Les 3 Kinderziekten bacterie en virus vaccineren

kinderziekten les 3
1 / 47
suivant
Slide 1: Diapositive
VerzorgingMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 47 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 3 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 90 min

Éléments de cette leçon

kinderziekten les 3

Slide 1 - Diapositive

Lesdoelen
- Je weet de oorzaak, kenmerken en gevolgen      van: Difterie, Tetanus, Polio en MenC
 
- Je legt uit waar vaccinaties voor zijn

- Je weet tegen welke ziektes er  
    vaccinaties zijn

- Je legt uit hoe je informatie aan ouders/ verzorgers geeft in je rol als pedagogisch medewerker 

Slide 2 - Diapositive

Planning
1. Woordenlijst 
2. Verschil bacterie en virus
3. Terugblik kinderziekten 
3. Test je kennis
4. Vaccineren stellingen
5. Informatie vaccinatie en afkortingen ( RIVM)
6. Debatteren




Slide 3 - Diapositive

woordenlijst kinderziekten
• de vaccinatie – Een prik met een vaccin om je te beschermen tegen een bepaalde ziekte.
• vaccineren – Het toedienen van een vaccin om iemand immuun te maken tegen een ziekte.
• de voordelen – De positieve effecten of gunstige gevolgen van iets.
• de nadelen – De negatieve effecten of ongunstige gevolgen van iets.
• de oorzaak – De reden waardoor iets gebeurt.
• het gevolg – Datgene wat gebeurt als reactie op een oorzaak.
• de bacterie – Een klein, eencellig organisme dat ziekten kan veroorzaken, maar ook nuttig kan zijn.
• het virus – Een klein deeltje dat zich kan vermenigvuldigen in levende cellen en ziekten kan veroorzaken.
• functioneren – Werken of goed in staat zijn om iets te doen.
• disfunctioneren – Niet goed werken of niet naar behoren functioneren.
• de symptomen – De kenmerken of signalen van een ziekte, zoals koorts of hoesten.
• het eczeem – Een huidziekte met roodheid, jeuk en soms schilfers of blaasjes.
• nuttig – Bruikbaar of van waarde voor iets.
• het afweersysteem – Het verdedigingssysteem van het lichaam tegen ziektes en schadelijke stoffen.
de antistoffen – Stoffen in het bloed die helpen om ziekteverwekkers te bestrijden.
• de incubatietijd – De tijd tussen de besmetting en het moment dat iemand ziek wordt.
• het immuunsysteem – Het geheel van processen en cellen in het lichaam dat beschermt tegen ziektes.
• immuniteit – De weerstand tegen een ziekte, waardoor je niet (of minder snel) ziek wordt.



Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

Spruw herken je aan een witte tong
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

Bij deze ziekte zie je: wondjes, rode plekjes of blaasjes met
gele korstjes rond de neus en mond.
A
de bof
B
de mazelen
C
krentenbaard
D
vijfde ziekte

Slide 8 - Quiz

Waterpokken kunnen voor littekens zorgen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

Roodvonk verloopt meestal mild en er is geen vaccin voor
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 10 - Quiz

Welke kenmerken passen bij kinkhoest?
A
rode vlekken op de wangen
B
hevige hoestaanvallen en kortademig
C
huidschilfers
D
blaasjes en korstjes op de huid

Slide 11 - Quiz

Van pneumokokken kunnen kinderen hersenvliesontsteking krijgen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quiz

Kinderen met de bof hebben een dikke gezwollen wang
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 13 - Quiz

Wanneer heeft antibiotica zin?
A
Als een kind een virus heeft
B
Als een kind een bacterie heeft

Slide 14 - Quiz

Welke ziekte zou je kunnen hebben als je de volgende verschijnselen hebt: Koorts, hoesten, een loopneus, een oogontsteking, braken en uitslag
A
Spruw
B
Krentenbaard
C
Kinkhoest
D
Mazelen

Slide 15 - Quiz

Rode hond is gevaarlijk voor zwangere vrouwen
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 16 - Quiz

Wat hoort waarbij?
Ziekte+ omschrijving+ foto's = Klaar!
Jullie hebben allemaal een onderdeel van de opdracht. Voeg de 3 onderdelen samen, help elkaar, controleer en leer!

Slide 17 - Diapositive

Vaccineren

Slide 18 - Diapositive

Vaccineren: wat weet je ervan en hoe denk je erover?

Slide 19 - Carte mentale

In tweetallen of alleen
Bekijk de 2 filmpjes over vaccineren in Nederland  
en schrijf de voordelen en de nadelen op van vaccineren op het werkblad.

Klaar? Op de website van het Rijksvaccinatieprogramma staat een planning van wanneer de kinderen hun vaccinatie kunnen krijgen en welke dat zijn.
Lees deze goed door en maak een afkortingenlijst met de ziekte erachter

Gebruik de volgende site:
https://rijksvaccinatieprogramma.nl/infectieziekten
timer
15:00
Klassikaal 
Nabespreken

Slide 20 - Diapositive

terugblik
  • De kinderziektes waartegen de kinderen kunnen worden gevaccineerd zijn besproken.
  • Beleidsplan van jouw stageplek?
  • Eindopdracht op Teams 

Slide 21 - Diapositive


Worden kinderen voor alle kinderziektes gevaccineerd/ ingeënt?
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Lien

Slide 24 - Diapositive

Slide 25 - Vidéo

Vaccinatie
Voor sommige ziekten is een hoge vaccinatiegraad nodig. 

Voor mazelen is een vaccinatiegraad van 95% nodig. 

Als meer dan 95% is ingeënt kan de ziekte zich niet meer verspreiden.

Slide 26 - Diapositive

Vaccinatie:

Slide 27 - Diapositive

Slide 28 - Diapositive

Filmpjes

Slide 29 - Diapositive

Slide 30 - Vidéo

Slide 31 - Lien

Slide 32 - Vidéo

Stellingen
We schuiven de tafels en stoelen aan de kant.

Loop naar LINKS als je het eens bent met de stelling (VOOR)

Loop naar RECHTS als je het oneens bent met de stelling (TEGEN)

Slide 33 - Diapositive

de discussie
Mensen zijn allemaal anders en hebben andere achtergronden. Om mensen beter te begrijpen is het belangrijk om goed te luisteren. Om je standpunt duidelijk te maken en ervoor te zorgen dat mensen jou beter begrijpen is het belangrijk dat je zelf goed geïnformeerd bent waardoor  jouw mening door de argumenten beter begrepen wordt. 

Slide 34 - Diapositive

regels 
  • Laat elkaar uitpraten
  • Praat duidelijk en gebruik argumenten 
  • Reageer op de antwoorden of stel verdiepende vragen
  • Praat op een respectvolle toon
  • We proberen iedereen evenveel praattijd te geven

Slide 35 - Diapositive

Vaccineren moet verplicht worden

Slide 36 - Diapositive

Kinderen die niet gevaccineerd zijn mogen niet naar de kinderopvang

Slide 37 - Diapositive


Ik mag mijn eigen mening geven tegen ouders/ verzorgers over vaccineren

Slide 38 - Diapositive

Zou jij als ouder je kind wel/ niet laten vaccineren?

Slide 39 - Question ouverte

Wat denk jij????



Wat wordt er van jouw verwacht als pedagogisch medewerker m.b.t. het informeren van ouders/ verzorgers over vaccineren??

Slide 40 - Diapositive

Afsluitende Test

Slide 41 - Diapositive

Waar staat 'BMR' voor in de BMR vaccinatie?
A
Buikgriep, mazelen en roodvonk
B
Bof, meningokokken en rode hond
C
Bof, mazelen en rode hond

Slide 42 - Quiz

De D in DKTP staat voor
A
droge hoest
B
depressie
C
darmkanker
D
difterie

Slide 43 - Quiz

een DKTP vaccinatie is voor kinkhoest?
A
waar
B
niet waar

Slide 44 - Quiz

Sleep de kinderziektes naar de bijbehorende inenting
DKTP
BMR
Difterie
Kinkhoest
Rode hond
Tetanus
Polio
Bof
Mazelen

Slide 45 - Question de remorquage

Lesdoelen
- Je kan 5 kinderziektes herkennen en benoemen

- Je legt uit waar vaccinaties voor zijn

- Je weet tegen welke ziektes er  
    vaccinaties zijn

- Je legt uit hoe je informatie aan ouders/ verzorgers geeft in je rol als pedagogisch medewerker 

Slide 46 - Diapositive

Wat vond je van de les?
0100

Slide 47 - Sondage