Cette leçon contient 40 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.
La durée de la leçon est: 45 min
Éléments de cette leçon
Slide 1 - Diapositive
4.1: Wapengeweld wereldwijd
Slide 2 - Diapositive
Wat gaan we doen?
Vaardigheden (dimensies en schaalniveaus)
Uitleg par 4.1
Maken H. 4 vaardigheden vraag 1 tm 4
Maken box 4.1 over separatisme
HW
Slide 3 - Diapositive
Leerdoelen
Je weet waar gewapende conflicten in de wereld voorkomen.
Je begrijpt waardoor binnenlandse conflicten kunnen ontstaan.
Je kunt samenhangen over conflicten ontdekken tussen atlaskaarten en met andere gegevens.
Slide 4 - Diapositive
Waar denk je aan bij het woord "conflicten"
Slide 5 - Carte mentale
Noem gebieden waar de laatste jaren conflicten zijn geweest
Slide 6 - Carte mentale
Noem oorzaken van conflicten
Slide 7 - Carte mentale
Gewapend conflict: een conflict waarbij
jaarlijks 25 doden of meer vallen
Slide 8 - Diapositive
Slide 9 - Diapositive
3 typen gewapende conflicten
Internationaal conflict
-> tussen staten
* Irak oorlog, 2e WO, Rusland-Oekraine
Binnenlandsconflict
-> blijven meestal binnen de grenzen van 1 land
* IRA, Farc
Kan een regionaal conflict worden
Geïnternationaliseerde conflicten
-> andere landen bemoeien zich met de situatie V.b Syrië
Slide 10 - Diapositive
Bron 5
Slide 11 - Diapositive
Slide 12 - Diapositive
Slide 13 - Diapositive
Slide 14 - Diapositive
De oorlog tussen de VS en Al Qaida is een
A
Staatkundig conflict
B
Internationaal conflict
C
Burgeroorlog
D
Regionaal conflict
Slide 15 - Quiz
Conflicten zijn moeilijk te begrijpen
Belangrijke begrippen
Territorium = woongebied volk
Staat = Gebied met internationaal erkende grens
Volk = Groep mensen die taal, geloof of gemeenschappelijke geschiedenis delen.
Etniciteit = Identiteit van een volk
Staten hebben recht op: soevereiniteit/zelfbeschikking (regels)
Slide 16 - Diapositive
Een gewapend conflict is een aanhoudende strijd waarbij jaarlijks
A
15 doden vallen
B
25 doden vallen
C
50 doden vallen
D
100 doden vallen.
Slide 17 - Quiz
Slide 18 - Diapositive
GB 87A
Slide 19 - Diapositive
Een volk kenmerkt zich door:
A
Hetzelfde territorium te bewonen
B
Binnen één staat te bestaan
C
Dezelfde taal, godsdienst en geschiedenis
D
Een nationalistisch karakter
Slide 20 - Quiz
er zijn meer volkeren dan staten, deze volkeren hebben eigen belangen
Slide 21 - Diapositive
Slide 22 - Diapositive
Slide 23 - Diapositive
Slide 24 - Diapositive
Wat is een voorbeeld van een intern conflict?
A
De strijd tussen Pakistan en India
B
De opstanden in Catalonië
C
De strijd tegen ISIS
D
WO II
Slide 25 - Quiz
Onafhankelijkheidsstreven
Separatisme: als een bevolkingsgroep het door hen bewoonde gebied los wil maken van het land waarin ze wonen
- voelen geen band met dominante cultuur
- eigen geschiedenis, sterke identiteit
- afscheidingsbewegingen
Slide 26 - Diapositive
seperatisme
De wens van een volk om zich af te scheiden van een staat
Catalonië
Slide 27 - Diapositive
nationalisme
Een volk streeft naar onafhankelijkheid en het stichten van een eigen staat
Schotland
Slide 28 - Diapositive
regionalisme
Een volk houdt, binnen een staat, sterk vast aan de eigen geschiedenis en cultuur. Bûter, brea en griene tsiis, wat'dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries (Boter, brood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan is geen echte Fries).
Bûter, brea en griene tsiis, wat'dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries (Boter, brood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan is geen echte Fries).
Slide 29 - Diapositive
Hoe noem je een gebied waarbinnen een volk woont zonder officiële grenzen?
A
Enclave
B
Staat
C
Territorium
D
Strook
Slide 30 - Quiz
Een intern conflict is meestal een
A
Regionaal conflict
B
Territorium Conflict
C
Burgeroorlog
D
Wereldoorlog
Slide 31 - Quiz
Slide 32 - Vidéo
Slide 33 - Diapositive
Slide 34 - Diapositive
Staat en territorium vallen samen
In de staat leeft een minderheid met een eigen territorium
In verschillende staten woont een minderheid met banden met een andere staat. De minderheid woont verspreid in de staten.
Het territorium van het volk is groter dan de staat.
Het territorium valt in meerdere staten. In elke staat is het volk een minderheid.
Slide 35 - Question de remorquage
nog vragen?
A
ja
B
nee
Slide 36 - Quiz
Stel hier jouw vraag
Slide 37 - Question ouverte
Wat hoort bij wat?
Internationaal conflict
Burgeroorlog
Regionaal conflict
Amerika valt Noord-Korea aan
IS is actief in Irak en Syrië
In Libië probeert men de regering om te leggen
Rusland verovert een deel van Georgië
In Colombia schiet het leger op demonstranten
De Mexicaanse drugsoorlog leidt tot spanningen in Texas
Oorlog in een buurland heeft invloed over de grens. Hier zijn dan ook meerdere landen bij betrokken.
Oorlog binnen één land, soms ook tegen de regering.
Oorlogen tussen landen. Soms twee, soms wat meer. Regering tegen regering!
Slide 38 - Question de remorquage
Regionalisme
Separatisme
Nationalisme
Slide 39 - Question de remorquage
Aan de slag
Maken H. 4 vaardigheden (schaalniveaus en dimensies)