar         = 52 weken
1 jaar         = 365 of 366 dagen
1 kwartaal   = 3 maanden

1 week = 7 dagen
1 dag = 24 uren
1 dag = 1 etmaal
1 uur = 60 minuten
1 uur = 4 kwartier
1 kwartier = 15 minuten
1 minuut = 60 seconden

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

4 uur is ... minuten
A
240
B
250
C
400

Slide 8 - Quiz

4 x 60 = 240 = 30 = 270
Hoeveel dagen heeft een jaar?
A
355
B
356
C
365
D
367

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

1 eeuw is 100.....
A
maanden
B
dagen
C
jaren
D
kwartalen

Slide 10 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

een kwartaal is 3 ........
A
jaar
B
maanden
C
dagen
D
weken

Slide 11 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

1 uur is hetzelfde als ... minuten
A
24
B
30
C
60
D
80

Slide 12 - Quiz

0,8 x 60 = 48
Reken uit
-Vertrek 10:58 uur
-Aankomst 12:15 uur

Hoe lang zat jij in de trein? 
Uitleg

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Reistijd berekenen
Rosalie en Arjen wonen in Assen. Ze willen vrijdag om 08:00 in Groningen zijn.
 

Hoe laat moeten Rosalie en Arjen de trein van Assen naar Groningen nemen?

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Reistijd berekenen
Rosalie en Arjen wonen in Assen. Ze willen op zondagochtend  met de bus van Groningen CS naar Lauwersoog.

Hoe laat gaat hun bus?

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Reistijd berekenen
Rosalie en Arjen nemen de trein van 07:57 uur. Hoe laat zijn zij in Groningen?
Hoe lang hebben zij in de trein gezeten?


Rosalie en Arjen nemen de boot van 12:30 uur in Lauwersoog.
Hoe laat zijn zij op Schiermonnikoog?

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Zelfstandig werken
  • Ga naar Disk - thema 6 film
  • Maak Bouwstenen 2: Verstaan en nazeggen

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions