Oefening: weerkaarten (D-finaliteit)

Weerkaarten
1 / 21
suivant
Slide 1: Diapositive
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

Cette leçon contient 21 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Weerkaarten

Slide 1 - Diapositive

Herhaling vorige lessen
Lagedrukgebied
Hogedrukgebied
Minimum
Maximum
Droog
Zonnig
Bewolkt
Neerslag
Weinig luchtdeeltjes
Veel luchtdeeltjes
Lucht stijgt
Lucht daalt

Slide 2 - Question de remorquage

Het weer in de frontale zone van de ene depressie in de andere...

Slide 3 - Diapositive

Isolijnen
Lijnen op een kaart die punten met dezelfde waarde verbindt.

Bijvoorbeeld: temperatuur

Slide 4 - Diapositive

Isolijnen
Lijnen op een kaart die punten met dezelfde waarde verbindt.

Bijvoorbeeld: Temperatuur

Geven de isolijnen een temperatuur aan, dan noemen we ze isothermen

Slide 5 - Diapositive

Isolijnen met luchtdruk
Isolijnen die de luchtdruk aangeven worden isobaren genoemd. 

Slide 6 - Diapositive

Plaats de juiste omschrijving op de juiste plek
Zonnig
Weinig wind
Veel wind
Bewolkt / neerslag

Slide 7 - Question de remorquage

Geef aan welke richting de wind heeft in de gebieden
Met de klok mee
Met de klok mee
Tegen de klok in
Tegen de klok in

Slide 8 - Question de remorquage

Ontwikkeling van een lagedrukgebied
A: Warme lucht (uit het zuiden) en koude lucht (uit het noorden) botsen (denk aan de mondiale luchtcirculatie: van H naar L) bij frontale zone
B: Een golf ontstaat; Koude en warme lucht vormen fronten
C: Lucht moet stijgen, condenseert en regent uit
D & E: De koude lucht haalt de 
warme lucht in
F: Het lagedruk is omgeven door 
koude lucht (geen warmte = geen 
energie) en lost op

Frontale depressies of storingen

Slide 9 - Diapositive

Hoe ontstaat een lagedrukgebied? Zet in de juiste volgorde.
1
2
3
4
5
6

Slide 10 - Question de remorquage

Rond een lagedrukgebied:
- draait de lucht tegen de klok in op het Noordelijk Halfrond
- stroomt zowel warme als koude lucht naar binnen

- De voorkant van de warme lucht wordt een warmtefront genoemd.
- De voorkant van de koude lucht wordt een koufront genoemd.

-Als een koufront een warmtefront inhaalt: occlusiefront.

Slide 11 - Diapositive

Waar regent het?
Vlak achter de fronten (vooral bij lage druk).

Koufront
Warmtefront
Occlusiefront

Slide 12 - Diapositive

Koufront
- Koude lucht beweegt sneller dan warme lucht
- "Koude lucht haalt de warme lucht in"
- Warme lucht stijgt snel
- Stijgende lucht koelt af, waterdamp condenseert en regent uit

Slide 13 - Diapositive

Warmtefront
- Warme lucht vouwt langzaam over koude
- Stijgende lucht koelt af, waterdamp condenseert en regent uit

Slide 14 - Diapositive

Fronten & Weer
Bij fronten: bewolking & neerslag

Type wolken geeft al veel informatie!

Slide 15 - Diapositive

Neerslag en bewolking in fronten

Slide 16 - Diapositive

Sleep de afbeelding naar de juiste plaats

Slide 17 - Question de remorquage

Occlusiefront

Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Vidéo

Straalstroom (EN: Jet Stream): Stromen op zo'n 10 kilometer hoogte richting het westen.
Waarom het westen? 
Denk aan wet van Buys Ballot --> luchtdeeltjes van evenaar naar polen)

Gaan in golven / meanders (zie afbeelding)
Polar jet (60 graden NB/ZB)
Subtropical jet (30 graden NB/ZB)

In de winter dichter naar de evenaar en sterker
Wat gebeurt er hoog in de atmosfeer? --> Straalstroom

Slide 20 - Diapositive

Kortom:
Straalstroom enorm belangrijk

Helpt bij het polaire front om luchtdeeltjes af te voeren (waardoor een lage drukgebied kan ontstaan)

En "neemt" het lagedrukgebied mee naar het noordoosten (op het NH)
--> lagedrukgebieden in België komen vanaf Atlantische Oceaan.

Slide 21 - Diapositive