Gr. F. Samentrekkingen

Nederlands  
1 / 27
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 27 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Nederlands  

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Diapositive

Grammatica blz. 210 + Formuleren blz. 230

Bekijk de 2 paragrafen.
Wat valt op? Waarom behandelen we deze 2 paragrafen samen?

Slide 3 - Diapositive

Lesprogramma en lesdoel
1. Samentrekkingen herkennen en benoemen
2. Theorie samentrekkingen
3. Samentrekkingen analyseren en beoordelen

LESDOEL:
Ik kan foute samentrekkingen opsporen én uitleggen

Slide 4 - Diapositive

Waar zie je een samentrekking?
A
keukenstoel en keukentafel
B
zon- en feestdagen
C
dure ringen en dure armbanden
D
hoge bergen en lage bergen

Slide 5 - Quiz

Hoe kun je dit korter schrijven?
nationale wedstrijden en internationale wedstrijden

Slide 6 - Question ouverte

Hoe kun je dit korter schrijven?
landsgrenzen en provinciegrenzen

Slide 7 - Question ouverte

Zie theorie blz 210
woordniveau
woordgroepsniveau
zinsniveau

Slide 8 - Diapositive

dames- en herenschoenen
A
woordniveau
B
woordgroepsniveau
C
zinsniveau

Slide 9 - Quiz

Hidde mailde en Luuk belde het bestuur.
A
woordniveau
B
woordgroepsniveau
C
zinsniveau

Slide 10 - Quiz

kleine en grote landen
A
woordniveau
B
woordgroepsniveau
C
zinsniveau

Slide 11 - Quiz

feestmutsen en -neuzen
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 12 - Quiz

beroemde zwemmers en schaatsers
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 13 - Quiz

Hidde mailde en Luuk belde het bestuur.
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 14 - Quiz

in voor- en tegenspoed
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 15 - Quiz

Samentrekking op zinsniveau: voorwaarden

Dezelfde functie: In beide zinnen is 'het feest' het onderwerp
Dezelfde betekenis: 'het feest' heeft dezelfde betekenis
Hetzelfde getal: 'het feest' heeft hetzelfde getal

--> samentrekking op zinsniveau:
Het feest (ow) duurde lang en was erg gezellig.



Slide 16 - Diapositive

Samentrekking op zinsniveau: voorwaarden
Jenny gaf haar man de jam en haar zoontje een kus.

Dezelfde functie: In beide zinnen is 'trok' de persoonsvorm.
Dezelfde betekenis: 'trok' heeft NIET dezelfde betekenis
Hetzelfde getal: 'trok' heeft hetzelfde getal
--> samentrekking op zinsniveau is NIET mogelijk, want 'gaf'' heeft in het 2de deel van de zin een andere betekenis!

Slide 17 - Diapositive

GOED
FOUT
De clown trok zijn kleren uit en zich niets van zijn publiek aan.
Ze stak de sigaret met een aansteker en de kaars met een lucifer aan.

Slide 18 - Question de remorquage

Samentrekking controleren
  1. Noteer de weggelaten woorden.
  2. Bepaal de functie, betekenis en getal van de samengetrokken woorden in het eerste deel.
  3. Bepaal de functie, betekenis en getal van de weggelaten woorden in het tweede deel. 
  4. Controleer of ze in beide gevallen hetzelfde zijn: functie, betekenis en getal

Slide 19 - Diapositive

Foutieve samentrekking -getal
Foutieve samentrekking betekenis
Foutieve samentrekking gram. functie
Jerry keek naar een hond en daardoor niet uit bij het oversteken. 
Marcel heeft zijn vriendin gefeliciteerd en een cadeau gegeven.
Jij hebt een tien, maar hij een onvoldoende.

Slide 20 - Question de remorquage

Na koffie te hebben gedronken in Hamburg, reed de bus richting Denemarken.
A
Goed
B
Fout

Slide 21 - Quiz

Net op tijd in het stadion aangekomen, liepen de supporters snel naar hun plaatsen.
A
Goed
B
Fout

Slide 22 - Quiz

Na drie uur gewacht te hebben, gingen de hekken eindelijk open.
A
Goed
B
Fout

Slide 23 - Quiz

Lesdoel behaald?
Kan je een foutieve samentrekking opsporen en uitleggen?

Oefen thuis verder en maak de volgende opdrachten:
Formuleren H2 opdracht 1, 2 en 3 (pag. 64/65)



Slide 24 - Diapositive

GOED
FOUT
De ambulance bracht het slachtoffer naar het ziekenhuis en de agenten de dader naar het politiebureau. 
De docenten Nederlands geven les in het Nederlands en de docenten Engels in het Engels

Slide 25 - Question de remorquage

lesdoel
LESDOEL:
Ik kan foute samentrekkingen opsporen én uitleggen

Slide 26 - Diapositive

Slide 27 - Diapositive