"The" gebruik je voor specifieke dingen zoals personen, dieren en dingen:
Look at all of those phones! The phone I like is over there.
"A" gebruik je voor woorden die starten met een medeklinker:
A man, a person, a banana, a tiny blue Indian elephant.
"An" gebruik je voor woorden die starten met een klinker.
We kijken niet, maar luisteren!