Liv Spaans periode 3 les 7

Les 7


- Je kant tot 100 tellen in het Spaans
- Je kent het werkwoord TENER en je kan jouw leeftijd in het Spaans zeggen
- Je kan persoonlijke gegevens vragen en antwoorden


1 / 18
suivant
Slide 1: Diapositive
SpaansMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 18 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Les 7


- Je kant tot 100 tellen in het Spaans
- Je kent het werkwoord TENER en je kan jouw leeftijd in het Spaans zeggen
- Je kan persoonlijke gegevens vragen en antwoorden


Slide 1 - Diapositive

1 – 4 – 7 – 9
11 – 13 – 15 – 18
20
42
66
77
35
59
82
94
100

1 – 4 – 7 – 9
11 – 13 – 15 – 18
20 - 42 - 66 - 77
35 - 59 - 82 - 94
100

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Diapositive

MP TB p. 23, 7c Gegevens

Twee personen wisselen hun gegevens uit op de beurs.
Luister en vul het schema aan.

Slide 4 - Diapositive

MP TB p. 23, 7d

In tweetallen. Je wilt weten of je medestudent de volgende dingen heeft. Vraag hem/haar en noteer de antwoorden. 

Slide 5 - Diapositive


MP TB p. 23, 8 La agenda de la oficina



In tweetallen. In je adressenboekje ontbreken enkele gegevens. Vraag elkaar om de informatie die mist.

Slide 6 - Diapositive

MP TB p. 24
9. Una joven profesional
a. Ana vertelt over haar stage bij een hotel.
Lees de tekst en vul de ontbrekende gegevens in onder de foto.
b. Markeer in de tekst alle activiteiten van Ana. Welke werkswoordvormen ken je al?

Slide 7 - Diapositive

Presente regular: de vervoeging 
HABLAR                       COMER                VIVIR 
hablo                             com                    vivo
hablas                           comes                  vives
habl                            com                    viv
hablamos                    comemos           vivimos
habláis                         coméis                 vivís
hablan                          comen                  viven

Regelmatige ww

Slide 8 - Diapositive

MP TB p. 24, 9
d. Schrijf aan de hand van de informatie vier zinnen over de tekst: twee zinnen die waar zijn, en twee zinnen die niet waar zijn.

e. In drietallen. Lees je zinnen voor, de andere moeten zeggen of de zinnen waar of niet waar zijn en corrigeren de onjuiste informatie.


Slide 9 - Diapositive

MP WB p. 27
1 Comprensión auditiva


17

Slide 10 - Diapositive

MP TB H3 p.31
Familia y compañía
1a Bekijk de foto's bij Mario's blog. Welke reacties horen bij welke foto's?
1b Onderstreep de woorden die de relatie tussen de personen uitdrukken.
1c Waar bewaar je de foto's van je familie en vrienden?

Slide 11 - Diapositive

TB p. 32
2a Bekijk de foto's van de onderneming Carmencita. Wat is Carmencita voor bedrijf?

2b Lees het interview met de bedrijfleider en controleer daarmee je antwoord van oefening a. Onderstreep alle familierelaties.

Slide 12 - Diapositive

Slide 13 - Diapositive

Y la familia,  ¿qué tal?
Werkboek blz 30
1. La familia de Carmencita
a. Jesus Navarro Alberola praat over zijn familie. Luister naar het fragment en vul de stamboom aan met de volgende namen:
  • Magdalena
  • Carmen
  • Conchita
  • Jesús
  • Francisco
  • Nieves
  • Jesús

      





en CorViaedEC

Slide 14 - Diapositive

Los números

Slide 15 - Diapositive

MP TB p. 33
3 Datos de la empresa
a Vul de ontbrekende getallen in. 
b Luister en vul de getallen in. 

Slide 16 - Diapositive

MP TB p. 33
3c. Lees de zinnen van 3b en markeer de vormen van ser. Markeer met een andere kleur de vormen van estar. 

Slide 17 - Diapositive

Wie?
Wat?
Waar?
Wanneer?
Waarom?
Hoe?
Hoeveel?
Welke?

¿Quién?
¿Qué?
¿Dónde?
¿Cuándo?
¿Por qué?
¿Cómo?
¿Cuánto?
¿Cuál?
Let op het accent!

Slide 18 - Diapositive