Betoog: Argumenten en meningen herkennen in een tekst

Vak: Nederlands
Leesvaardigheid
1.
Lesopening
2.
Lesdoel
3.
Terugblik
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie
1 / 25
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

Cette leçon contient 25 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Vak: Nederlands
Leesvaardigheid
1.
Lesopening
2.
Lesdoel
3.
Terugblik
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie

Slide 1 - Diapositive

Welkom!
Telefoon in de bak.
Neem plaats.
Jas uit.
Op tafel: Werkboek Nederlands of laptop en schrift dicht 
Tas op de grond.
Geen eten of drinken
Presentie!
timer
2:00

Slide 2 - Diapositive

Lesdoel(en)
Aan het einde van deze les kan je:
• een betoog onderscheiden van andere tekstsoorten.
• meningen en argumenten herkennen in teksten.

Slide 3 - Diapositive

26 maart 2025
Wat: Par. 3.3
Wanneer: 09:20-10:10
Hoe: Gezamelijk/ zelfstandig werken
Klaar: Par. 3.3 opdrachten maken
HW: Par. 3.3 opdrachten maken
Lesdoel: Zie vorige slide!
Taaldoel: Argumenteren

Slide 4 - Diapositive

Wat is het verschil tussen kolom 1 en 2?
  • Rood, blauw en geel zijn primaire kleuren.

  • Rabobank, ING, ABN AMRO en SNS zijn Nederlandse banken.

  • Parijs is de hoofdstad van Frankrijk.


Wat is het verschil tussen kolom 1 en 2?
  • Cristiano Ronaldo is beter dan Lionel Messi.

  •  Groen is de mooiste kleur.

  •  Maastricht is een gezellige stad.

timer
1:00

Slide 5 - Diapositive

Feiten

  • Rood, blauw en geel zijn primaire kleuren.

  • Rabobank, ING, ABN AMRO en SNS zijn Nederlandse banken.

  • Parijs is de hoofdstad van Frankrijk.


Meningen

  • Cristiano Ronaldo is beter dan Lionel Messi.

  •  Groen is de mooiste kleur.

  •  Maastricht is een gezellige stad.

Slide 6 - Diapositive

Bekijk tekst 1 en 2!
Beantwoord de onderstaande vragen.
1. Wat valt op bij tekst 1 en 2?
2. Wat is het verschil en wat is een overeenkomst?

timer
1:00

Slide 7 - Diapositive

Tijdens het lezen: Lees de tekst nauwkeurig! Onderstreep de meningen en argumenten.
timer
5:00

Slide 8 - Diapositive

Na het lezen: Vergelijk je antwoorden met je klasgenoot
timer
3:00

Slide 9 - Diapositive

Je MENING!
Een uitspraak die iemand doet ( een stelling)
Met een mening ben je het EENS of ONEENS.

Ik vind € 500,- veel voor die brommer.
Spruitjes zijn vies.
De liedjes van Ronnie Flex zijn geweldig!

Slide 10 - Diapositive

ARGUMENT (reden)

- Een argument is een uitleg waarmee je een mening verdedigt.

(Bijbehorende signaalwoorden: want, namelijk, omdat, immers...)



Voorbeeld van een argument (reden):

Ik vind het goed dat jongeren kleedgeld krijgen (mening), want dan leren zij met geld omgaan (argument).

Slide 11 - Diapositive

Wat is een betoog? 
Wat is het tekstdoel?
Wat is een stelling?
Wat zijn argumenten?

Slide 12 - Diapositive

Betoog
Een betoog is een tekst waarin de schrijver zijn mening geeft (een standpunt innemen) over een onderwerp. 
Hij wil dat de lezer het met hem eens wordt.

Slide 13 - Diapositive


Een betoog heeft als tekstdoel?
A
Informeren
B
Amuseren
C
Overtuigen
D
Activeren

Slide 14 - Quiz

Opbouw betoog
Een betoog bestaat bijna altijd uit drie delen:

• In de inleiding geeft de schrijver zijn mening over het onderwerp.
• In de kern geeft hij argumenten voor zijn mening.
• In het slot geeft hij zijn conclusie: hij herhaalt zijn mening of geeft een samenvatting.

Slide 15 - Diapositive

Een stelling:
  • is een zin waarover je van mening   kunt verschillen.
  • is niet te lang.
  • bevat geen ontkenning.

Slide 16 - Diapositive

Argumenten:
  • zijn redenen voor je mening.
  • je ondersteunt ze met voorbeelden/feiten.

Slide 17 - Diapositive


Wat moet je als schrijver doen als je tekstdoel overtuigen is?
A
Je legt uit en geeft vooral feiten
B
Je probeert een mening te geven met argumenten.
C
Je probeert lezers te overtuigen iets te gaan doen.
D
Je schrijft een tekst die je voor de gezelligheid kunt lezen.

Slide 18 - Quiz

  • Tekstdoel van een betoog is overtuigen.
  • Je schrijft een betoog naar aanleiding van een stelling.
  • Over een stelling kun je van mening verschillen.   
  • Om je mening duidelijk te maken, gebruik je argumenten   of redenen.
  • Bij elk argument geef je voorbeelden/feiten.
Samengevat

Slide 19 - Diapositive

Lestaak
Par. 3.3 opdrachten maken
1 + 2 + 3 + 5 + 6 +7 + 8 + 9

Slide 20 - Diapositive

Een stelling is:
A
Een kernzin.
B
Een onderwerp.
C
De hoofdgedachte.
D
Een korte zin over een onderwerp waarover mensen van mening verschillen.

Slide 21 - Quiz

Wat is een betoog?
A
Een verhaal over een persoonlijke ervaring
B
Een tekst waarin een mening met argumenten wordt onderbouwd
C
Een opsomming van feiten
D
Een gedicht

Slide 22 - Quiz


Lees de tekst. Bevat deze een feit, mening
of argument?


A
feit
B
mening
C
argument

Slide 23 - Quiz

Een mening ondersteun je met een argument.

Wat is een synoniem voor argument?
A
Feit
B
Reden
C
Gevolg
D
Mening

Slide 24 - Quiz

Een betoog is
A
een fictieve tekst
B
een informatieve tekst
C
een overtuigende tekst
D
een activerende tekst

Slide 25 - Quiz