VWO 4 Of Course unit 3 lesson 2 class 2

VWO 4 - Lesson 3.2 (class 2)



VWO 4 - Unit 3 lesson 1 (a)
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

VWO 4 - Lesson 3.2 (class 2)



VWO 4 - Unit 3 lesson 1 (a)

Slide 1 - Diapositive

Today
Class work
Grammar: future

Individually 
Reading
Vocabulary
Vocabulary extra 

Slide 2 - Diapositive

Goals
  • Ik kan benoemen wat ik deze week ga oefenen. 
  • Ik herken de gerund en kan deze toepassen. 
  • Ik weet welke verschillende vormen er zijn van de future en kan deze toepassen.
  • Ik herken de woorden van lesson 3.2. 
  • Ik heb geoefend met verschillende vaardigheden. 

Slide 3 - Diapositive

Grammar: future
Quick overview

  • toekomende tijd
  • 4 manieren: 
    - will + ww
    - to be going to + ww
    - present continuous
    - simple past

Slide 4 - Diapositive

Grammar: future
will + werkwoord (ontkenning: will not/won't) 
  • bij voorspellingen, wensen, hopen, beloftes, veronderstellingen
  • als je je iets voorneemt op het moment van spreken
  • als iets in de toekomst gaat gebeuren


- I promise I'll call you tomorrow.
- I think she will visit me this weekend.
- They hope they will be home by then. 
- There's someone at the door. I will open it.

- The weather forecast said it will rain tomorrow.
- We will be home this evening. 

shall
Bij de onderwerpen I (ik) en we (wij) kun je ook 'shall' gebruiken.

Vraag je naar iemands voorkeur of doe je een voorstel moet je bij I en we shall gebruiken. 

Slide 5 - Diapositive

Grammar: future
am/are/is going to + werkwoord
  • bij bestaande plannen in de toekomst
  • als er duidelijke aanwijzingen zijn dat iets gaat gebeuren


- We are going to visit my aunt's this weekend.
- He is going to join the army after highschool.
- Look at that wobbly chair. It is going to break any moment.
- My mum is pregnant, she is going to have a baby.

Slide 6 - Diapositive

Grammar: future
present continuous (am/are/is + ww + ing) 
  • bij afspraken of plannen waarvoor al voorbereidingen zijn getroffen.


- We are flying to Rome this evening.
- They are getting married next month. 

Slide 7 - Diapositive

Grammar: future
simple present (hele ww / hele ww + s (bij he/she/it)) 
  • bij vaste tijden.


- The store opens at ten o'clock.
- The train departs at a quarter past three.

Slide 8 - Diapositive

I love London. One day, I ... there.
A
will go
B
am going to go
C
am going
D
go

Slide 9 - Quiz

Waarom?

Slide 10 - Question ouverte

Our train ... at 4:47.
A
will leave
B
is going to leave
C
is leaving
D
leaves

Slide 11 - Quiz

Waarom?

Slide 12 - Question ouverte

This is my last day here. I ...back to England tomorrow.
A
will go
B
am going to go
C
am going
D
go

Slide 13 - Quiz

Waarom?

Slide 14 - Question ouverte

What does a blonde say when she sees a banana skin lying just a few metres in front of her? - Oh dear! I ... !
A
will slim
B
am going to slip
C
am slipping
D
slip

Slide 15 - Quiz

Waarom?

Slide 16 - Question ouverte

Grammar: future
Do exercise 16 





Finished? Continue with week task
timer
5:00

Slide 17 - Diapositive

Grammar: future (exercise 16) 
  1. will do (2) 
  2. starts (6) 
  3. will visit (1) 
  4. are going to have (4) 
  5. is flying (3) 
  6. leaves (6) 
  7. is going to get (5) 
  8. will give (2) 
  9. am seeing (3) 
  10. are going to visit (4)  

Slide 18 - Diapositive

What to do?
Do: exercise 1 - 16 + Test yourself
Copy: study box lesson 3.2 En-Du + Du-En




Slide 19 - Diapositive

  • Study study box lesson 3.2 (through Quizlet) to improve your knowledge of the vocabulary
  • Watch grammar video and do extra exercises if you need more practise
  • Practise extra grammar through Versterk Jezelf (when the results of the Test Yourself indicate you should)
  • Read an English book 

Slide 20 - Diapositive

Class today
We discussed the future. 

Slide 21 - Diapositive

will + werkwoord 
to be going to + werkwoord 
present continuous
simple present
iets gaat in de toekomst gebeuren
een voornemen op het moment van praten
een wens, belofte, aanbod, voorspelling of veronderstelling
afspraak of plannen waarvoor voorbereidingen getroffen zijn
een bestaand plan
er zijn duidelijke aanwijzingen dat iets gaat gebeuren
een vaste tijd

Slide 22 - Question de remorquage

Slide 23 - Vidéo

Slide 24 - Lien