Toets hoofdstuk 2 3KB

Toets hoofdstuk 2 3KB
Herhalen
1 / 25
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

Cette leçon contient 25 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Toets hoofdstuk 2 3KB
Herhalen

Slide 1 - Diapositive

Welke tekstdoelen
ken je?

Slide 2 - Carte mentale

Wat is het doel van een nieuwsbericht?
A
Amuseren
B
Informeren
C
Overtuigen
D
Instrueren

Slide 3 - Quiz

Wat betekent amuseren?

Slide 4 - Question ouverte

Wat is het doel van instrueren?

Slide 5 - Question ouverte

Waar kom je officieel
taalgebruik tegen?

Slide 6 - Carte mentale

Hoe kom je achter de
betekenis van een
moeilijk woord?

Slide 7 - Carte mentale

Wat betekent verfraaid?
A
Versierd
B
Vroegere
C
In het begin
D
Indrukwekkend

Slide 8 - Quiz

Wat betekent alleen voor mensen die uitgenodigd zijn

Slide 9 - Question ouverte

Virtuele
Beschikte over
Voormalige
Monumentale
Aftakking
Denkbeeldige
Bezat
Vroegere
Indrukwekkende
Zijweg

Slide 10 - Question de remorquage

Wat betekent een scheve schaats rijden?

Slide 11 - Question ouverte

Wat betekent nou breekt mijn klomp
A
Heel boos worden
B
In de beginfase zijn
C
Ik ben stomverbaasd
D
Heel erg je best doen

Slide 12 - Quiz

Hoeveel persoonsvormen heeft een samengestelde zin?

Slide 13 - Question ouverte

Hoe vind je een persoonsvorm in een samengestelde zin? 2 antwoorden

Slide 14 - Question ouverte

Hoe vind je het onderwerp in een zin?

Slide 15 - Question ouverte

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin:
Wilt u de vraag herhalen?

Slide 16 - Question ouverte

Welke persoonsvorm(en) staan in deze zin:
Onze hond is helemaal vies, omdat hij in de sloot was gesprongen

Slide 17 - Question ouverte

Welke onderwerpen staan in deze zin:
Heb jij je verslag al ingeleverd, terwijl de deadline pas volgende week is?

Slide 18 - Question ouverte

Vul de juiste vorm van de persoonsvorm in:
Wilma (schrikken) wakker, toen onze docent (schreeuwen)

Slide 19 - Question ouverte

Vul de juiste vorm van de persoonsvorm in:
Marthe (balen - tt) van haar kapotte fiets

Slide 20 - Question ouverte

Vul de juiste vorm van de persoonsvorm in:
Djura (spreken-tt) met de burgemeester

Slide 21 - Question ouverte

Noem voegwoorden
die je kent

Slide 22 - Carte mentale

Hoe goed heb je geleerd voor je toets?
0-20%
20-40%
40-60%
60-80%
80-100%

Slide 23 - Sondage

Heb je nog vragen voor je toets?

Slide 24 - Question ouverte

Aan de slag
- Ga naar Magister en dan naar leermiddelen
- Open Nieuw Nederlands
- Ga naar hoofdstuk 2 Vroeger
- Klik rechts onderin op oefentoets
- Klaar? Ga leren voor je proefwerk

Slide 25 - Diapositive