Scheikunde 2 - Les 2

Scheikunde 2 - Les 2
1 / 33
suivant
Slide 1: Diapositive
ScheikundeMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 33 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 55 min

Éléments de cette leçon

Scheikunde 2 - Les 2

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Herhaling vorige les
  • Doornemen leerdoelen
  • Vervolg opbouw atoom en ion
  • Aan de slag!
  • Isotopen
  • Aan de slag!

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Weekplanning
Week 1: Opbouw van atoom en ion
Week 2: Opbouw van atoom en ion, isotopen
Week 3: Atoombindingen & covalentie
Week 4: Verschillende soorten bindingen

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Herhaling vorige les
  • Doornemen leerdoelen
  • Vervolg opbouw atoom en ion
  • Aan de slag!
  • Isotopen
  • Aan de slag!

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk type deeltje(s) kunnen in een atoomkern voorkomen?
A
Protonen en elektronen
B
Protonen, elektronen en neutronen
C
Neutronen en elektronen
D
Protonen en neutronen

Slide 5 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk type deeltjes in het atoom bepaalt welk atoomsoort het is?

Slide 6 - Question ouverte

De protonen
Massagetal =
A
Aantal protonen
B
Aantal neutronen
C
Aantal protonen - aantal elektronen
D
Aantal protonen + aantal neutronen

Slide 7 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wanneer noem je een atoom nu een ion?

Slide 8 - Question ouverte

Wanneer het atoom een lading heeft, dus een positieve of negatieve lading. Dat betekent dat het meer of minder elektronen heeft dan het aantal protonen.
Bij meer elektronen dan protonen is het atoom negatief geladen en bij minder elektronen dan protonen is het atoom positief geladen.
Lading ion =
A
Aantal protonen - aantal elektronen
B
Aantal protonen - aantal neutronen
C
Aantal elektronen- aantal protonen
D
Aantal elektronen

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Een negatief geladen ion bevat:
A
Meer protonen dan elektronen
B
Meer elektronen dan protonen
C
Dit kun je niet weten

Slide 10 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Herhaling vorige les
  • Doornemen leerdoelen
  • Vervolg opbouw atoom en ion
  • Aan de slag!
  • Isotopen
  • Aan de slag!

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoelen
Jij:
  • Kunt aangeven hoeveel protonen een bepaald atoom of ion bevat
  • Kunt aangeven hoeveel neutronen een bepaald atoom of ion bevat
  • Kunt aangeven hoeveel elektronen een bepaald atoom of ion bevat
  • Kunt de definitie van een isotoop geven

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Herhaling vorige les
  • Doornemen leerdoelen
  • Vervolg opbouw atoom en ion
  • Aan de slag!
  • Isotopen
  • Aan de slag!

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 14 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Gezamenlijk oefenen
1. Zoek uit van het weergeven ion.
a. Wat is het atoomnummer?
b. Wat is het massagetal?
c. Wat is de lading?
d. Hoeveel protonen?
e. Hoeveel neutronen?
f. Hoeveel elektronen?

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Gezamenlijk oefenen
1. Zoek uit van het weergeven ion.

a. Wat is het atoomnummer? 11
b. Wat is het massagetal? 22,99 ~ 23
c. Wat is de lading? +1
d. Hoeveel protonen? 11
e. Hoeveel neutronen? 23-11 = 12 (massagetal - atoomnummer = neutronen)
f. Hoeveel elektronen? 10 (lading is +1, er zijn 11 protonen, dus 10 elektronen)

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Herhaling vorige les
  • Doornemen leerdoelen
  • Vervolg opbouw atoom en ion
  • Aan de slag!
  • Isotopen
  • Aan de slag!

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag!
Maak opdracht 1 - Les 2 op de ELO
timer
10:00

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Herhaling vorige les
  • Doornemen leerdoelen
  • Vervolg opbouw atoom en ion
  • Aan de slag!
  • Isotopen
  • Aan de slag!

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stof
bestaat uit

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stof
Moleculen
bestaat uit

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stof
Moleculen
Atomen
bestaat uit
bestaan uit

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Stof
Moleculen
Atomen 
Protonen, neutronen &  elektronen 
bestaat uit
bestaan uit
bestaan uit

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Isotopen
  • Het aantal protonen en elektronen is gelijk aan elkaar. 
  • De protonen en de neutronen hoeven niet gelijk te zijn aan elkaar!




Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Isotopen
  • Het aantal protonen en elektronen is gelijk aan elkaar. 
  • De protonen en de neutronen hoeven niet gelijk te zijn aan elkaar!


Bij veel atoomsoorten komen 
atomen voor met een verschillend 
aantal neutronen, bijv. bij waterstof:

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Isotopen
Dit noem je dan isotopen.

Waterstof kent in zijn geval dus drie isotopen.


Isotopen: Isotopen zijn atomen van dezelfde atoomsoort met een verschillend aantal neutronen.

Slide 26 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Isotopen - herkennen

 




Deze twee atomen zijn géén isotopen. Waarom?

Slide 27 - Diapositive

Bij een isotoop bevatten beide atomen evenveel protonen en elektronen en verschilt alleen het aantal neutronen.

In dit geval bevat het linker atoom twee elektronen en twee protonen.

Het rechter atoom bevat een elektron en een proton.
Isotopen - herkennen






Zijn deze twee atomen isotopen?
Leg uit waarom wel/niet?

Slide 28 - Diapositive

Bij een isotoop bevatten beide atomen evenveel protonen en elektronen en verschilt alleen het aantal neutronen.

In dit geval bevat het linker atoom twee elektronen en twee protonen.
Het bevat 1 neutron.

Het rechter atoom bevat ook twee elektronen en twee protonen.
Het bevat echter 2 neutronen. 
Isotopen - notatie
Hoe haal je die isotopen dan uit elkaar? 
Voor het aangeven van isotopen gebruik je het massagetal.
                                                                                                               
massagetal = protonen + neutronen











                                   
                                                                                   
BINAS 
tabel 25

Slide 29 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

De meeste koolstofatomen hebben 6 protonen en 6 neutronen in de kern. Wat is het massagetal van dit atoom?

Slide 30 - Question ouverte

12
Hiernaast staat een goud atoom (Au). Het massagetal van dit atoom is 197.

Hoeveel neutronen bevat dit atoom? (gebruik je Periodiek Systeem)

Slide 31 - Question ouverte

Massagetal is 197 (aantal protonen + neutronen)
Atoomnummer is 79 (aantal protonen)
Neutronen = massagetal - atoomnummer
Neutronen = 197 - 79 = 118 neutronen
Lesplanning
  • Doornemen weekplanning
  • Herhaling vorige les
  • Doornemen leerdoelen
  • Vervolg opbouw atoom en ion
  • Aan de slag!
  • Isotopen
  • Aan de slag!

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag!
Maak opdracht 2 - Les 2 op de ELO
timer
10:00

Slide 33 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions