Les 13 - 4.4 Wat is veilig? & 5.1 Wat is het verschil tussen directe en indirecte kosten?

Welkom!
Bedrijfseconomie
Les 13
Logistiek Supervisor 
Leerjaar 1
1 / 12
suivant
Slide 1: Diapositive
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

Cette leçon contient 12 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

Welkom!
Bedrijfseconomie
Les 13
Logistiek Supervisor 
Leerjaar 1

Slide 1 - Diapositive

Lesplanning
  • Lesdoel
  • Herhaling Break even point
  • §4.4 Wat is veilig?
  • §5.1 Wat is het verschil tussen directe en indirecte kosten?
  • Huiswerk 

Slide 2 - Diapositive

Lesdoel

Slide 3 - Diapositive

Herhaling
  • Break-even omzet: De omzet (€) waarbij de omzet gelijk is aan de totale kosten
  • Break-even afzet: De afzet (stuks) waarbij de omzet gelijk is aan de totale kosten
  • Je resultaat is €0, dus geen winst of verlies.

Slide 4 - Diapositive

De formules
  • Break even omzet:



  • Break even afzet: 

Slide 5 - Diapositive

§4.4 Is dit veilig?
  • Om te berekenen of de break-even omzet veilig is moet je ook weten wat de werkelijke omzet (of verwachte omzet) is. 
  • Veiligheidsmarge: In hoeverre mag de werkelijke afzet (omzet) achterblijven om toch nog break-even te draaien?

Slide 6 - Diapositive

§4.4 som 2) Een fitnessinstructeur verkoopt bidons. Hij heeft het afgelopen jaar 1500 stuks verkocht. Zijn break-even afzet is 1250 stuk. Bereken de veiligheidsmarge in stuks en percentage

Slide 7 - Question ouverte

Waarom wil een bedrijf de veiligheidsmarge weten?

Slide 8 - Question ouverte

§5.1 vraag 1) Als je maar 1 product maakt, dan:
A
Hebben alle kosten die het bedrijft maakt te maken met dat product
B
Hebben alleen de materiaalkosten en loonkosten te maken met dat product
C
Hebben de personeelskosten de huisvestingskosten en de materiaalkosten te maken met dat product

Slide 9 - Quiz

Kostensoorten
  • Een bedrijf kan verschillende kosten hebben, een aantal voorbeelden:
  • Constante kosten = Kosten zijn vast, zijn elke periode hetzelfde.
  • Variabele kosten = Kosten veranderen n.a.v. drukte.
  • Directe kosten = Kosten die direct zijn toe te rekenen aan product. (zij hebben betrekking op de producten)
  • Indirecte kosten = Kosten die niet zijn toe te rekenen aan een product

Slide 10 - Diapositive

Noem voorbeelden van indirecte kosten

Slide 11 - Question ouverte

Klaar voor de toets?
  • Hoofdstuk 1: §1.1/§1.2/§1.3/§1.4
  • Hoofdstuk 2: §2.1/§2.2/§2.4
  • Hoofdstuk 3: §3.1/§3.2/§3.3
  • Hoofdstuk 4: §4.1/§4.2/§4.3/§4.4
  • Hoofdstuk 5: §5.1

Slide 12 - Diapositive