elektrische energie klas 2 KTL

Klas 3 kader hfd 9
Basis hfd 8
1 / 18
suivant
Slide 1: Diapositive
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

Cette leçon contient 18 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Klas 3 kader hfd 9
Basis hfd 8

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoel
Weten wat elektriciteitsverbruik is

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Kilowattuurmeter

Het elektriciteitsverbruik wordt
gemeten in kilowattuur (kWh).
1 kilowatt (kW) = 1000 Watt.

Elektriciteit in huis.

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Vermogen
Je kan je waarschijnlijk wel voorstellen dat een fietslampje minder energie nodig heeft dan een boormachine. 
Het vermogen is de hoeveelheid energie die een apparaat elke seconde gebruikt.
Het vermogen staat vaak op de verpakking of het apparaat zelf. Je herkent dit aan het woordje Watt (of afgekort W). De lamp hiernaast heeft een vermogen van 5 Watt. 
Als het vermogen heel groot is, staat er kW. Dit is 1000 Watt

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk apparaat heeft denk je het grootste vermogen?
A
een fietslamp
B
een boormachine
C
een tosti-ijzer
D
een telefoon

Slide 5 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Betalen voor elektriciteit
Elektriciteit maken kost geld. Daarom moet je ook betalen voor het gebruiken van elektriciteit.

Vandaag gaan we kijken hoe wordt bepaald hoeveel je moet betalen voor elektriciteit

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Een oude kWh-meter met een draaiende schijf
Een nieuwe kWh-meter - deze slimme meter geeft vanzelf de meterstand door

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

De kWh-meter
In de meterkast thuis zitten alle belangrijke onderdelen van de elektrische installatie.
Een van deze onderdelen is de kWh-meter (kiloWatt-uur meter)
Deze meter meet hoeveel energie je gebruikt. 

Er zijn 2 soorten meters
  • Meter met een draaiende schijf. 1x per jaar moet je het getal wat hier op staat doorgeven aan het elektriciteitsbedrijf. Zij berekenen dan hoeveel elektriciteit je hebt gebruikt
  • Een slimme meter. Deze meter geeft automatisch aan het elektriciteitsbedrijf door hoeveel elektriciteit je hebt gebruikt

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Elektriciteitsverbruik meten
De kWh-meter telt altijd verder. Het begint niet elk jaar op 0. Daarom moet je het elektriciteitsverbruik berekenen.

Voorbeeld:
- aan het begin van het jaar staat de meter op 62 195  kWh
- aan het eind van het jaar staat de meter op 63 865 kWh

Het verbruik in dat jaar is dan 63 865 (stand eind)- 62 195 (stand begin) = 1670 kWh

Een kWh kost ongeveer €0,24. Dit jaar moet je dus: 1670 x 0,24 = € 400,80 betalen

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan het begin van het jaar geeft de kWh-meter 2 862 kWh aan
Aan het einde van het jaar geeft de kWh-meter 4 684 kWh aan

Een kWh kost €0,24. Hoeveel moet je betalen? Schrijf ook de berekening op.

Slide 10 - Question ouverte

4684-2862=1822 kWh
1822 x €0,24 = €437,28
berekenen 
  • gegevens: wat staat er in de vraag 
  • gevraagd? wat moet ik uitrekenen 
  • formule: welke formule moet ik gebruiken 
  • berekening: noteer de berekening 
  • antwoord, altijd een eenheid erachter
  • controleer 

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Eenheid van Vermogen
A
Watt
B
Ampere
C
Volt

Slide 12 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is Watt?
A
Grootheid
B
Spanning
C
Stroomkracht
D
Vermogen

Slide 13 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

kWh (kilo watt uur) is een
A
Energie grootheid
B
Energie eenheid
C
Vermogen grootheid
D
Vermogen eenheid

Slide 14 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Elektrische apparaten verbruiken...
A
Stroom
B
Spanning
C
Energie
D
Vermogen

Slide 15 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat betekent de letter P?
A
Spanning
B
Stroomsterkte
C
Weerstand
D
Vermogen

Slide 16 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

E is het symbool voor?
A
Energie
B
Spanning
C
Weerstand
D
Vermogen

Slide 17 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Stroomsterkte druk je uit in
A
Volt
B
Ampére
C
Ohm
D
Vermogen

Slide 18 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions