Cette leçon contient 12 diapositives, avec diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 45 min
Éléments de cette leçon
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
H4 Elektriciteit
Slide 1 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
Deze les
4.4 Vermogen en energie
maken EXTRA OPGAVEN bij 4.4 Rekenen met vermogen
maken 4.4 opdr 1 t/m 12 online methode
P010: De serieschakeling (blz 15 t/m 18)
P011: De parallelschakeling (blz 19 t/m 22)
leren 4.1 t/m 4.4
4.4 Vermogen en energie
Slide 2 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Leerdoel
Ik kan uitleggen wat het vermogen van een apparaat is en het vermogen, de spanning of de stroomsterkte van een apparaat berekenen.
Slide 3 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Het vermogen van een apparaat
Een laptop verbruikt in dezelfde tijd meer elektrische energie dan een tablet. Je zegt dat een laptop vergeleken met een tablet een groter vermogen heeft.
Slide 4 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Het vermogen van een apparaat
Een laptop verbruikt in dezelfde tijd meer elektrische energie dan een tablet. Je zegt dat een laptop vergeleken met een tablet een groter vermogen heeft.
Het vermogen geeft aan hoeveel energie het aparaat per seconde verbruikt.
Het vermogen (P) wordt opgegeven in watt (W), milliwatt (mW) of kilowatt (kW)
Slide 5 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Het vermogen van een apparaat
Het vermogen (P) hangt van twee factoren af.
De spanning (U) waar het apparaat op werkt.
De stroomsterkte (I) die door het apparaat heen loopt
Slide 6 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Het vermogen van een apparaat
Het vermogen (P) hangt van twee dingen af.
De spanning (U) waar het apparaat op werkt.
De stroomsterkte (I) die door het apparaat heen loopt
Het vermogen kun je berekenen met de formule:
P = U x I
Slide 7 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Het vermogen van een apparaat
Het vermogen kun je berekenen met de formule:
P = U x I
Bereken het vermogen van de lamp.
Slide 8 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Het vermogen van een apparaat
Het vermogen kun je berekenen met de formule:
P = U x I
Bereken het vermogen van de lamp.
220 mA = 0,22 A
P = U x I = 12 x 0,22 = 2,64 W
Slide 9 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Het vermogen van een apparaat
De spanning kun je berekenen met de formule:
P = U x I
Bereken de spanning over de lamp.
220 mA = 0,22 A
U = P : I = 2,64 : 0,22 = 12 V
Slide 10 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
4.4 Vermogen en energie
Het vermogen van een apparaat
De stroomsterkte kun je berekenen met de formule:
P = U x I
Bereken de stroomsterkte door de lamp.
I = P : U = 2,64 = 12 x I, I = 12 : 2,64 = 0,22 A
Slide 11 - Diapositive
4.1 Een stroomkring maken
Een gesloten stroomkring
AAN DE SLAG en HUISWERK
maken EXTRA OPGAVEN bij 4.4 Rekenen met vermogen opdr 1, 2, 5, 6, 9, 10
uitvoeren PRACTICUM: Eigenschappen van een parallelschakeling