Cette leçon contient 36 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
Éléments de cette leçon
Goedemorgen!
Goed dat je er bent.
Maak je mobiel alvast klaar om in te leveren
Slide 1 - Diapositive
jeugdjournaal.nl
Slide 2 - Lien
Slide 3 - Diapositive
Slide 4 - Diapositive
Slide 5 - Diapositive
1e lesuur:
8.45 - 9.30
Gym
Slide 6 - Diapositive
2e lesuur:
9.30 - 10.15
Wiskunde
Slide 7 - Diapositive
Leerdoel
Je leert een formule op een andere manier schrijven.
Slide 8 - Diapositive
Gemma heeft na 16 weken .... euro gespaard.
Slide 9 - Question ouverte
Slide 10 - Diapositive
aantal mensen
aantal groepen
6
3
Slide 11 - Question de remorquage
Aan de slag!
timer
30:00
Slide 12 - Diapositive
3e en 4e lesuur:
10.30 - 12.00
Koken
Slide 13 - Diapositive
5e lesuur:
12.30 - 13.15
Geschiedenis
Slide 14 - Diapositive
Lesdoel
Vandaag leer je wat het 'cultuurstelsel' inhoud.
Slide 15 - Diapositive
Nederland wilde aan zijn kolonie, Nederlands-Indië geld verdienen. Daarom werd in 1830 het cultuurstelsel bedacht door koning Willem I
Door het cultuurstelsel moesten de boeren 1/5 deel van hun land gebruiken om producten te verbouwen voor de Nederlandse handel. (zie foto)
Veel mensen leefden daardoor in armoede en leden honger.
Slide 16 - Diapositive
De winst van het cultuurstelsel
Het geld dat het cultuurstelsel opleverde werd in Nederland gebruikt om spoorwegen aan te leggen, kanalen te graven en bruggen te bouwen.
De boeren zagen zelf dus niets van dit geld.
Slide 17 - Diapositive
Voor wie was het cultuurstelsel erg goed?
A
de boeren in de kolonie
B
de Nederlanders
Slide 18 - Quiz
Een einde aan het cultuurstelsel.
In 1870 mocht ineens iedere Nederlander een bedrijf beginnen in Nederlands-Indië. Deze Nederlanders hoefden zich niet aan het cultuurstelsel te houden.
Dit betekende dat de boeren gewoon betaald konden krijgen voor hun werk.
Uiteindelijk werden er wegen aangelegd en kwamen er scholen.
Het doel was om te zorgen voor meer welvaart, maar de mensen begonnen zich - door hun scholing- juist af te vragen waarom hun land bestuurd werd door Nederlanders en niet door hunzelf. Zo groeide langzaam het verzet tegen de Nederlandse macht.
Slide 19 - Diapositive
Waardoor verdween het cultuurstelsel langzaam?
A
Mensen kwamen in opstand
B
De boeren konden betaald werk krijgen
C
De koning schafte het af
D
Het leverde geen geld op
Slide 20 - Quiz
Waardoor begonnen de Nederlands-Indiërs te twijfelen aan de Nederlandse macht?
A
Doordat ze meer geld hadden
B
Doordat ze minder werkten
C
Doordat ze veel leerden op school
D
Door kritiek van een schrijver
Slide 21 - Quiz
Aan de slag!
timer
30:00
Slide 22 - Diapositive
6e lesuur:
13.15 - 14.00
Burgerschap
Slide 23 - Diapositive
Waar denk je aan bij het thema 'werken'?
Slide 24 - Carte mentale
Lesdoelen
Je leert welke redenen mensen kunnen hebben om te werken.
Je leert wat een werknemer, werkgever en ondernemer is.
Je leert wat de verschillen zijn tussen ondernemen en werken in loondienst.
Je leer wat vrijwilligerswerk is.
Slide 25 - Diapositive
Verschillende redenen
Veel mensen werken voor het geld, maar er zijn ook mensen die het leuk vinden om met andere mensen om te gaan.
Denk bijvoorbeeld aan contact met collega's, klanten of leerlingen.
Slide 26 - Diapositive
Wat zou voor jou de belangrijkste reden zijn om te werken?
Slide 27 - Question ouverte
In loondienst of ondernemer?
Werk je in de supermarkt? Dan is de supermarkt jouw werkgever en ben jij in loondienst. Vaak is deze supermarkt in handen van een lokale ondernemer.
Je kunt er ook voor kiezen om zelf een bedrijf te starten. In dat geval ben jij ook een ondernemer, je bent dan eigen baas.
Heb je ook personeel in dienst, dan is jouw bedrijf ook werkgever.
Slide 28 - Diapositive
Koppel de juiste termen aan de zinnen.
Heeft personeel in dienst:
Is eigen baas:
Verdient een vast inkomen:
Werknemer
Werkgever
Ondernemer
Slide 29 - Question de remorquage
Vrijwilligerswerk
Vrijwilligers krijgen niet betaald voor hun werk. Veel mensen doen dit omdat ze iets willen betekenen voor de samenleving.
Wil je praktijkervaring opdoen tijdens een opleiding? Dan spreek je van een stage. Dit kan betaald of onbetaald zijn.