WEBB Europa 3.4 t/m 3.15

Welkom
5 havo ECONOMIE  ||  2024-2025
1 / 29
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

Cette leçon contient 29 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Welkom
5 havo ECONOMIE  ||  2024-2025

Slide 1 - Diapositive

Programma
  • Vorige les
  • Theorie
  • Lesdoelen
  • Aan de slag

Slide 2 - Diapositive

Wat zijn de afspraken in het stabiliteitspact?

Slide 3 - Question ouverte

Noem een voorbeeld van een overheidsinkomst.

Slide 4 - Question ouverte

Wat is een voorbeeld van een stroomgrootheid?
A
inkomen
B
vermogen
C
bezittingen
D
schulden

Slide 5 - Quiz

Lesdoelen

Nadelen verklaren van hoge overheidstekorten. 
De relatie uitleggen tussen de overheidsschuld en de rentestand. 

Slide 6 - Diapositive

Gevolgen te groot overheidstekort
Inflatie
  • Als de overheid te veel uitgeeft --> vraag naar producten stijgt --> prijzen goederen stijgen. 
Rente
  • De overheid moet veel lenen --> prijs van lenen stijgt. 
Overige taken komen in gevaar
  • Hoge staatsschuld --> er moet veel uitgegeven worden aan rente --> niet beschikbaar voor andere doeleinden. 

Slide 7 - Diapositive

Hoe bereken je de staatsschuldquote?

Slide 8 - Question ouverte

Staatsschuldquote
Staatsschuld van landen is moeilijk te vergelijken. 
Staatsschuldquote --> staatsschuld : bbp x 100%

Slide 9 - Diapositive

Onder welke voorwaarde daalt de staatsschuldquote terwijl de staatsschuld stijgt?
A
Als het BBP naar verhouding meer afneemt dan de staatsschuld toeneemt.
B
Als het BBP naar verhouding meer toeneemt dan de staatsschuld toeneemt.
C
Als de staatsschuld naar verhouding meer toeneemt dan het BBP toeneemt.
D
Als de staatsschuld naar verhouding minder toeneemt dan het BBP toeneemt.

Slide 10 - Quiz

Leg uit wat de invloed is van een te hoog overheidstekort op de inflatie?

Slide 11 - Question ouverte

Wat is de invloed van een te hoog overheidstekort op de rente?

Slide 12 - Question ouverte

Lesdoelen
Aan het einde van de les
Nadelen verklaren van hoge overheidstekorten. 
De relatie uitleggen tussen de overheidsschuld en de rentestand. 

Slide 13 - Diapositive

Aan de slag
Maken H3.4 t/m 3.11
Zachtjes overleggen! / Aan docent vragen
Klaar? Nakijken
Niet af? Huiswerk!


Slide 14 - Diapositive

Lesdoelen
Toelichten hoe de overheid conjunctuurbeleid kan voeren. 
Onderscheid maken tussen anticyclisch en procyclisch conjunctuurbeleid. 
Gevolgen hiervan op het overheidstekort uitleggen. 
Belangrijkste automatische conjunctuurstabilisatoren noemen en de effecten hiervan verklaren op de conjunctuur. 

Slide 15 - Diapositive

Leg uit wat de invloed is van een te hoog overheidstekort op de inflatie?

Slide 16 - Question ouverte

Wat is de invloed van een te hoog overheidstekort op de rente?

Slide 17 - Question ouverte

Gevolgen te groot overheidstekort
Inflatie
  • Als de overheid te veel uitgeeft --> vraag naar producten stijgt --> prijzen goederen stijgen. 
Rente
  • De overheid moet veel lenen --> prijs van lenen stijgt. 
Overige taken komen in gevaar
  • Hoge staatsschuld --> er moet veel uitgegeven worden aan rente --> niet beschikbaar voor andere doeleinden. 

Slide 18 - Diapositive

Hoogconjunctuur

Slide 19 - Carte mentale

Conjunctuurbeleid
Hoogconjunctuur
  • Groei is hoger dan gemiddeld.
  • Overbesteding
Laagconjunctuur
  • Groei is lager dan gemiddeld.
  • Onderbesteding.
De trend

Slide 20 - Diapositive

Wat is conjunctuur?

  • Hoogconjunctuur
  • Laagconjunctuur
  • Conjunctuurgolf


Slide 21 - Diapositive

Wat gebeurt er in laagconjunctuur als de overheid gaat bezuinigen?

Slide 22 - Question ouverte

Procyclisch
In laagconjunctuur
  • Er is weinig vertrouwen --> er wordt minder uitgegeven.
  • Overheid bezuinigen.
  • Minder productie --> minder werkgelegenheid --> meer werkloosheid --> minder inkomen. 
In hoogconjunctuur
  • Overheid gaat meer besteden. 
  • Meer productie --> meer werkgelegenheid --> minder werkloosheid --> meer inkomen

Slide 23 - Diapositive

Anticyclisch beleid
Het afremmen van de conjunctuurgolven.
Tijdens een laagconjunctuur, gas geven --> Economie stimuleren --> overheidsfinanciën verslechteren. 
Tijdens een hoogconjunctuur, op de rem trappen --> economie afremmen. --> overheidsfinanciën verbetert. 

Slide 24 - Diapositive

Automatische stabilisator
Uitkeringen
Belastingen

Als het slecht gaat zijn er meer mensen die uitkeringen ontvangen en wordt er minder belasting betaald. 
Als het goed gaat zijn er minder mensen die uitkeringen ontvangen en word er meer belating betaalt. 

Slide 25 - Diapositive

In een land is er onderbesteding. De overheid voert procyclisch begrotingsbeleid. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de goede volgorde.
Nummer 1: de overheid verlaagt de overheidsbestedingen. 
Nummer 2: 
Nummer 3: 
Nummer 4
Nummer 4
De totale bestedingen in een land nemen af. 
De werkloosheid neemt toe.
De bestedingen nemen af.
De productie neemt af.

Slide 26 - Question de remorquage

Leg uit wat er gebeurt met het overheidssaldo in hoogconjunctuur als de overheid anticyclisch beleid voert.

Slide 27 - Question ouverte

Lesdoelen
Aan het einde van de les
Toelichten hoe de overheid conjunctuurbeleid kan voeren. 
Onderscheid maken tussen anticyclisch en procyclisch conjunctuurbeleid. 
Gevolgen hiervan op het overheidstekort uitleggen. 
Belangrijkste automatische conjunctuurstabilisatoren noemen en de effecten hiervan verklaren op de conjunctuur. 

Slide 28 - Diapositive

Aan de slag
Maken H3.12 t/m 3.15
Zachtjes overleggen! / Aan docent vragen
Klaar? Nakijken
Niet af? Huiswerk!


Slide 29 - Diapositive