Les 4. Het Kruis, de Dood en de Opstanding van Jezus

Koning van de Joden
Het Kruis, de Dood en de Opstanding van Jezus
1 / 22
suivant
Slide 1: Diapositive
GodsdienstLevensbeschouwingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min

Éléments de cette leçon

Koning van de Joden
Het Kruis, de Dood en de Opstanding van Jezus

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoelen
  • Je kent de naam van de man die het kruis hielp dragen.
  • Je weet hoe Jezus gestorven is.
  • Je weet wat er boven het kruis stond geschreven en waarom dat er stond.
  • Je kent de rol van de priesters en de soldaten in dit verhaal.
  • Je weet  wie de eersten waren bij het lege graf en wie ze tegen kwamen.

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

De soldaten namen Jezus mee. Ze deden Hem een rode mantel om en zetten een kroon van doornen op Zijn hoofd. 
2
Daarna moest Jezus Zijn eigen zware houten kruis dragen naar de plek waar Hij gekruisigd zou worden. Onderweg viel Hij, omdat Hij zo uitgeput was. 
4
 Een man, Simon van Cyrene, werd door de soldaten gedwongen om het kruis voor Jezus te dragen.
5
Ze deden alsof Hij een koning was, maar ze lachten Hem uit en sloegen Hem.
3
Toen hingen ze Hem aan het kruis. Naast beide kanten van Jezus hingen 2 criminelen. Jezus hing tussen hen in.
6
Toen Jezus aan het kruis hing, gaven de soldaten Hem  azijn gemengd met gal of een mengsel van wijn en mirre. 
7
Dit was bedoeld om Jezus te verdoven en de pijn een beetje te verzachten, maar Jezus weigerde het te drinken.
8
Golgotha was de plaats buiten de stad Jeruzalem waar ze Jezus mee naar toe namen om Hem te kruisigen. De naam "Golgotha" betekent "schedelplaats".
1
Pilatus had  een bordje laten maken voor op het kruis . Er stond op : 'Jezus van Nazareth, de Koning der Joden.' 
9
De joodse leiders vroegen Pilatus: 'U mag niet schrijven: "De Koning der Joden," maar "Deze man heeft gezegd: Ik ben de Koning der Joden." Pilatus antwoordde: 'Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.'"
10

Slide 3 - Diapositive

Volgens de Bijbelse verslagen van Jezus' kruisiging, voerden de Romeinse soldaten verschillende handelingen uit:

Kruisiging: Ze nagelden Jezus aan het kruis, een gebruikelijke vorm van executie in die tijd voor criminelen en opstandelingen.

Verdeling van kleding: Ze verdeelden Jezus' kleding onder elkaar door het lot te werpen, zoals geprofeteerd in de Psalmen (Psalm 22:19; Johannes 19:23-24).

Bespotting: Ze bespotten Jezus door hem te voorzien van een doornenkroon en hem te bespotten als "Koning der Joden", terwijl ze hem sloegen en zijn lijden verergerden.

Geven van azijn om te drinken: Toen Jezus dorst leed aan het kruis, gaven ze hem een spons gedrenkt in zure wijn (azijn) om zijn dorst te lessen, zoals te lezen is in Matteüs 27:48 en Johannes 19:29.

Controleren van de dood: Om er zeker van te zijn dat Jezus dood was, braken de soldaten de benen van de twee misdadigers die naast hem gekruisigd waren. Toen ze bij Jezus kwamen, zagen ze dat hij al gestorven was en doorboorden ze zijn zijde met een speer om te controleren of hij echt dood was (Johannes 19:31-37).

Noem 5 dingen die ze met Jezus deden.

Slide 4 - Question ouverte

Volgens de Bijbelse verslagen van Jezus' lijden en kruisiging, werden verschillende vormen van marteling en mishandeling toegepast door de Romeinse soldaten.

Geseling: Voordat Jezus aan het kruis werd genageld, werd hij gegeseld met een zweep, ook wel een gesel genoemd. Deze zweep had meerdere leren riemen met aan het einde stukjes metaal of stukjes been, die de huid ernstig konden verwonden.

Bespotting: Nadat Jezus was gegeseld, bespoten de soldaten hem door een doornenkroon op zijn hoofd te plaatsen en hem een staf als scepter te geven, terwijl ze hem uitlachten en hem bespotten als "Koning der Joden".

Slaan en spugen: De soldaten sloegen Jezus herhaaldelijk in het gezicht en spuugden op hem als teken van minachting en vernedering.

Drank aanbieden: Voordat hij aan het kruis werd genageld, boden de soldaten Jezus een spons gedrenkt in zure wijn (azijn) aan om zijn dorst te lessen, maar Jezus weigerde te drinken.

Kruisiging zelf: Uiteindelijk werd Jezus genageld aan het kruis, een vorm van executie die op zichzelf al buitengewoon pijnlijk en vernederend was.
Toen Jezus aan het kruis hing, begon de lucht zich plotseling te veranderen. Van het zesde uur (12 uur 's middags) tot het negende uur (3 uur 's middags) werd het donker over het hele land. 
1
Dit duurde drie uur. Het was een vreemde gebeurtenis en mensen werden er bang van.
2
Deze duisternis wordt vaak gezien als een teken van Gods verdriet en de ernst van wat er op dat moment gebeurde. 
3
Jezus, die de Zoon van God is, droeg de zonden van de wereld. De duisternis is een symbool van het moment waarop Jezus de zonden van de wereld op zich nam.
4
Toen het helemaal donker was, riep Jezus uit met een luide stem: "Eli, Eli, lama sabachthani?", wat betekent: "Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?"
5
Dit was het moment waarop Jezus de pijn en het verdriet van de zonden van de wereld ervoer, en Hij voelde zich helemaal alleen gelaten. Ook door Zijn Vader.
6
Na deze woorden zei Jezus "Het is volbracht!" . Met deze woorden bedoelde Hij dat Hij Zijn taak op aarde had afgerond: het redden van de mensen.
7
Kort daarna stierf Jezus. Op dat moment kwam er een aardbeving en het gordijn van de tempel scheurde van boven naar beneden.  
8
  Dit liet zien dat door Jezus' dood de scheiding tussen God en mensen verdwenen was.
9
Toen de hoofdman (een Romeinse soldaat die verantwoordelijk was voor de uitvoering van de kruisiging) zag wat er allemaal  gebeurde, zei hij  "Deze man is inderdaad de Zoon van God."
10

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Na de dood van Jezus was het al laat in de middag, en de joden wilden niet dat de lichamen van de gekruisigden de sabbat (de rustdag) doorbrachten, omdat de sabbat begon bij zonsondergang.
1
Dus vroegen ze aan de Romeinse gouverneur, Pontius Pilatus, of de benen van de gekruisigden gebroken konden worden, zodat ze sneller zouden sterven en van de kruisen gehaald konden worden.
2
Toen de soldaten bij Jezus kwamen, zagen ze dat Hij al gestorven was. Ze braken Zijn benen niet, maar een van de soldaten stak een speer in Jezus’ zij.
3
Daarna vroeg Jozef van Arimathea, een rijke man die ook een geheime volgeling van Jezus was, aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht nemen om het te begraven.
4
Pilatus stemde in. Jozef haalde het lichaam van Jezus van het kruis en wikkelde het in een schoon laken.
5
Maria Magdalena en de andere Maria waren getuige van dit moment, en zij zagen waar het lichaam van Jezus werd gelegd. 
6
Jozef legde het lichaam in een nieuw graf, dat in een rots was uitgehakt. Er werd een grote steen voor de ingang van het graf gerold.
7
De discipelen waren nergens te bekennen. Zij hadden zich verstopt uit angst.
8

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions


Zoek op: Wat stond er op het bordje boven het kruis geschreven?

Slide 7 - Question ouverte

Volgens de Bijbelse verslagen van het kruisigingsverhaal stond er op het bordje boven Jezus' kruis de volgende inscriptie:
"In het Latijn: "INRI" of "Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum"
In het Nederlands vertaald: "Jezus de Nazarener, Koning der Joden".

Dit bordje met de inscriptie was een gebruikelijke praktijk bij Romeinse kruisigingen om de misdaad van de veroordeelde aan te geven. In het geval van Jezus werd de titel "Koning der Joden" gebruikt als de misdaad waarvoor hij werd gekruisigd, zoals door de Joodse religieuze leiders aan Pontius Pilatus was voorgelegd.

Wat waren de laatste woorden van Jezus?
Waarom zou Hij dat gezegd hebben?

Slide 8 - Question ouverte

Volgens de Bijbelse verslagen van Jezus' kruisiging, zijn de laatste woorden die Jezus sprak voordat hij stierf bekend als "de zeven laatste woorden". Deze woorden zijn vastgelegd in verschillende Evangeliën en worden vaak geciteerd tijdens de Goede Vrijdagdiensten.
Hier zijn de zeven laatste woorden van Jezus aan het kruis, zoals gerapporteerd in de evangeliën:
"Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen." (Lucas 23:34) - Hiermee bad Jezus tot God om vergeving voor degenen die hem kruisigden, als een uiting van genade en compassie.
"Waarlijk, Ik zeg u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn." (Lucas 23:43) - Deze woorden richtte Jezus tot de misdadiger die naast hem hing en hem vroeg om aan hem te denken wanneer hij in zijn koninkrijk zou komen.
"Vrouw, zie, uw zoon!" en "Zie, uw moeder!" (Johannes 19:26-27) - Hier gaf Jezus de zorg voor zijn moeder Maria over aan de apostel Johannes, wat ook symbool staat voor de geestelijke zorg voor alle gelovigen.
"Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" (Matteüs 27:46 en Marcus 15:34) - Deze woorden, die de openingsregel zijn van Psalm 22, worden vaak gezien als Jezus' uitroep van menselijke wanhoop en lijden, waarin hij de diepte van zijn ervaring van eenzaamheid en verlatenheid uitdrukt.
"Ik heb dorst." (Johannes 19:28) - Hiermee vervulde Jezus de profetieën uit het Oude Testament en toonde hij zijn menselijkheid door te lijden zoals een mens lijdt.
"Het is volbracht." (Johannes 19:30) - Met deze woorden voltooide Jezus zijn aardse missie van verlossing en vervulling van de Schrift, en gaf hij aan dat zijn werk op aarde was volbracht.
"Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest." (Lucas 23:46) - Met deze laatste woorden gaf Jezus zijn geest over aan God de Vader, als een uiting van overgave en vertrouwen in Gods plan.
Elk van deze laatste woorden draagt diepe theologische betekenis en weerspiegelt verschillende aspecten van Jezus' menselijkheid en goddelijkheid, zijn relatie met God en zijn missie van verlossing voor de mensheid.

Het antwoord op deze concrete vraag:
"Het is volbracht." (Johannes 19:30) - Met deze woorden voltooide Jezus zijn aardse missie van verlossing en vervulling van de Schrift, en gaf hij aan dat zijn werk op aarde was volbracht.



Hoe noemen we de dag waarop Jezus is gestorven aan het kruis? 
A
Black Friday
B
Zwarte zaterdag
C
Stille zaterdag
D
Goede vrijdag

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions


Jezus is op Goede Vrijdag gestorven. Maar waarom noemen we het dan Goede Vrijdag? 
A
De naam is bedacht door de Romeinen. Voor hun was het een goede dag
B
Omdat Jezus zichzelf heeft opgeofferd om de mensheid te redden
C
Goede betekende in die tijd slechte. Dus eigenlijk is het Slechte vrijdag
D
De naam is bedacht door de priesters. Want ze waren blij om van Jezus af te zijn

Slide 10 - Quiz

De dag waarop Jezus werd gekruisigd en stierf, staat bekend als Goede Vrijdag. De term "goed" in Goede Vrijdag is afkomstig van de oude Engelse uitdrukking "goede" wat in deze context "heilig" of "eerbiedwaardig" betekent. Het is dus niet zo dat de dag als 'goed' wordt beschouwd vanwege de gebeurtenissen die plaatsvonden, maar eerder vanwege de diepere betekenis en het belang ervan voor het christelijk geloof.
Voor christenen vertegenwoordigt Goede Vrijdag de dag waarop Jezus Christus zijn leven gaf voor de verlossing van de mensheid. Het is een herinnering aan Jezus' offer voor de zonden van de wereld, waardoor gelovigen vergeving en verlossing kunnen ontvangen. Ondanks de tragische gebeurtenissen van die dag, wordt het als "goed" beschouwd vanwege de hoop en het heil die voortvloeien uit Jezus' offer. Het is de dag waarop het fundament werd gelegd voor het christelijke geloof in de opstanding en de overwinning over de dood.

Aan wie gaf Pilatus het lichaam van Jezus?
Waarom zou deze persoon Jezus graag willen begraven denk je?

Slide 11 - Question ouverte

Aan wie gaf Pilatus het lichaam van Jezus?
Pilatus gaf het lichaam van Jezus aan Jozef van Arimathea. Jozef was een rijke man en een geheime volgeling van Jezus. Hij vroeg Pilatus om het lichaam van Jezus, zodat Hij een fatsoenlijke begrafenis zou krijgen.

Waarom zou Jozef Jezus willen begraven?
Jozef zou Jezus waarschijnlijk willen begraven uit respect en liefde. Hij geloofde dat Jezus de Messias was en wilde ervoor zorgen dat Jezus op een waardige manier werd begraven, zelfs als dat risico voor hemzelf met zich meebracht. Het was ook een daad van medeleven, omdat Jezus door zijn volgelingen werd verlaten, en Jozef wilde Hem met eer behandelen, zelfs na Zijn dood.
Toen Jezus in het graf lag, gingen de Joodse leiders naar Pilatus. 
1
Ze waren bang dat Jezus’ volgelingen zouden proberen om Zijn lichaam te stelen en zouden zeggen dat Hij was opgestaan uit de dood. 
2
Daarom vroegen ze Pilatus om een wacht bij het graf te zetten, zodat niemand het lichaam kon stelen.
3
Pilatus stemde in, en er werd een grote steen voor de ingang van het graf gerold en soldaten geplaatst om het graf te bewaken. 
4
Ze wilden er zeker van zijn dat niemand de boodschap van de opstanding van Jezus zou verspreiden.
5

Slide 12 - Diapositive

Volgens het Bijbelse verslag (Matteüs 27:62-66) werden soldaten bij het graf van Jezus geplaatst op bevel van de Joodse religieuze leiders, met toestemming van Pontius Pilatus, de Romeinse gouverneur van Judea. De religieuze leiders waren bang dat de discipelen van Jezus zijn lichaam zouden stelen en vervolgens zouden beweren dat hij was opgestaan uit de dood, zoals Jezus had voorspeld.
Door soldaten bij het graf te plaatsen, wilden ze ervoor zorgen dat het graf veilig werd bewaakt en dat niemand toegang had tot het lichaam van Jezus. Deze maatregel was bedoeld om mogelijke onrust onder het volk te voorkomen en om de autoriteit van de religieuze leiders te handhaven.
De soldaten bleven bij het graf tot de derde dag na de kruisiging, toen Jezus volgens de christelijke leer uit de dood opstond. Deze gebeurtenis wordt gevierd als de opstanding van Jezus en vormt het hart van het christelijke geloof.


Waarom wilden de priesters graag soldaten bij het graf?
A
Ze wilden ervoor zorgen dat niemand het lichaam van Jezus zou stelen
B
Ze wilden ervoor zorgen dat de discipelen niet het graf zouden bezoeken
C
Niemand mocht in de buurt van het graf komen vanwege de besmettelijke ziekte die Jezus had
D
Ze wilden de soldaten inzetten om te zorgen dat de regels werden gevolgd

Slide 13 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions



Hoeveel dagen  wilden de priesters graag soldaten bij het graf?
A
10
B
3
C
5
D
Voor altijd

Slide 14 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Op de vroege ochtend, heel vroeg na de sabbat gingen Maria Magdalena, Johanna, Maria de moeder van Jakobus en andere vrouwen naar het graf van Jezus.
1
Ze hadden geurende olie meegenomen om Jezus’ dode lichaam te verzorgen. 
2
Ze waren verdrietig, want Jezus was gestorven aan het kruis en begraven in een graf dat met een grote steen was afgesloten.
3
Toen de vrouwen bij het graf kwamen, zagen ze iets vreemds: de grote steen was weggerold!
4
 Vol verwondering gingen ze naar binnen en ontdekten dat het graf leeg was. Jezus’ lichaam was er niet.
5
Plotseling stonden er twee mannen in stralende kleren bij hen. De vrouwen schrokken enorm.
6
Maar de mannen zeiden: "Waarom zoeken jullie de levende bij de doden? Jezus is niet hier, Hij is opgestaan!"
7
De vrouwen waren verbaasd en blij tegelijk.
8
Ze herinnerden zich wat Jezus had gezegd: dat Hij zou opstaan na drie dagen. 
9
Ze haastten zich terug naar de stad om het goede nieuws aan de andere leerlingen te vertellen: Jezus leeft!
10

Slide 15 - Diapositive

De opstanding van Jezus en de rol van de vrouwen daarin zijn belangrijke aspecten van het christelijke geloof en worden beschreven in de Evangeliën van het Nieuwe Testament.

 
Volgens de Bijbelse verslagen gingen enkele vrouwen, waaronder Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus en Salome, op de derde dag na de kruisiging naar het graf van Jezus om zijn lichaam te balsemen. Bij het graf aangekomen, ontdekten ze dat de steen voor het graf was weggerold en dat het graf leeg was. Ze werden vervolgens begroet door een engel die hen vertelde dat Jezus was opgestaan uit de dood, zoals hij had voorspeld.
De vrouwen gingen vervolgens snel terug naar de discipelen om het nieuws van de opstanding te delen. Maria Magdalena ging zelfs alleen naar het graf terug en ontmoette Jezus, die haar opdracht gaf om zijn discipelen te vertellen dat hij was opgestaan.
De rol van de vrouwen bij het ontdekken en delen van het nieuws van de opstanding benadrukt hun geloof en toewijding aan Jezus, evenals de gelijkheid van mannen en vrouwen in de ogen van God. Hun getuigenis van de opstanding speelde een cruciale rol in het verspreiden van het christelijke geloof en het bevestigen van de centrale leerstelling van de opstanding van Jezus.

Op welke dag gingen de vrouwen naar het graf?

Slide 16 - Question ouverte

De vrouwen gingen naar het graf op de eerste dag van de week, wat overeenkomt met zondag. Dit was de dag na de sabbat, die op zaterdag werd gevierd. In de Bijbel wordt specifiek vermeld dat het heel vroeg in de ochtend was, nog vóór zonsopgang.

Bijbelverwijzingen:

Mattheüs 28:1: "Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag van de week..."
Marcus 16:2: "Heel vroeg op de eerste dag van de week, toen de zon opging..."
Lucas 24:1: "Heel vroeg in de morgen, op de eerste dag van de week..."
Johannes 20:1: "Op de eerste dag van de week, vroeg in de morgen, toen het nog donker was..."
Dus de vrouwen gingen naar het graf op zondagochtend, de dag die nu bekendstaat als Paasdag.

Schrijf in het kort op wat de engel tegen de vrouwen zei?

Slide 17 - Question ouverte

Volgens de Bijbelse verslagen, sprak de engel tegen de vrouwen bij het graf van Jezus met de volgende woorden:
"Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft." (Matteüs 28:6)
De engel verkondigde de opstanding van Jezus aan de vrouwen en nodigde hen uit om te zien dat het graf leeg was. Deze boodschap was een vervulling van de voorspellingen die Jezus had gedaan tijdens zijn bediening, waarin hij had gezegd dat hij na drie dagen uit de dood zou opstaan.

Door te zeggen "Hij is hier niet", bevestigde de engel dat Jezus niet langer in het graf lag, maar dat hij was opgestaan zoals hij had beloofd. Deze boodschap van de engel was een bron van vreugde en hoop voor de vrouwen en is het centrale punt van de christelijke leer over de opstanding van Jezus.

Denk je dat de vrouwen begrepen hadden wat Jezus had verteld over Zijn dood en opstanding voordat Hij ging sterven? Waarom wel/niet?

Slide 18 - Question ouverte

Ze gingen naar het graf om zijn lichaam te balsemen, wat suggereert dat ze eerder bezorgd waren over zijn dood dan over zijn opstanding.
Het lijkt er echter op dat de opstanding van Jezus voor hen een verrassing was. Toen ze bij het graf kwamen en het leeg vonden, werden ze eerst verrast en verbijsterd. Pas toen ze de engel ontmoetten en de boodschap van de opstanding hoorden, begonnen ze het te begrijpen en te geloven.
Het is belangrijk op te merken dat zelfs de discipelen, die regelmatig bij Jezus waren geweest en zijn onderwijs hadden gehoord, moeite hadden om zijn voorspellingen over zijn opstanding te begrijpen of te accepteren voordat het daadwerkelijk gebeurde. Hun ongeloof en verbazing na de opstanding weerspiegelen de diepte van de wonderbaarlijke gebeurtenis en de moeilijkheid om het volledig te bevatten.
De Romeinse soldaten die het graf van Jezus bewaakten, waren getuigen van de opstanding. 
1
Er kwam een aardbeving en een engel rolde de steen weg.
2
De soldaten waren doodsbang en beefden van angst. 
3
Ze werden zo bang dat ze "als dood" werden, wat betekent dat ze waarschijnlijk verstijfden of bewusteloos raakten.
4
Sommige soldaten gingen naar de leiders van de Joodse priesterlijke raad en vertelden wat er was gebeurd. 
5
De leiders waren bang voor de gevolgen van dit nieuws en gaven de soldaten geld.
6
Ze droegen hen op om te zeggen:
"Zijn leerlingen zijn 's nachts gekomen en hebben Zijn lichaam gestolen terwijl wij sliepen."
7
De soldaten namen het geld aan en verspreidden dit verzonnen verhaal.
8
Dit werd onder de Joden verder verteld als een verklaring voor het lege graf.
9

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Geef van de onderstaande uitspraken aan of ze goed of fout zijn. 
Goed
fout
Ze gaven Jezus water te drinken.
Jezus kreeg een kroon van rozen op Zijn hoofd.
Euthansasie is eigenlijk het zelfde als palliatieve sedatie.
Simon droeg ook een tijdje het kruis.
De soldaten die het graf bewaakten waren in slaap gevallen.
Petrus en Johannes waren als eerste bij het graf.
De laatste woorden van Jezus waren: Het is volbracht". 

Slide 20 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

De intocht in Jeruzalem
Het laatste avondmaal
De kruisiging van Jezus
Jezus ligt in het graf
Jezus staat op uit de dood
Paaszondag
Goede vrijdag
Witte donderdag
Stille zaterdag
Palmzondag

Slide 21 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoelen
  • Ik ken de naam van de man die het kruis hielp dragen.
  • ik weet hoe Jezus gestorven is.
  • Ik weet wat er boven het kruis stond geschreven en waarom dat er stond.
  • Ik ken de rol van de priesters en de soldaten in dit verhaal.
  • Ik weet  wie de eersten waren bij het lege graf en wie ze tegen kwamen.

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions