klas 2 herh. 20-21

klas 2 - 31 januari

  • komende weken: 
Ariane: grammatica H20 en H21: toets W1
Rolf: Leesvaardigheid H17, H18, H19: toets W2

1 / 54
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 54 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

klas 2 - 31 januari

  • komende weken: 
Ariane: grammatica H20 en H21: toets W1
Rolf: Leesvaardigheid H17, H18, H19: toets W2

Slide 1 - Diapositive

Even herhalen
redekundig ontleden
taalkundig ontleden

Slide 2 - Diapositive

Even herhalen
redekundig ontleden: zinsdelen
taalkundig ontleden: woordsoorten

Slide 3 - Diapositive

Vraag
Welke zinsdelen weet je nog?

Slide 4 - Diapositive

Maak en zin met een
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
bijwoordelijke bepaling

Slide 5 - Diapositive

Maak en zin met een
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp

Slide 6 - Diapositive

H20
Koppelwerkwoord en naamwoordelijk gezegde

Slide 7 - Diapositive

Welke twee soorten werkwoorden ken je?



hulpwerkwoorden
zelfstandige werkwoorden

Slide 8 - Diapositive

Er bestaat nog een soort
koppelwerkwoord

Slide 9 - Diapositive

Soorten werkwoorden
Er zijn drie soorten werkwoorden:
- zelfstandig werkwoord (=belangrijkste ww in de zin)
- hulpwerkwoord (=helper, staat nooit alleen in de zin)
- koppelwerkwoord (=belangrijkste ww in de zin)

Zin met 1 ww
Zin met >2 ww 
zww
zww+hww
kww
kww+hww

Slide 10 - Diapositive

Wat is de functie van het koppelwerkwoord?
Het koppelwerkwoord koppelt het onderwerp aan 
een toestand of een eigenschap.

Slide 11 - Diapositive

Koppelwerkwoorden

zijn

worden

blijven

blijken

lijken

schijnen

heten, dunken, voorkomen

Slide 12 - Diapositive

koppelwerkwoorden

zijn, worden, blijven


een kww is vervangbaar door een ander kww

Onze hond wordt groot.

Onze hond is groot.

Onze hond blijft groot.



Slide 13 - Diapositive

wwg of nwg
doen = wwg
zijn = nwg 

Slide 14 - Diapositive

De docent is ziek
Haal alle werkwoorden uit de zin
Is er sprake van een koppelwerkwoord?


werkwoordelijk deel
naamwoordelijk deel

Slide 15 - Diapositive

Naamwoordelijk gezegde
Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? Benoem de delen.

De docent is ziek

is ziek= naamwoordelijk gezegde
is = werkwoordelijk deel
ziek = naamwoordelijk deel

Slide 16 - Diapositive

De jongen is jarig geweest
welke werkwoorden?
Is het belangrijkste ww een koppelwerkwoord?
Doet het onderwerp iets?

Slide 17 - Diapositive

Hij is jarig.
Hij is gestopt.


wwg of nwg?



Slide 18 - Diapositive

Wel of geen koppelwerkwoord?
quiz 

Slide 19 - Diapositive

Die ene groene plant met gele strepen is erg giftig.
A
wel kww
B
geen koppelwerkwoord

Slide 20 - Quiz

Mijn vriendin is dit jaar al vijf keer ziek geweest.
A
is
B
is geweest
C
geweest
D
geen koppelwerkwoord

Slide 21 - Quiz

In die kleren lijk je wel een vogelverschrikker!
A
lijk
B
geen koppelwerkwoord

Slide 22 - Quiz

Ik ben de hele dag in bed blijven liggen.
A
ben
B
blijven
C
liggen
D
geen koppelwerkwoord

Slide 23 - Quiz

Wil je wel even rustig blijven?
A
wil
B
blijven
C
geen koppelwerkwoord

Slide 24 - Quiz

Die vraag werd me gisteren ook al drie keer gesteld.
A
werd
B
gesteld
C
geen koppelwerkwoord

Slide 25 - Quiz

De musea in Amsterdam blijven een grote bron van inkomsten voor de stad.
A
blijven
B
geen koppelwerkwoord

Slide 26 - Quiz

Een dagje uit had me leuk geleken.
A
had
B
geleken
C
geen koppelwerkwoord

Slide 27 - Quiz

Naamwoordelijk gezegde
koppelwerkwoorden

Slide 28 - Diapositive

Mijn zus is vervelend.
Deze zin heeft een ...
A
werkwoordelijk gezegde
B
naamwoordelijk gezegde

Slide 29 - Quiz

Het gebouw wordt afgebroken.
Deze zin heeft een...
A
werkwoordelijk gezegde
B
naamwoordelijk gezegde

Slide 30 - Quiz

Wat is het naamwoordelijk gezegde in deze zin?
De vervelende afwas bleef lang staan.
A
bleef
B
afwas bleef
C
afwas blijft vervelend
D
er is geen naamwoordelijk gezegde

Slide 31 - Quiz

telwoorden

Slide 32 - Diapositive

VVD wint Tweede Kamerverkiezingen 2010

Den Haag - De VVD is de grote winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen 2010. Met 31 zetels won de partij van de PvdA. De PVV was met 24 zetels de 2e grote winnaar.
Het CDA verloor de helft van haar zetels en blijft met nog maar 21 zetels over in de Tweede Kamer. Ook de SP moest het ontgelden. De partij ging van 25 naar 15 zetels; een verlies van 10 zetels. Andere winnaars waren GroenLinks met 10 zetels en D66 met 10 zetels. De SGP behield haar 2 zetels en de Partij voor de dieren hield ook 2 zetels nadat zij er bijna 1 verloor. TON verloor haar 1 zetel en kwam dus uit op 0 zetels in de Kamer.
Overvallers frituur opgepakt

Zaandam - De politie van Zaandam heeft dit weekend drie mannen opgepakt. Ze worden verdacht van de overval op de frituur in de buurt Zuid afgelopen zondag. De overval werd gepleegd door blanke mannen van twintig jaar.
De politie hield eerder al een donkere jongen van zestien aan. Deze bleek echter niets met de overval te maken te hebben. De politie rekende de mannen in op de oude brug in Zaandam. Het is al de vierde keer dit jaar dat een frituur in Zaandam is overvallen. De tweede overval werd gepleegd door criminele jongeren uit Amsterdam. Voor de derde overval waren Duitse vrouwen verantwoordelijk. Enkele keren is geschoten. De buurtagent is het beu: 'het is al de zoveelste keer dat er geweld plaatsvindt hier!'

Vraag:
Noteer alle woorden die volgens jou 'hoeveelheden' of 'getallen' aanduiden.

Slide 33 - Diapositive

Noteer alle woorden die volgens jou 'hoeveelheden' of 'getallen' aanduiden.

Slide 34 - Question ouverte

VVD wint Tweede Kamerverkiezingen 2010

Den Haag - De VVD is de grote winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen 2010. Met 31 zetels won de partij van de PvdA. De PVV was met 24 zetels de 2e grote winnaar.
Het CDA verloor de helft van haar zetels en blijft met nog maar 21 zetels over in de Tweede Kamer. Ook de SP moest het ontgelden. De partij ging van 25 naar 15 zetels; een verlies van 10 zetels. Andere winnaars waren GroenLinks met 10 zetels en D66 met 10 zetels. De SGP behield haar 2 zetels en de Partij voor de dieren hield ook 2 zetels nadat zij er bijna 1 verloor. TON verloor haar 1 zetel en kwam dus uit op 0 zetels in de Kamer.
Overvallers frituur opgepakt

Zaandam - De politie van Zaandam heeft dit weekend drie mannen opgepakt. Ze worden verdacht van de overval op de frituur in de buurt Zuid afgelopen zondag. De overval werd gepleegd door blanke mannen van twintig jaar.
De politie hield eerder al een donkere jongen van zestien aan. Deze bleek echter niets met de overval te maken te hebben. De politie rekende de mannen in op de oude brug in Zaandam. Het is al de vierde keer dit jaar dat een frituur in Zaandam is overvallen. De tweede overval werd gepleegd door criminele jongeren uit Amsterdam. Voor de derde overval waren Duitse vrouwen verantwoordelijk. Enkele keren is geschoten. De buurtagent is het beu: 'het is al de zoveelste keer dat er geweld plaatsvindt hier!'

Vraag:
Noteer alle woorden die volgens jou 'hoeveelheden' of 'getallen' aanduiden.

Slide 35 - Diapositive

Telwoorden
  • Algemeen: woorden die getallen, cijfers of hoeveelheden aanduiden. 
  • Bepaalde telwoorden
    - geven een precieze aanduiding van de bedoelde hoeveelheid of rang  
    - vb. zes, vierendertig, tweede, honderdste, dertig
  • Onbepaalde telwoorden
    - geven een vage aanduiding   
    - veel, meer, meest, weinig, minder, minst, hoeveel, zoveel, tig, laatste ...
  • Hoofdtelwoorden
    - noemen een aantal 
  • Rangtelwoorden    
    - noemen een plaats in een numerieke hiërarchie; duiden een rang aan 

Slide 36 - Diapositive

Telwoorden

Slide 37 - Diapositive

"Zij heeft nog maar weinig grijze haren, zeg."
Wat is 'weinig'?
A
Bepaald rangtelwoord
B
Onbepaald rangtelwoord
C
Onbepaald hoofdtelwoord
D
Het is geen telwoord

Slide 38 - Quiz

"Mijn kat heeft vier poten."
Wat is 'vier'?
A
Bepaald hoofdtelwoord
B
Onbepaald hoofdtelwoord
C
Bepaald rangtelwoord
D
Het is geen telwoord

Slide 39 - Quiz

"Voor een eerste keer gaat dit hartstikke goed."
Wat is 'eerste'?
A
Bepaald hoofdtelwoord
B
Bepaald rangtelwoord
C
Onbepaald rangtelwoord
D
Het is geen telwoord

Slide 40 - Quiz

"Het laatste boek dat ik heb gelezen is Harry Potter en de vuurbeker."
Wat is 'laatste'?
A
Bepaald hoofdtelwoord
B
Bepaald rangtelwoord
C
Onbepaald rangtelwoord
D
Het is geen telwoord

Slide 41 - Quiz

Wederkerende voornaamwoorden
  • Horen bij een wederkerend werkwoord: zich wassen
Ik was me / mezelf
Jij wast je / jezelf
Hij wast zich / zichzelf
Wij wassen ons / onszelf
Jullie wassen je / jezelf
Zij wassen zich / zichzelf
  • Mezelf, jezelf, zichzelf, onszelf komt alleen voor bij toevallig wederkerende werkwoorden
  • Ik vergis mezelf is grammaticaal onjuist, want zich vergissen is een verplicht. wed. ww. 
  • Me is een wed. vnw. en geen bez. vnw - me broertje is grammaticaal onjuist. 

Slide 42 - Diapositive

Wederkerige voornaamwoorden
Elkaar
Elkander
Mekaar
Mekander





Slide 43 - Diapositive

Ik schaam me altijd voor mijn broertje.
A
Me = onpers. vnw.
B
Me = wed. vnw.
C
Me = pers. vnw.
D
Me = bez. vnw.

Slide 44 - Quiz

Schaam jij je ook altijd voor JE broertje?
A
JE = pers. vnw.
B
JE = wed. vnw.
C
JE= bez. vnw.
D
JE = onb. vnw.

Slide 45 - Quiz

Ik vergiste mezelf bij het bepalen van het woordsoort.
mezelf = grammaticaal onjuist

A
Ja
B
Nee

Slide 46 - Quiz

Wij lachen altijd naar elkaar.
A
Elkaar = wed. vnw.
B
Elkaar = wedig. vnw.

Slide 47 - Quiz

Koning Willem I was koning van 1815 tot 1840.
A
I = brtw
B
I = ortw
C
I = bhtw
D
I = ohtw

Slide 48 - Quiz

Lodewijk de 14e was de zonnekoning van Frankrijk.
A
14e = brtw
B
14e= ortw
C
14e= bhtw
D
14e = ohtw

Slide 49 - Quiz

Voor de laatste keer wordt die voorstelling gespeeld op 25 december.
A
laatste = brtw
B
laatste = ortw
C
laatste = bhtw
D
laatste = ohtw

Slide 50 - Quiz

Voor de laatste keer wordt die voorstelling gespeeld op 25 december.
A
25 = brtw
B
25 = ortw
C
25 = bhtw
D
25 = ohtw

Slide 51 - Quiz

vragende voornaamwoorden
wie - wat - welke - wat voor een

Slide 52 - Diapositive

onbepaalde voornaamwoorden
iemand - niemand - iets - niets- wat - ieder (een) - alle(s) - andere (n) - elk - sommige (n) - verschillende - je - men - het

Slide 53 - Diapositive

aan de slag
werkbladen afmaken
opdracht 9 t/m 11 blz. 88-89
volgende week : toets grammatica H20-21

Slide 54 - Diapositive