a) Een fietser legt een afstand van 12 kilometer af in 45 minuten. Wat is zijn gemiddelde snelheid in m/s?
b) Een auto rijdt met een snelheid van 90 km/u. Hoe lang duurt het (in seconde) om een afstand van 2500 meter af te leggen?
c) Een hardloper rent met een snelheid van 4 meter per seconde. Hoeveel meter legt hij af in 10 minuten?