1.2a De Nederlandse industrie

laptop
1 / 25
suivant
Slide 1: Diapositive
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, mavoLeerjaar 2

Cette leçon contient 25 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

Éléments de cette leçon

laptop

Slide 1 - Diapositive

Terugblik op de vorige les.
  •  Je kunt uitleggen wat mechanisatie, schaalvergroting en specialisatie in de landbouw met elkaar te maken hebben.
  • Je kunt uitleggen wat de voordelen en de nadelen zijn van de manier waarop in de Nederlandse landbouw wordt gewerkt.

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Wat gaan we vandaag leren?
Bijna alles wat je in de winkel koopt is gemaakt in een fabriek. Sommige daarvan staan in Nederland en verkopen ook producten aan het buitenland. 
Hoe ziet de industrie in Nederland eruit?

Leerdoel: Hoe ziet de industrie in Nederland eruit?

Slide 4 - Diapositive

De Nederlandse Industrie
  • Voor het maken van producten hebben we grondstoffen nodig.
  • Soms lastig om te vervoeren of bewaren
  • Industrie bij vindplaats.


  • Redenen voor keuze locatie van een bedrijf (vestigingsplaatsfactoren) in de buurt van grondstoffen

Slide 5 - Diapositive

Voorbeelden
  • Verwerking verse producten dichtbij landbouwgebieden. VB: zuivelfabrieken
  • Veel grondstoffen per product goedkoper om product te vervoeren. VB: Suikerfabrieken (voor 1 kilo suiker, 7 kilo suikerbieten nodig)

  • Waarom zijn er veel olieproducenten in de buurt van Rotterdam?


Slide 6 - Diapositive

Grondstoffen
  •  Grondstoffen kunnen vervoerd worden als massagoed: Goederen die los in het ruim van een vervoermiddel worden gestort. 
VB: Ijzererts, olie, 
  • Goedkoop om te vervoeren

  • Voorbeeld een fabriek die veel massagoederen nodig heeft, vestigt zich daarom in een zeehaven dicht bij de klanten.

Slide 7 - Diapositive

Goederen
  • kant-en-klare producten= Stukgoed: Apart verpakte goederen, die in grote hoeveelheden meestal in containers worden vervoerd. 


  • Duurder dan massagoed.
  • Je moet er voorzichtig mee omgaan en voorzichtig stapelen.

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Vidéo

Begrippen
Afzetmarkt:                    Gebied waar je een product kunt verkopen.
Agglomeratie-effect:      Het effect dat bedrijven voordeel hebben van elkaars diensten en producten 
                                        en daarom bij elkaar willen zitten.
Arbeidsmarkt:                 Het geheel van vraag en aanbod van werk. Werkgevers bieden werk aan, 
                                        werkzoekenden zoeken werk.
Industriële inertie:          Het verschijnsel dat bedrijven niet verhuizen als de oorspronkelijke 
                                        vestigingsplaatsfactoren niet meer gelden.
Massagoed:                     Goederen die los in het ruim van een vervoermiddel worden gestort.
Multinational:                  Een bedrijf met vestigingen over de hele wereld.
Stukgoed:                         Apart verpakte goederen, die in grote hoeveelheden meestal in containers worden vervoerd.
Vestigingsplaatsfactor:     Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt.

Slide 10 - Diapositive

Succescriteria
Wat moet je kennen en kunnen?
  • Je kunt vestigingsplaatsfactoren noemen van verschillende soorten industrie.
  • Je kunt twee redenen geven waarom industrie vaak in steden is gevestigd.
  • Je kunt voorbeelden geven van Nederlandse multinationals en uitleggen wat het belang is van de vestigingsplaats van een hoofdkantoor.

Slide 11 - Diapositive

Wat zijn grondstoffen?
A
Stoffen die uit de grond komen.
B
Stoffen die we aan de grond toevoegen.
C
Stoffen die we gebruiken om iets van te maken.
D
Stoffen die op de grond liggen.

Slide 12 - Quiz

Stukgoederen

Massagoederen

Slide 13 - Question de remorquage

Wat valt niet onder massagoederen?
A
Aardolie
B
Steenkool
C
Ijzererts
D
Televisies

Slide 14 - Quiz

Deze iPad is een voorbeeld van een.....
A
Massagoederen
B
Stukgoederen

Slide 15 - Quiz

Aan de slag:
Wat?
§1.2 Opdrachten:  1 t/m 3
Hoe?
Eerste 10 minuten zelfstandig en in stilte.
Hierna mag je samenwerken en overleggen
Waar?
Learnbeat (via magister -> leermiddelen) 
Hulp?
- Theorie (                = bovenin links)
- Atlas 
- Docent 
Klaar?
 begrippen paragraaf 1.2 leren.
Niet af?
Huiswerk voor volgende les
Oefenen met de leerstof
timer
10:00

Slide 16 - Diapositive

wat zijn massagoederen
A
olie
B
computers
C
speelgoed
D
fietsen

Slide 17 - Quiz

wat zijn stukgoederen
A
kapotte goederen
B
goederen die per stuk worden vervoerd
C
goederen om het plafond te stucen
D
goederen die in engeland vast staan stuck

Slide 18 - Quiz

Veel materialen zijn gemaakt van grondstoffen. Wat zijn grondstoffen?
A
Stoffen die in de zee worden gevonden
B
Stoffen die in het bos worden gevonden
C
Stoffen die in de natuur worden gevonden
D
Stoffen die in de kledingkast worden gevonden

Slide 19 - Quiz

Wat zijn grondstoffen?
A
aardolie, aardgas, hout en water
B
hout, water, aardolie en aluminium
C
benzine, aardgas, water en hout
D
zonne-energie, water, wind en aardgas

Slide 20 - Quiz

Stukgoederen hoort bij ....
A
containervervoer
B
bulkvervoer

Slide 21 - Quiz

Grondstoffen
Product

Slide 22 - Question de remorquage

Wat voor goederen zijn dit? Sleep ze naar het goede vak.
Massagoederen
Stukgoederen
bananen
steenkool
scooters
auto's
olie
graan

Slide 23 - Question de remorquage

Stukgoederen
Massagoederen
Bananen
Steenkool
Graan
Scooters
IJzererts
Auto's

Slide 24 - Question de remorquage

Aan de slag
Je mag aan de slag met de opdrachten van §1.2 in Learnbeat

Slide 25 - Diapositive