Herhalen rekenen H2

1 / 14
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Diapositive

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Herhalen rekenen B3

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoelen rekenen H3
T1 Je kunt prijs per standaardgewicht berekenen
T1 Je kunt prijsverschil in procenten berekenen  
T1 Je kunt percentage van een bedrag berekenen
 


Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

De prijs van een kilo kipfilet is €8. Bo koopt 450 gram. Welke prijs moet Bo betalen?

Slide 5 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Schepsnoep kost €2,49 per 500g. Bereken de prijs voor 150g schepsnoep.

Slide 6 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Stel dat Product A normaal €20 kost en Product B kost nu €15. Hoe groot is het prijsverschil tussen de twee producten in procenten?
A
20%
B
25%
C
30%
D
33.33%

Slide 7 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel procent is het prijsverschil in procenten als je de Xbox vergelijkt met de PlayStation?
A
40,2%
B
28,7%
C
-40,2%
D
-28,7%

Slide 8 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe bereken je het prijsverschil in procenten?
A
Vergelijken met het woordje 'dan'
B
(€ 899 + € 949) × € 100 = 180000%
C
(€ 899 – € 949) ÷ € 949 × 100% = -5,3%

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Kyril betaald €740 huur per maand.
Bereken hoeveel dat gemiddeld per week is.

Slide 10 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Jelmer betaald €740 huur per maand. Zijn maandinkomen is €2.480
Bereken hoeveel procent de huur is van zijn maandinkomen. Rond af op een decimaal.

Slide 11 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Bereken 50% van 255 kilogram.
Typ je berekening in.
Leerdoel 2.3: Ik kan met handige percentages rekenen 

Slide 12 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Les afsluiten: Bereken 33 % van 387 euro.
Typ je berekening in.
31
Leerdoel 2.3: Ik kan met handige percentages rekenen 

Slide 13 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Veel succes!
Maak de rekenopgaven blz. 62-63

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions