Invalles mavo1

Wat moeten jullie straks kennen en kunnen?

Oftewel, wat is het doel van deze les?

Na deze les weet je hoe je het onderwerp van een tekst kunt bepalen en kun je oriënterend lezen
1 / 10
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

Cette leçon contient 10 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Wat moeten jullie straks kennen en kunnen?

Oftewel, wat is het doel van deze les?

Na deze les weet je hoe je het onderwerp van een tekst kunt bepalen en kun je oriënterend lezen

Slide 1 - Diapositive

Elke tekst gaat ergens over. Dat noem je het onderwerp van een tekst

Je kunt met één woord of met een paar woorden zeggen wat het onderwerp is, bijvoorbeeld: goochelen of gezonde snacks. 

Als je weet wat het onderwerp van een tekst is, begrijp je de tekst beter wanneer je hem helemaal gaat lezen.




Slide 2 - Diapositive

 

Zo vind je het onderwerp van een tekst
Lees de tekst oriënterend.
Geef een zo kort mogelijk antwoord op de vraag: waarover gaat deze tekst?


Slide 3 - Diapositive

Zo lees je oriënterend
1 Bekijk de tekst:
 
Lees de titel.
Kijk naar de afbeeldingen (illustraties) bij de tekst.
Lees de titels die boven tekstgedeeltes staan. Die titels noem je tussenkopjes.
Kijk of er woorden zijn die anders gedrukt zijn, bijvoorbeeld vet, schuin, GROOT of gekleurd.
Let op woorden die vaker gebruikt worden.





Slide 4 - Diapositive

2 Lees het eerste stukje van de tekst (de inleiding). Vaak is dat één alinea, soms zijn het er twee. Soms is het eerste stukje vetgedrukt. Hier vind je vaak het onderwerp al in een paar woorden.
 
Het onderwerp van een kijk- of luisterfragment 
Ook kijk- en luisterfragmenten hebben een onderwerp. Bij een kijk- of luisterfragment hoor je vaak in de inleiding (het begin) wat het onderwerp van het fragment is.

Slide 5 - Diapositive

Zo vind je het onderwerp van een kijk- of luisterfragment

Let op de titel van het programma of het filmpje.
Luister goed naar de inleiding van het programma of filmpje.
Let op woorden die vaker gebruikt worden.
Geef antwoord op de vraag: waarover gaat dit programma of filmpje?



Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Lien

Even checken. Wie vertelt mij nog even wat we zojuist hebben gehoord?


Geen vingers, ik geef de beurt aan ..............................................

Slide 8 - Diapositive

Aan de slag

Slide 9 - Diapositive

Gebruik de theorie op blz. 16

Maken:
blz. 16 t/m 19 
Opdracht 1 t/m 4
opdracht 5 alleen als je oordopjes bij je hebt



Slide 10 - Diapositive