herhaling unit 3

1 / 39
suivant
Slide 1: Vidéo interactive avec 2 diapositives
EngelsMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 2

Cette leçon contient 39 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 4 vidéos.

Éléments de cette leçon

2

Slide 1 - Vidéo

00:33
Wanneer gebruik je
TO BE GOING TO
?
A
Iets willen in de toekomst
B
Iets van plan zijn in de toekomst

Slide 2 - Quiz

00:39

TO BE
(het werkwoord zijn)
vertaal; Ik ben, jij bent, hij is, wij zijn)
A
I be, you being, he bees, we being
B
I be, you be, he bees, we to be
C
I were, you were, he was, we were
D
I am, you are, he is, we are

Slide 3 - Quiz

+

Slide 4 - Diapositive

Vul in 'am/are/is going to' :
They ..................perform on stage.
A
is going to
B
am going to
C
are going to

Slide 5 - Quiz

Vul in 'am/are/is going to' :
My friends ........watch a movie.
A
am going to
B
are going to
C
is going to

Slide 6 - Quiz

Vul in 'am/are/is going to' :
We ... travel to Canada next year.
A
am going to
B
is going to
C
are going to

Slide 7 - Quiz

Vul in 'am/are/is going to' :
She ...... play video games.
A
am going to
B
is going to
C
are going to

Slide 8 - Quiz

-
?

Slide 9 - Diapositive

0

Slide 10 - Vidéo

pretty - ________ - _________
A
prettyer - prettyest
B
more pretty - most pretty
C
prettier - prettiest
D
more prettie - most prettie

Slide 11 - Quiz

p. 113

Slide 12 - Diapositive

p. 128

copy the  first row

Slide 13 - Diapositive

3

Slide 14 - Vidéo

01:24
persoonlijk voornaamwoorden verwijzen naar:
A
personen, namen, dieren
B
dieren, namen, woorden
C
Woorden, dingen, personen
D
mensen, dieren of dingen

Slide 15 - Quiz

01:52
vertaal naar het Engels:
wij, jullie, zij

Slide 16 - Question ouverte


read and study

(subject)

(object)

Slide 17 - Diapositive

Subject pronouns
Object pronouns
me
her
him
she
I
We
them
us
he
you
you
it
it
you (MV)
they

Slide 18 - Question de remorquage

p. 125

Slide 19 - Diapositive

0

Slide 20 - Vidéo

Een meervoud in het Engels is meestal het enkelvoud + ...
A
-ed
B
-es
C
-s
D
-er

Slide 21 - Quiz

Meervoud van camera in het Engels
A
Camera's
B
Camerae
C
Cameras
D
Camera

Slide 22 - Quiz

Meervoud van 'shoe' in het Engels
A
shoes
B
shoies
C
shoeos
D
shoe's

Slide 23 - Quiz

Meervoud van 'photo' in het Engels
A
photoes
B
photo's
C
photos
D
photoos

Slide 24 - Quiz

Ik kan woorden in het Engels correct naar het meervoud veranderen
A
Yes, very well!
B
Yes, a little bit
C
No, not so well
D
No, not at all

Slide 25 - Quiz

01:52
vertaal naar het Engels:
ik, jij, hij, zij, het

Slide 26 - Question ouverte

vinden en vonden

Slide 27 - Question ouverte

male

Slide 28 - Question ouverte

je richten tot

Slide 29 - Question ouverte

receive

Slide 30 - Question ouverte

kopen - kochten

Slide 31 - Question ouverte

as well

Slide 32 - Question ouverte

Doors open at 7 am

Slide 33 - Question ouverte

i need two pair of boots

Slide 34 - Question ouverte

I just want my money back

Slide 35 - Question ouverte

Kun je me 15 pond lenen

Slide 36 - Question ouverte

Het is afgeprijsd

Slide 37 - Question ouverte

Het is echt een koopje

Slide 38 - Question ouverte

Klaar!!

Slide 39 - Diapositive