Cette leçon contient 35 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.
La durée de la leçon est: 100 min
Éléments de cette leçon
Thema 3:
Liefde en seksualiteit
Basisstof 4 - zwanger worden
Slide 1 - Diapositive
Hier vindt de ovulatie plaats
A
eileider
B
baarmoeder
C
eicellen
D
eierstokken
Slide 2 - Quiz
Door wie wordt de cel hiernaast aangemaakt?
A
Man
B
Vrouw
Slide 3 - Quiz
Hier worden de zaadcellen aangemaakt
A
prostaat
B
bijballen
C
zaadblaasjes
D
teelballen
Slide 4 - Quiz
Een ander woord voor ongesteld is...
Slide 5 - Question ouverte
eierstokken
De eileider
de baarmoeder
maagdenvlies
clitoris
In de eierstokken worden de vrouwelijke geslachtcellen gemaakt de eicellen
vervoert de rijpe eicel naar de baarmoeder
Hierin groeit het ongeboren kindje
randje slijmvlies aan het begin van de vagina
Gevoelig voor seksuele prikkels
Slide 6 - Question de remorquage
Wat gebeurt er als je geen anticonceptiemiddelen gebruikt?
Slide 7 - Carte mentale
Leerdoelen
Je kan uitleggen waar de bevruchting en innesteling plaatsvindt.
Je kan uitleggen hoe de zwangerschap en bevalling verlopen
Je kan voorbeelden geven van verschillende soorten prenataal onderzoek.
Slide 8 - Diapositive
Bevruchting
Tijdens de bevruchting smelten de celkernen van de zaadcel en de eicel samen.
Er ontstaat dan een embryo.
Er ontstaat een laag waardoor andere zaadcellen niet meer in de eicel kunnen.
Slide 9 - Diapositive
De bevruchting vindt plaats in deeileiders, na de ovulatie (eisprong).
Na de bevruchting:
Celdeling van het embryo (groeien)
verplaatsen naar de baarmoeder
Innesteling in de baarmoeder
Slide 10 - Diapositive
Celdeling
Slide 11 - Diapositive
Als de eicel is bevrucht
Geen menstruatie
Innestelling
ovulatie (eisprong)
Slide 12 - Diapositive
Innestelling
5-7 dagen na bevruchting
Vanaf dat moment zwanger
Embryo produceert hormonen die menstruatie en eisprong voorkomen
Embryo haalt voedingsstoffen uit het baarmoederslijmvlies tot de placenta gevormd is.
Slide 13 - Diapositive
Wanneer is een vrouw zwanger?
Als een man en vrouw rond het tijdstip van de eisprong (14e dag van de menstruatiecyclus) geslachtsgemeenschap hebben, kan een eicel bevrucht worden.
Bevruchting = de kern van de zaadcel smelt samen met de kern van de eicel.
- Eén nieuwe celkern ontstaat
- Gebeurt in de eileider
- Eicel ondoordringbaar voor andere zaadcellen
Celdeling - Bevruchte eicel deelt zich steeds weer
- Bolletje cellen ontstaat
- Na +/- 6 dagen komt het bolletje cellen in de baarmoeder
Innestelling = het bolletje cellen zet zich vast in het dikke baarmoederslijmvlies. - Vrouw is nu zwanger
Slide 14 - Diapositive
Innesteling
Slide 15 - Diapositive
De eerste 8 weken spreken we over een embryo, na deze 8 weken spreken we over een foetus. Na de geboorte noem je het kind een baby.
Slide 16 - Diapositive
Placenta
De placenta is een orgaan die voor stofwisseling tussen het bloed van moeder en kind zorgt.
Slide 17 - Diapositive
Navelstreng
In de eerste paar weken krijgt het embryo voedingsstoffen via het baarmoederslijmvlies. Daarna neemt de placenta deze functie over. Via de navelstreng komen de voedingsstoffen bij het embryo.
Slide 18 - Diapositive
embryo in vruchtvliezen
Slide 19 - Diapositive
foetus in vruchtvliezen.
Slide 20 - Diapositive
Slide 21 - Diapositive
Waaraan kun je zien dat jij vast hebt gezeten aan je moeder?
Slide 22 - Question ouverte
Prenataal onderzoek
Pre - voor
Nataal - geboorte
Prenataal onderzoek - onderzoeken voor de geboorte van de baby.
Slide 23 - Diapositive
Echo
vruchtwaterpunctie
Slide 24 - Diapositive
NIPT
NIPT
= Niet-invasieve prenatale test
Bloedtest (van de moeder)
Bevat DNA van de placenta, deze bevat DNA van de baby
Checkt de chromosomen
Slide 25 - Diapositive
De bevalling
Het eerste teken dat de bevalling is gestart zijn weeën.
De weeënzijn spiersamentrekkingen, deze zorgen voor ontsluiting van baarmoederhals en de baarmoedermond.
Slide 26 - Diapositive
Slide 27 - Diapositive
Slide 28 - Diapositive
Slide 29 - Diapositive
Bevalling
Zodra er volledige ontsluiting is (10 cm) starten de persweeën, de uitdrijving begint dan.
Slide 30 - Diapositive
Slide 31 - Vidéo
Slide 32 - Diapositive
Hoelang duurt de eerste bevalling gemiddeld?
A
3 tot 6 uur
B
7 tot 12 uur
C
12 tot 24 uur
D
24 tot 48 uur.
Slide 33 - Quiz
Nageboorte
Na de uitdrijving van de baby, komt de nageboorte.
De nageboorte bestaat uit de placenta, navelstreng en vruchtvliezen.