Aanplakvragen met ''to be'' (recap)

Question tags
Met het werkwoord 'to be'

1 / 20
suivant
Slide 1: Diapositive
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

Cette leçon contient 20 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Question tags
Met het werkwoord 'to be'

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

Wanneer gebruik je een question tag?


Aangeplakte vragen gebruik je om bevestiging te vragen. Je kent het ook wel in het Nederlands, denk maar aan: 
We gaan morgenochtend al weg, toch? 
Heb je zin om daarheen te gaan, of niet
Jij bent daar nooit geweest, of wel?

Slide 4 - Diapositive

Hoe maak je een QT?
  • Je herhaalt het onderwerp en het werkwoord, maar dan omgedraaid.
  • Je gebruikt 'not' voor of achter de komma.

They aren't home, are they?

They are help us, aren't they?

Slide 5 - Diapositive

Let op!
Je gebruikt hetzelfde persoonlijk voornaamwoord als in de zin, óf je gebruikt het p.vnw. dat bij de naam/het woord hoort:

Sam and John are fast, aren't they? 
The dog isn't sick, is it?
Frankie doesn't like ice cream, does she?


Slide 6 - Diapositive

Let op!
Een belangrijke uitzondering is 'I am'.

Bij een bevestigende zin gebruik je 'aren't I' als tag. Bij een ontkennende zin gebruik je gewoon 'am I'.

I'm late, aren't I?
I'm not too early, am I?

Slide 7 - Diapositive

Let's practise!

Slide 8 - Diapositive

Personal pronouns you can use in a question tag:
Words you can not use in a tag:
Ann
the boys
she
they
you
our books
me
we
I
Luke Skywalker
Star Wars
he
it
they
Bernie

Slide 9 - Question de remorquage

TAG QUESTIONS:
Als de zin ontkennend (-) is, dan is de tag question....
A
bevestigend (+)
B
ontkennend (-)

Slide 10 - Quiz

TAG QUESTIONS:
Als de zin bevestigend (+) is, dan is de tag question....
A
ook bevestigend (+)
B
ontkennend (-)

Slide 11 - Quiz

My brother is a lovely boy, ...... ....?
A
is he?
B
isn't he?

Slide 12 - Quiz

It's not rocket science, ... ...?
A
isn't it
B
do you
C
is it
D
are we

Slide 13 - Quiz

TAG QUESTIONS
She is always at work, ... ?

Slide 14 - Question ouverte

Vul de tag question in:
It isn't difficult, ....?

Slide 15 - Question ouverte

Vul de 'Tag question' in.
You aren't at school, ..... ...?

Slide 16 - Question ouverte

Vul de tag question in:
They aren't Italian, ....?

Slide 17 - Question ouverte

Tag question:
She is annoying , ........ ?

Slide 18 - Question ouverte

Match the tag questions to the sentences
You are happy, _________________
She is crazy, _________________
He looks perfect, _________________
She makes delicious pie, _________________
They are nice, _________________
aren't you?
isn't she?
doesn't he?
doesn't she?
aren't they?

Slide 19 - Question de remorquage

Ik weet hoe ik Tag Questions moet maken.
Helemaal niet
Niet helemaal
Een beetje
Ja, ik kan het!
Ik heb nog wat vragen

Slide 20 - Sondage